Bewindvoerders horen tegelijk ondernemer te zijn

Helaas, als (grote) bedrijven in de problemen komen, staan werk en geld op de tocht. Oorzaken te over: niet tijdig het tij gekeerd, economische druk, veranderend wensenpatroon, tegenvallende resultaten, internationale concurrentie en dergelijke. Er is een situatie ontstaan van onvoldoende liquiditeit, vermogen, vertrouwen en tijd. De liquiditeitsruimte kan niet tijdig meer worden vergroot, waardoor surséance en/of faillissement volgt. Gebruikelijk is het daarbij dat de rechtbank een bewindvoerder c.q. curator aanstelt, gewoonlijk een jurist. De letter van de wet moet worden nageleefd, maar voor het herpositioneren en afwikkelen van ondernemingsactiviteiten is meer nodig dan juridische kennis en ervaring. Het gaat erom de beste oplossingen te vinden in complexe situaties, niet alleen juridisch en financieel, maar vooral ook organisatorisch, bedrijfseconomisch, produktie-technisch en industrie- en markttechnisch met en zonder internationale kruisverbanden. Daarbij gaat het ook en vooral om de mensen en de aanwendbaarheid van hun kwaliteiten en mogelijkheden in de desbetreffende industrie en markt, alsmede daarbuiten.

In een zeer kort tijdsbestek komen vele multidisciplinaire onderwerpen aan de orde, zoals: 1. De continuïteit: Kan de onderneming of onderdelen daarvan worden voortgezet, zelfstandig met derden of door derden, doelmatiger; geherstructureerd door bijvoorbeeld winstgevende delen te laten voortbestaan en verliesgevende delen af te stoten, af te slanken of op te heffen? De werkgelegenheid en industrie-/marktmogelijkheden spelen hierbij een grote rol, naast de belangen op arbeidsrechterlijk, financieel, economisch en juridisch gebied. 2. De waarde: Wat is de waarde van de onderneming, in zijn geheel of haar onderdelen, in de huidige situatie of na reorganisatie, als "going concern' of bij executie of liquidatie. Essentieel hierbij is zich te realiseren dat de waarde voor iedere potentiële gegadigde, die de onderneming of onderdelen daarvan wil voortzetten, anders zal zijn: voor de concurrent of de leverancier; voor de werknemer of de financier; voor de aandeelhouder of de crediteur. 3. De belangentegenstellingen: Er zal rekening moeten worden gehouden met alle bij de onderneming bestaande belangen en niet slechts met het "verdelen van de boedel'. Zo zijn er werknemers, financiers, aandeelhouders, leveranciers, overige crediteuren/schuldeisers (belastingen, sociale verzekeringen en dergelijke), overige partijen waaraan de onderneming verplichtingen heeft, of die menen rechten aan de onderneming te kunnen ontlenen.

De partijen zijn niet alleen divers, ze hebben vaak behalve onderling, dikwijls ook zelf tegengestelde belangen, en daarbij ook wat uit te leggen, c.q. goed te maken. Want hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen? Bijvoorbeeld de bank die optreedt als financier, maar vaak ook als (mede-)aandeelhouder en als (mede-) bestuurder (commissaris). Of de accountant, die onafhankelijk de financiële stukken heeft goedgekeurd: hij is degene die nu de benodigde gegevens moet aanreiken opdat de bewindvoerder de situatie van dit moment kan beoordelen. En hoe staat het met de bestuurders/managers die het onheil kennelijk te laat zagen aankomen? Het lijkt raadzaam één en ander objectief te beoordelen. Dat kan door onafhankelijke derden in te schakelen. 4. De prijs: De prijs die men uiteindelijk voor de onderneming kan ontvangen c.q. wenst te betalen verschilt vaak van de waarde. Immers, de prijs is afhankelijk van de gegadigde(n) c.q. potentiële partners en hoe met ieder onderhandeld wordt over rechten, wensen, belangen en financiën. Hierbij is het van belang dat met meer potentiële partners kan worden onderhandeld om een optimale keuze te maken, gegeven de wensen, belangentegenstellingen en rechten van de diverse betrokkenen. Het is een illusie te denken dat de beste partner zich meestal zelf zal melden. De beste partner zal vaak gezocht, geïnteresseerd en overtuigd moeten worden.

De prijs zal zo hoog mogelijk moeten zijn om de schuldeisers te betalen, maar soms is het voor de diverse betrokkenen beter om met minder genoegen te nemen in het licht van de continuïteit en de werkgelegenheid. Ook hier geldt dat om de beste prijs van de beste partij los te krijgen men over een ruime achtergrond, kennis en ervaring zal moeten beschikken.

Teneinde zich een goed oordeel te kunnen vormen over de onderneming en haar onderdelen, zal de bewindvoerder/curator zich in een uiterst kort tijdsbestek de onderneming eigen moeten maken: haar activiteiten, organisatie, knelpunten en mogelijke (verbeterings- of afbouw-)scenario's. Men heeft rekening te houden met de bij de ondeneming bestaande bovenvermelde inherente belangenconflicten. De bewindvoerder/curator moet zijn koers uitstippelen; niet alleen aan de hand van de wettelijke regels, maar tegelijkertijd met zicht op vaak ingewikkelde bedrijfseconomische en financiële regelingen en verwikkelingen.

De vraag rijst of de traditionele juridische bewindvoerder/curator de meest gerede probleemoplosser is voor alle aan de orde komende zaken. Lijkt het niet raadzaam om naast de jurist een niet betrokken expert te benoemen die gewend is ondernemingen te waarderen, markten te beoordelen, financieringsconstructies te bedenken en potentiële partners te zoeken èn te interesseren.

De fusie/overname specialist doet niet anders dan ondernemingen beoordelen, de optimale partner zoeken en interesseren, nagaan wat de beste samenwerkingsvorm zou kunnen zijn, over koop/verkoopcondities onderhandelen, als teamleider bedrijfsovernames begeleiden en samenwerken met juristen, accountants en fiscalisten om het beoogde doel te bereiken. Hij is in staat na om te gaan of en hoe de kansen zijn voor bijvoorbeeld een buy-out en/of buy-in en om daartoe met financiers en managers de levensvatbaarheid van bedrijfsonderdelen te beoordelen. Hij is gewend bedrijven of onderdelen daarvan te fuseren, te (ver)kopen en/of te laten financieren en de juiste partner(s) te vinden.

De fusie- en overname-specialisten in Nederland hebben sinds 1990 hun eigen beroepsvereniging (VFOS) en gedragsregels. Uit haar midden zou men naast de jurist een collega mede-bewindvoerder/curator kunnen benoemen om een déconfiture zo optimaal mogelijk te begeleiden.