Belgische toestanden

In het weekeinde van 6 februari jongstleden heeft de Belgische eenheidsstaat zichzelf zonder veel geruis opgeheven. België is voortaan een federatie, die bestaat uit drie in vele opzichten zelfstandige onderdelen: een Vlaams, een Waals en een Brussels gewest. Voor een staat die zijn oorsprong vindt in wat wij gewend zijn te beschouwen als een liberaal-nationalistisch verzet tegen onderdrukking is dit een opmerkelijke Werdegang. Maar in dit opzicht heeft de hele geschiedenis van België iets paradoxaals.

De Belgische opstand had plaats in het revolutiejaar 1830, tegelijk met soortgelijke bewegingen in Polen, Italië en elders. We kunnen België dus als een produkt van het negentiende-eeuwse nationalisme beschouwen, maar dan rijst er toch een probleem. Nationalisme veronderstelt immers dat er een natie is.

Was dat bij België het geval? Sommigen hebben beweerd van wel en geprobeerd de historiciteit van de Belgische natie aan te tonen. De beroemde Belgische historicus Henri Pirenne is wel de bekendste vertegenwoordiger van deze zogeheten "Belgicistische school'. In zijn grote, zevendelige Histoire de Belgique trachtte hij te laten zien dat België meer was dan een los samenhangend conglomeraat van graafschappen en hertogdommen. België was een natie met een eigen persoonlijkheid en identiteit, een historisch gegroeide beschaving.

Wij kunnen in het midden laten of dat zo was. Velen hebben het bestreden en weinigen geloven er nog in. Maar laten wij even aannemen dat het zo was. België voldeed dan aan één van de eisen die Ernest Renan in zijn beroemde beschouwing over de vraag "Wat is een natie?' aan een natie had gesteld: de Belgen hadden een gemeenschappelijk verleden. Zij hadden, in de termen van Renan, “samen grote dingen gedaan”. Maar in de definitie van Renan was er nog een voorwaarde. Om een natie te zijn moest men ook samen in de toekomst grote dingen willen doen. Daarvan is in België niet veel terechtgekomen. Niet dat de Belgen geen grote dingen deden. Ze deden ze alleen niet samen. Zelfs de beide Wereldoorlogen, in veel landen inspiratiebronnen voor nationale eendracht, brachten in België ook impulsen tot verdere verdeeldheid.

De kolonisatie van de Kongo was misschien het enige grote nationale avontuur, maar dat heeft niet veel meer dan een halve eeuw geduurd en België is de Kongo al weer meer dan dertig jaar kwijt. Na dat verlies waren alleen Eddy Merckx en de koning nog over als symbolen van nationale eenheid. En nu is er alleen nog de koning om te waken over de restanten van de Belgische staat.

De geleidelijke ontbinding van België is een bijzonder verschijnsel, maar we kunnen het ook zien als een onderdeel van een groter proces. De splitsing van Tsjechoslowakije is er een ander voorbeeld van, de versplintering van Joegoslavië weer een ander. En dat proces kan nog wel een tijdje doorgaan. De Catalaanse deelregering in Spanje stelt zich steeds onafhankelijker op. In Schotland bestaat een vrij sterke nationalistische beweging. In Italië krijgt het separatisme meer aanhang.

Zo gaat de politieke kaart van Europa steeds meer lijken op die welke door de heer Heineken vorige zomer is gepresenteerd. Hij legde ons een kaart voor met vijfenzeventig zelfstandige staten die zich hebben verenigd in de Verenigde Staten van Europa, met Brussel als hoofdstad. Hij noemde het een utopie, een Eurotopia. Voor een utopie geldt per definitie dat men niet hoeft te zeggen hoe zij verwezenlijkt kan worden. Daarvoor is het nu juist een utopie, een Gedankenspiel. In dit geval lijkt dit trouwens geen probleem, want de utopie verwezenlijkt zich zelf. De kaart van Europa lijkt nu al meer op die van Eurotopia dan vorig jaar en volgend jaar zal zij er waarschijnlijk nog meer op lijken. De historische krachten, zo lijkt het, werken in deze richting.

Is dat inderdaad het geval? Voor een deel wel, maar voor een deel ook niet. Het nationalisme, dat één van de motoren achter dit proces is, kan immers ook precies andersom werken. Het nationalisme heeft niet alleen tot opsplitsing geleid, maar ook tot de vorming van grotere eenheden. Zo ontstond in de negentiende eeuw uit de Duitse Kleinstaterei het keizerlijke Duitsland en uit de Italiaanse verdeeldheid het Koninkrijk Italië. De kaart van Europa moge dan nu meer op de Eurotopische kaart lijken dan een paar jaar geleden, ruim honderd jaar geleden leek de politieke kaart van Europa daar nog veel meer op dan nu.

De historische krachten werken dus ook in de omgekeerde richting. Ze hebben geleid tot de vorming van een Europa met politieke eenheden van zeer verschillende omvang en betekenis. Duitsland met tachtig miljoen inwoners en Denemarken met zes, Italië met zestig en Oostenrijk met acht enzovoorts. Dat is het resultaat van de norm dat natie en staat moeten samenvallen. Kan zo'n Europa op vreedzame wijze samenwerken en samenleven? De geschiedenis leert dat het op zijn minst zeer moeilijk is. Juist om die reden is het van belang te wijzen op een ander proces, dat ook al enige tijd gaande is, namelijk de afdracht van soevereiniteit aan hogere, Europese organen. De Vlaamse premier Luc van den Brande plaatste de staatshervorming terecht in deze context. “België”, zo zei hij volgens de Volkskrant van 8 februari, “zal tegen het einde van de eeuw nog slechts een go-between zijn tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars en de EG.”

Dit is inderdaad het historische perspectief waarin men de federalisering van België moet zien. De nationale staat verliest al geruime tijd veel van zijn functies aan lagere organen, maar ook aan hogere zoals de Europese Gemeenschap. Men zou zelfs kunnen betogen dat zonder dat laatste het eerste niet mogelijk was geweest. Juist de voortdurende overheveling van bevoegdheden naar "Brussel' - nu in de zin van "Europa' - maakte het mogelijk andere bevoegdheden over te dragen aan de regio's. De Belgen hebben België steeds minder nodig.

Het heeft iets ironisch dat Brussel naarmate het steeds meer de hoofdstad van Europa wordt zijn functie als hoofdstad van België steeds meer verliest. Maar welbeschouwd is dat niet ironisch maar juist logisch. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.