Amerikaanse energieheffing komt Brussel goed van pas

ROTTERDAM, 18 FEBR. Premier Lubbers heeft het bij de verdediging van zijn Energie Handvest al eens tegen de regering-Bush gezegd: waarom heffen jullie geen accijnzen op energie? Daarmee kun je een groot deel van het begrotingstekort wegwerken, zuiniger gebruik stimuleren en het milieu verbeteren. Maar met Bush viel niet te praten over hogere benzineprijzen, want dat zou hem massaal stemmen kosten. Bill Clinton heeft nu de heilige koe bij de horens gevat en hij gokt erop dat de Amerikanen over vier jaar aan zijn energiebelasting gewend zullen zijn.

Van de 253 miljard dollar die de belastingmaatregelen binnen vier jaar moeten opbrengen, zou de "energy tax' meer dan een kwart, 71,4 miljard, gaan bijdragen. Dat kan ook makkelijk, want energie is in de Verenigde Staten goedkoop in vergelijking met West-Europa en Japan, omdat de belastingen bijvoorbeeld op een liter benzine of huisbrandolie veel lager zijn. Olie, de brandstof die door het enorm intensieve gebruik van auto's en voor verwarming de belangrijkste component in de Amerikaanse energievoorziening is, is trouwenserg goedkoop. In reële prijzen (gecorrigeerd voor inflatie) is de ruwe olie uit Opec-landen vandaag lager geprijsd dan in de jaren '70, na de eerste oliecrisis. Als de Opec-landen hun prijzen consequent aan de inflatie hadden aangepast, dan zou voor een vat Noordzee-olie dat vandaag 18 dollar kost, zeker 30 dollar betaald moeten worden.

Clinton heeft vergeleken bij de eerste plannen die hij samen met zijn zeer milieubewuste vice-president Al Gore tijdens de verkiezingscampagne lanceerde, nu een heel andere basis voor de energy tax gekozen. Ging het een paar maanden geleden nog primair om een beperking van de import op olie, om minder afhankelijk te worden van het woelige Midden-Oosten en de binnenlandse oliewinning sterk te stimuleren, nu moet de nieuwe belasting vooral energiebesparing bevorderen. Want de belasting wordt niet alleen op olie, maar ook op kolen, aardgas en (nucleaire) elektriciteit geheven.

Dat past heel goed in het nieuwe milieubeleid van de regering-Clinton. Want in de VS wordt per hoofd van de bevolking en per dollar verdiend nationaal inkomen, bijna tweemaal zoveel energie verbruikt als in West-Europa en Japan. Door de lage energieprijzen is te weinig aandacht besteed aan zuinig gebruik door de industrie en de transportsector en is de particuliere auto veruit het populairste vervoermiddel.

De opbrengst van de energiebelasting wil Clinton nu mede gebruiken voor meer investeringen in het openbaar vervoer en betere technieken om het milieu te ontzien. Dat gaat het gemiddelde gezin, bestaande uit vier personen, met een inkomen van 40.000 dollar per jaar, in totaal 118 dollar extra kosten aan verwarming, benzine en elektriciteit. De olie-import zou volgens ramingen van het Amerikaanse ministerie van energie slechts van 350.000 vaten per dag, op een totaal van 8 miljoen vaten per dag afnemen.

Clintons plannen komen de EG, die al twee jaar probeert een controversiële energieheffing te introduceren, goed uit. “Als de Amerikanen hiertoe beslissen, zou het voor de lidstaten van de EG makkelijker worden om de energiebelasting te accepteren”, zei EG-commissaris voor externe handel Sir Leon Britain gisteren. Brussel heeft namelijk na een debat in de ministerraad als voorwaarde voor de invoering van de nieuwe belasting gesteld dat ook de VS en Japan als belangrijkste concurrenten zo'n belasting introduceren.