AKEN; Bonbons met zwavel en een vleugje religie

Water en religie maakten Aken groot. Nog steeds trekken vele gelovigen en belangstellenden iedere zeven jaar naar de stad om de vier stofrelikwieën (oa van de luier van Jezus en een kleed van Maria) te vereren. Toch zijn het niet alleen de jichtige ouderen en vrome pelgrims die het beeld van de stad bepalen. “Voor jongeren is in Aken genoeg te doen, maar dertigers en veertigers zijn gedwongen om in een bowlingcentrum of bierstube hun heil te zoeken,” zegt een Akense kroegbaas. In Café Opera, aan de drukke Heinrichsallee, spelen iedere avond jazzmusici, die dertigplussers op de stoel doen wippen en enthousiast applaus oogsten. Voor het uitbundiger swingwerk moet je wachten tot twaalf uur. Dan gaan de discotheken open.

Onlangs kreeg minister-president Lubbers in Aken de carnavalsonderscheiding "Wider den tierischen Ernst'. Dit weekend tooit heel Aken zich in een kiel en dweilt met feestneus en ratels de straten af.

Wie in Aken het warme, zwavelachtige water uit de openbare drinkfontein bij de Elisenbrunnen drinkt begrijpt meteen waarom er zoveel banketbakkerijen en konditoreien in die stad zijn. Heilzaam is helaas zelden synoniem voor lekker. Vuistgrote chocolade bonbons en de plaatselijke specialiteit, Aachener printen, een taai-taai-achtige koek, moeten de vieze smaak verdrijven.

Aken dankt zijn tweeduizend jarige geschiedenis aan de warmwaterbronnen. Bij het begin van de jaartelling zochten de in de streek gelegerde Romeinen er verlichting tegen kwalen als jicht en reuma. Aan het einde van de achtste eeuw maakte Karel de Grote - een verwoed zwemmer - Aken tot zijn vaste residentie en bouwde hij op de runes van de Romeinse thermen een palts met een Romaans-byzantijnse kapel. De robuuste kapel maakt deel uit van de Akense Dom, die met het in de veertiende eeuw aangbouwde Gothische koor nog steeds het stadsbeeld van Aken overheerst.

De Dom, de vele kerkschatten en de heiligverklaring van Karel de Grote bezorgden het kuuroord Aken een tweede belangrijke bron van inkomsten, de pelgrims. Zij trekken al sinds de vroege middeleeuwen elke zeven jaar naar de stad om de vier zogenoemde "stofrelikwieën' te aanschouwen. Juist in dit jaar, tijdens de bedevaartdagen die duren van 18 tot 27 juni, zullen de stukjes stof die afkomstig zouden zijn van een kleed van Maria, een luier van Jezus, het doek waarin het hoofd van Johannes de Doper werd bewaard en de lendendoek die Christus aan het kruis droeg, uit de gouden Mariaschrijn worden gehaald. De relikwieën worden dan in een plechtige processie de stad rondgedragen en daarna bij de Dom tentoongesteld.

Veel religieuze kunst wordt naast de Dom ook bewaard in de schatkamer, die na de oorlog is verbouwd tot een bunker van 530 kubieke meter beton en 52 ton staal. Aken is zuinig op zijn kostbaarheden: de air-conditioning kan bij rampen buitentemperaturen van 300 graden tot een draaglijke binnentemperatuur terugbrengen.

De meeste van de 250.000 jaarlijkse bezoekers aan Aken verkennen de Altstad of gaan wandelen in een van de stadsparken of de bossen ten zuiden van de stad. Het is echter de moeite waard in een van de nieuwe buitenwijken, tegen de grens bij Vaals, een bezoek te brengen aan de "nieuwe kathedraal', het Klinikum. Kolossaal doemt de binnenste buiten gekeerde fabriek vanuit de verte op. Het op het Centre Pompidou genspireerde gebouw, waarin een academisch ziekenhuis, een medische faculteit en een onderzoekscentrum zijn gevestigd, laat niemand onverschillig. Sommige bezoekers staren stil en vol verwondering naar de kale wir-war van buizen, bedradingen en het high-tech design, maar bij de meesten ontstaat een enorme irritatie over zoveel kunstmatigheid. Maar deze, voor de jaren zeventig typerende bouwstijl heeft zichzelf om zeep geholpen: de financiële gevolgen van de bouw doen denken aan de Amsterdamse Stopera. Het Klinikum werd aanvankelijk begroot op 800 miljoen mark, maar de uiteindelijke kosten liepen op tot 3,2 miljard mark. Bovendien blijkt het gebouw ook veel duurder in onderhoud dan verwacht.

Een rustiger voorbeeld van fraaie - Bauhaus - architectuur is het in de zomer van 1991 geopende "Ludwig Forum für Internationale Kunst', voorlopig de laatste uitbreiding van het kunstimperium van het Akense verzamelaarsechtpaar Peter en Irene Ludwig. Overvloedig daglicht valt binnen door het glazen dak van het museum, gevestigd in een voormalige paraplufabriek. Al bij de deur springt het heftige, felgele "Aids' van Keith Haring in het oog. Lichtvoetiger objecten, de grote beer van Jesdinsky bijvoorbeeld en de kameel en dromedaris van Nancy Graves spreken de jonge bezoekers duidelijk meer aan. Van de nog dagelijks groeiende Ludwig collectie (Pop-art naast hedendaagse kunstenaars uit het voormalig Oostblok) is in de ruime hal slechts een wisselend deel te zien. Zo wordt de aandacht van de bezoeker niet bij voorbaat gesmoord in een verstikkende hoeveelheid kunst.

Aken is in de Tweede Wereldoorlog voor zestig procent verwoest. Zorgvuldige restauraties en wederopbouw van oude gebouwen, zoals het Barokke Raadhuis en het Stadstheater, hebben de Altstad een "nieuw' historisch gezicht gegeven, zonder dat je het gevoel krijgt in een openlucht-museum te wandelen.