VN nemen geen genoegen met Servisch "nee'

SARAJEVO, 17 FEBR. De vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR, weigert zich neer te leggen bij de weigering van de Bosnische Serviërs een voedselkonvooi toe te laten tot de stad Cerska in het oosten van Bosnië.

Het konvooi van tien vrachtwagens met voedsel en medicamenten voor de door de Serviërs belegerde stad kreeg gisteren voor de derde opeenvolgende dag geen toestemming Bosnië binnen te rijden. De reden van de weigering is onduidelijk. De Joegoslavische minister van buitenlandse zaken bevestigde gisteren dat de leider van de Bosnische Serviërs, Karadzic, niet alleen heeft gezegd dat het konvooi naar Cerska zou mogen rijden, maar zelfs een escorte had beloofd. Het Joegoslavische persbureau Tanjug meldde dat de weigering mogelijk te maken heeft met “een moslim-offensief” langs de route naar Cerska.

Een tweede konvooi met voedsel, op weg naar de eveneens belegerde en door moslims bewoonde stad Gorazde, mocht aan dezelfde Bosnisch-Servische grensovergang wel doorrijden. Het werd echter vanochtend alsnog door Bosnische Serviërs tegengehouden in de buurt van Rogatica, dertig kilometer vóór Gorazde.

De UNHCR is volgens woordvoerster Lyndall Sachs vastbesloten niet te buigen voor de weigering van de Bosnische Serviërs. “We zullen het desnoods uitzitten. We nemen geen genoegen met dit (Servische) nee”, zo zei ze. Het konvooi blijft aan de grens staan, en, zo zei Sachs, “het zal daar blijven staan tot het mag doorrijden”.

In Sarajevo hebben gisteren de Bosnische Serviërs hun offensief tegen de moslims voortgezet en hen volgens radio-Sarajevo verdreven uit enkele strategisch belangrijke voorsteden, Stup en Azici, die op zes kilometer van het centrum van de stad liggen. De Serviërs zetten tanks en zware artillerie in. In het kader van de gevechten sloten de Serviërs met tanks de weg van en naar het vliegveld af en stuurden VN-personeel terug - dit ondanks een akkoord dat bepaalt dat de weg voor VN-auto's steeds open moet blijven.

De door de Nederlandse deskundige prof. F. Kalshoven voorgezeten VN-commissie die vanuit Genève onderzoek verricht naar in ex-Joegoslavië gepleegde oorlogsmisdaden, vindt dat de Veiligheidsraad “of een ander competent orgaan van de VN” moet beslissen tot de oprichting van een tribunaal voor de vervolging van oorlogsmisdaden; daaraan werd de suggestie toegevoegd dat zo'n besluit wordt gerechtvaardigd door de conclusies van de commissie. Die conclusies zijn gisteren door secretaris-generaal Boutros-Ghali aan de Veiligheidsraad voorgelegd. In een brief aan de raad schreef hij dat er in de Joegoslavische burgeroorlog “ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht” hebben plaatsgehad, zoals “willekeurige moorden, etnische zuiveringen en massaslachtingen, folteringen, verkrachtingen, plunderingen, vernietiging van bezittingen van burgers, vernietiging van cultureel en religieus erfgoed en willekeurige arrestaties”.

Morgen gaan Roemeense, Bulgaarse en Oekraïense functionarissen praten over de mogelijkheden om de sancties tegen Joegoslavië beter na te leven. Joegoslavische schepen nemen in de Oekraïne herhaaldelijk vracht aan boord die onder het VN-embargo valt en trekken zich niets aan van Roemeense en Bulgaarse pogingen die vracht te controleren. (AFP, Reuter, AP)