Verzekeringskamer tevreden met nieuwe tekst van ABP-convenant; Ambtenarenpensioenfonds krijgt kans tekort versneld weg te werken

DEN HAAG, 17 FEBR. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds biedt “onvoldoende waarborgen” om aan zijn pensioenverplichtingen te voldoen. Aldus de Verzekeringskamer, de onafhankelijke toezichthouder. Topambtenaar H. Pont van Binnenlandse Zaken liet verontruste Kamerleden prompt weten dat de Verzekeringskamer van “een verkeerde veronderstelling” uit was gegaan. Wat steekt hier achter?

Terwijl zijn collega's in de vergaderzaal van de Eerst Kamer debatteren over het Verdrag van Schengen, dient CDA-senator dr.A.J. Vermaat, voorzitter van de Verzekeringskamer, Pont in de wandelgangen van repliek. “Ik ben niet gauw verbolgen. Maar de uitlatingen van Pont bevreemdden mij in hoge mate. Ik kon me namelijk niet voorstellen dat ik de convenant-tekst zo slecht had gelezen.”

Vermaat doelt op het convenant waarbij het ABP (dat de pensioenen van ongeveer 480.000 ambtenaren verzorgt en een belegd vermogen ruim 170 miljard gulden heeft) per 1 januari 1996 wordt geprivatiseerd. Vorige week hebben minister Dales (binnenlandse zaken) en de vier vakcentrales voor ambtenaren dit convenant ondertekend. Vermaat: “Binnenlandse Zaken heeft erkend dat er een aantal onduidelijkheden in de oorspronkelijke tekst zaten. De tekst van het convenant is aangepast, conform de opmerkingen van de Verzekeringskamer”.

In de oude tekst hadden Dales en de vakbonden volgens Vermaat afgesproken, dat de totale ABP-premie per jaar maximaal met één procentpunt mocht stijgen. Naar aanleiding van deze oude tekst bepleitte de Verzekeringskamer een snellere stijging van de premie. Met succes, want in de nieuwe tekst bedraagt de maximale premiestijging twee procentpunt per jaar. Hierdoor kan het ABP zijn “omvangrijke tekorten” twee keer zo snel wegwerken, zegt Vermaat. (Dit heeft overigens grote financiële consequenties voor de overheid, want die betaalt als werkgever driekwart de premie betaalt; de rest betalen de ambtenaren zelf.)

Hoe komt het ABP aan dat tekort? Bij de privatisering krijgt het fonds een "negatieve bruidschat' van het kabinet mee. Dat is de erfenis van de jaren tachtig, waarin het ABP profiteerde van de hoge reële rente (na inflatie). Er kwam meer geld binnen dan nodig was voor de verplichtingen. Om deze overschotten af te romen, werd de premie door het eerste en het tweede kabinet-Lubbers bewust te laag vastgesteld: 8,8 in plaats van 17,75 procent.

Sinds 1982 scheelde dit het ABP in totaal ongeveer 22 miljard gulden aan premie-inkomsten. Zo verdween zijn "overreserve' als sneeuw voor de zon. In plaats daarvan ontstond een aanzienlijk tekort. Het zogenoemde actuarieel tekort - het bedrag dat nodig is om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen - wordt door het ABP op ruim 30 miljard gulden geraamd.

Om deze tekorten weg te werken zou de premie fors moeten worden verhoogd. De commissie-Pont adviseerde het kabinet vorig jaar om de totale ABP-premie (pensioen, WAO en VUT) te verhogen van 9,6 tot 19 procent. Ter illustratie: elk jaar dat de premie op het oude peil van 9,6 procent blijft, loopt het tekort van het ABP met 3,9 miljard gulden op.

In het convenant staat dat de totale ABP-premie tot 2001 met ongeveer zeven procentpunt moet stijgen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Volgens de oude convenantstekst (maximale stijging 1 punt per jaar) zou het dus 7 jaar duren voordat het tekort is weggewerkt. Volgens de nieuwe tekst (maximale stijging 2 punt per jaar) kan dit in 3,5 jaar. Met andere woorden: de nieuwe tekst biedt de mogelijkheid om de tekorten sneller weg te werken.

Wanneer het ABP is geprivatiseerd, valt het fonds onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet. En daarmee onder het toezicht van de Verzekeringskamer, de overheidsinstelling die is belast met het wettelijk toezicht op verzekeringsmaatschappijen en bedrijfspensioenfondsen.

Is de voorzitter van de Verzekeringskamer blij met zijn nieuwe klant. Vermaat: “Het ABP is voor ons geen onbekende, want in opdracht van de ministers van binnenlandse zaken en van financiën controleerden we al regelmatig de boeken”.

“Bij de oude ABP-structuur hebben we altijd gezegd: de premie is te laag om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen. En de situatie is de laatste paar jaar verslechterd; het actuarieel tekort is gestegen. Maar hoe lang het geprivatiseerde ABP een tekort houdt, wordt bepaald door de werkgever, dus de overheid, en door de vakcentrales. Zij stellen de premie vast. Wij registreren de relatie tussen premies, beleggingsopbrengsten en verplichtingen. Voorlopig zit het ABP nog in de min.”