Uitdijende corruptiekwesties verlammen Italië steeds meer

ROME, 17 FEBR. De burgemeester van Milaan is gisteren afgetreden na verdeeldheid in het gemeentebestuur, een nieuwe aanwijzing dat de aanhoudende corruptieschandalen een steeds grotere druk leggen op openbaar bestuur en economie in Italië.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat de smeergeldaffaire in Milaan formeel is begonnen, met de arrestatie van de socialist Mario Chiesa. Inmiddels worden zoveel politici en topondernemers verdacht van corruptie, dat van verschillende kanten om een "politieke' oplossing wordt geroepen, om te voorkomen dat het systeem helemaal vastloopt.

Officier van justitie Antonio Di Pietro, de gangmaker achter de corruptie-onderzoeken, heeft vorige week gepleit voor een verandering in de kieswet en daarna vervroegde verkiezingen, zodat de kiezers zelf schoon schip kunnen maken. De scheidende burgemeester van Milaan, Gian Pietro Borghini, herhaalde dit pleidooi gisteren. Hij zei dat de politieke crisis in Milaan mede is veroorzaakt door het uitblijven van politieke hervormingen op nationaal niveau.

Borghini, een voormalige communist die jaren geleden zijn geloof heeft afgezworen, is dertien maanden burgemeester van Milaan geweest. Hij is benoemd op voordracht van Bettino Craxi, de vorige week afgetreden leider van de socialistische partij. En hoewel Borghini in tegenstelling tot Craxi niet betrokken is bij smeergeldzaken, was het feit dat Craxi in het begin zijn beschermheer was, een grote hindernis bij zijn plannen voor hervormingen. Borghini heeft in afscheidsvraaggesprekken gezegd dat de politieke verwarring te groot is om goed te kunnen besturen.

Vijf Milanese gemeenteraadsleden, onder wie twee wethouders, zijn gearresteerd wegens corruptie, tegen vijf anderen loopt het onderzoek nog.

Nadat vorige week de socialistische minister van justitie Claudio Martelli is afgetreden omdat zijn naam in verband is gebracht met een Zwitserse bankrekening waarop smeergeld is betaald voor zijn partij, zijn bij het corruptie-onderzoek opnieuw kabinetsleden genoemd. De staatssecretaris voor binnenlandse zaken Claudio Lenoci, wordt verdacht van corruptie bij de ontwikkelingshulp, toen Lenoci op Buitenlandse Zaken werkte. Volgens de justitie stond het belang van Italiaanse bedrijven bij de buitenlandse hulp boven dat van het ontvangende land.

De justitie in Turijn heeft de staatssecretaris voor begroting Vito Bonsignore, een christen-democraat, gisteren ingelicht dat hij ervan wordt verdacht steekpenningen te hebben gevraagd bij de bouw van een ziekenhuis in het stadje Asti. Zijn partijgenoot Paolo Cirino Pomicino, ex-minister van begroting, is beschuldigd van corruptie bij de modernisering van de haven van Manfredonia. Deze laatste twee ontwikkelingen laten zien dat het corruptieschandaal, begonnen bij de socialisten, zich steeds meer uitbreidt naar de christen-democraten, die de Italiaanse politiek sinds de Tweede Wereldoorlog hebben gedomineerd.

De leiders van de twee grootste staatsholdings, de IRI en de ENI, industriële kolossen van Europees niveau, zijn de afgelopen dagen ook betrokken geraakt bij het corruptie-onderzoek. De christen-democraat Franco Nobili, president van de IRI, is ondervraagd als ex-manager van het bouwbedrijf Cogefar, dat verantwoordelijk is voor de enorme kostenoverschrijding bij de verbouw van het Olympisch Stadion in Rome. De socialist Gabriele Cagliari, president van de ENI, is beschuldigd van betrokkenheid bij het schandaal rondom het chemische bedrijf Enimont, dat in zijn geheel in handen van de staat is gekomen nadat een exorbitante prijs is betaald aan Raul Gardini, een van de belangrijkste ondernemers van het land, voor de chemische fabrieken van Montedison.

De ENI heeft tussen 1970 en 1981 maandelijks tienduizenden guldens overgemaakt naar de regeringspartijen, zo heeft Florio Fiorini, ex-financieel directeur van de ENI, tegenover de justitie onthuld. Dit geld zou niet op de bedrijfsresultaten hebben gedrukt, maar afkomstig zijn van speculatie met valuta. Fiorini zei dat het geld over de partijen werd verdeeld naar gelang hun relatieve grootte. In maart 1981 hield de ENI hiermee op, nadat het geheime archief was ontdekt van Licio Gelli, de grootmeester van de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due.

Fiorini, die in Zwitserland gevangen zit wegens het frauduleuze bankroet van zijn holding Sasea, heeft overigens gezegd dat Martelli niets te maken had met de Zwitserse rekening waarop de in 1982 failliet gegane Banco Ambrosiano steekpenningen heeft gestort voor een lening die na bemiddeling van de socialistische partij was verleend door de ENI.