Tom en Jerry zonder ontploffend dynamiet

Tom and Jerry, the movie. Regie: Phil Roman. Met in de Nederlandse versie de stemmen van Just Meijer, Maarten Veerman, Marjol Flore, Carol van Herwijnen. In 19 theaters.

Eind jaren dertig zochten Bill Hanna en Joe Barbera, in dienst bij MGM, naar een duo voor een cartoon. Ze vonden twee oer-vijanden, een kat en een muis. Tom en Jerry waren geboren.

Het is een wonder dat ze alletwee nog leven om dit jaar hun eerste lange bioscoopfilm te maken. Vanaf de allereerste korte film, Puss gets the boot, hebben ze elkaar geprobeerd te vernietigen. Vooral Tom heeft door de jaren heen meer dan zijn portie gekregen van ontploffende dynamietstaven, instortende huizen, aanstormende stoomwalsen, verscheurende honden, of simpelweg klappen met honkbalknuppel of hamer. Karakteristieke beelden zijn van een zwartgeblakerde of platgewalste kater die in het volgende beeld steevast, honderd procent genezen, een nieuwe aanslag op de muis beraamt.

Wat zou Tom and Jerry, the movie anders kunnen zijn dan een orgie van geweld en bloed, vergelijkbaar met Rambo of Dracula? Een ouder met verantwoordelijkheidsgevoel zou zich wel twee keer bedenken voor-ie zijn kind zou blootstellen aan niet tien, maar tachtig van deze ijzingwekkende minuten.

Dat moet producent en regisseur Phil Roman ook hebben bedacht want hij heeft het sadisme van Tom en Jerry teruggebracht tot plagerijtjes op het niveau van Rikkie en Slingertje. Alleen in de eerste minuten is er iets van het oude kat-en-muis spel te zien. Maar spoedig wordt hun huis gesloopt en staan ze met z'n tweeën op straat, waar de straathond Bennie en Frankie de Vlo hun de levensles toezingen: leer vrienden te zijn, anders red je het niet in deze hondse wereld.

En zo wordt de film een verhaal waar Amerikaanse kinderseries het patent op hebben. Twee onwillige vriendjes komen voor hete vuren te staan en alleen door samen te werken kunnen ze zich er doorheen slaan. Het hete vuur in the movie is een klein meisje, Robyn, dat bij haar boze stiefmoeder wil weglopen. Alleen op de wereld komt ze Tom en Jerry tegen, die haar natuurlijk helpen.

Alle slechtigheid die vroeger in Tom en Jerry zat (en ook echt in allebei) is nu verwerkt in hun tegenstanders, tante Figg en professor Appelwang met zijn handlangers. Zeker tante Figg is opgezet als een Disney-schurkin, à la Corella DeVille uit 101 Dalmatiërs. Maar haar hoofd is te gewoon, haar duivelse plannen bestaan uit opsluiting van Robyn op zolder en haar accessoire is een vette hond op een skateboard. Het lijkt wel of de kindertjes vooral niet bang mogen worden gemaakt.

Je ziet het ook aan Tom, die is minder "angstaanjagend' dan in de korte films. De groene iris, vroeger nooit meer dan een dunne schil rond zijn pupillen, is breder gemaakt om hem een menselijke blik te geven. De andere "goeien' in de film zijn in lieve zuurstokkleuren gedacht. En de woeste achtervolging-naar-een-goede-afloop (de vader van Robyn leeft nog!) voltrekt zich in een Playmobil-landschap.

Voor de allerkleinsten, zei de omroepster dan vroeger.