Storting staatslening zorgt voor volle schatkist

AMSTERDAM, 17 FEBR. Het saldo van 's Rijks schatkist is met 3,3 miljard toegenomen tot 9,2 miljard gulden.

Tegenover forse betalingen voor rente en aflossing (5,3 miljard) stond de storting van 10 miljard gulden op de jongste tienjarige staatslening. Daarnaast werd de geldmarkt verkrapt door een verhoging van geldmarktkasreserve met 5,7 miljard tot 17,9 miljard gulden en een (bewuste) vermindering van de open markt-portefeuille van DNB met 0,4 miljard. Met de verhoging van de kasreserve beoogde DNB de uitgestelde verruimende werking van de dollarswaps te neutraliseren (swaps zijn contante aan- of verkopen van vreemde valuta gecombineerd met respectievelijk verkoop of aankoop van hetzelfde bedrag op termijn). Deze verhoging is overigens niet in de weekstaat terug te vinden, daar deze juist tussen twee balansdata viel. Met ingang van maandag werd de kasreserve tot 14,6 miljard gulden verlaagd. Deze heeft een looptijd van zeven dagen.

De verkrappende werking van de netto-betalingen aan de overheid en van de verhoogde kasreserve werd dus enerzijds gecompenseerd door de swap en anderzijds door relatief ruime toewijzingen op opeenvolgende (eendaagse of tweedaagse) speciale beleningen. Deze geldmarktsteun werd tegen een onveranderd tarief van 8,3 procent aangeboden. Door de ruime toewijzing was het gezamenlijke bankwezen in staat om de ontsparing van één punt op het contingentsverbruik in te lopen. Maandag was 27,5 procent van de contingentsperiode voorbij en 27,3 procent van het toelaatbare beroep verbruikt. Gisteren werd op een nieuwe, driedaagse belening toegewezen. Deze is aanzienlijk kleiner dan de vervallende belening, met het oog op de verwachte (geldmarktverruimende) netto-overheidsbetalingen.

Net als de twee voorgaande weken kwam een deel van de goudverkopen door DNB in de weekstaat tot uitdrukking. De goudvoorraad daalde met 1,6 miljard gulden, terwijl de deviezenvoorraad met 3,6 miljard gulden toenam. Het verschil hangt samen met de consolidatie van eerdere valuta-interventies. In de verslagweek bleef het in het EMS betrekkelijk rustig, zodat het interventiewapen niet behoefde te worden ingezet. De rust op de valutamarkt straalde uit op de Nederlandse geldmarkt, getuige het feit dat de rentetarieven nagenoeg stabiel bleven. De daggeldrente bewoog zich gedurende de verslagweek rond de 8,30 procent, terwijl maandag voor interbancaire deposito's ongeveer 5 basispunten meer moest worden betaald dan in de week daarvoor. De rentestructuur heeft zijn omgekeerde karakter behouden, hetgeen kan worden geïllustreerd door het feit dat maandag voor eenmaands deposito's 8,35 procent moest worden betaald en voor eenjaars deposito's 7,25 procent. Het renteverschil met vergelijkbare Duitse deposito's bleef gehandhaafd op ongeveer 25 basispunten. Vanochtend wees de Bundesbank nieuwe middelen toe tegen het (min of meer onveranderde) tarief van 8,49 procent. Ook hier is stabiliteit voorlopig troef.

Bron: Economisch Bureau ING Bank