Opec kiest een strategisch moment

WENEN, 17 FEBR. Opec heeft gisteren op papier een mooi akkoord over produktievermindering bereikt dat, wanneer het ook werkelijk door alle lidstaten wordt uitgevoerd, effect kan hebben op de oliemarkt en voor prijsherstel kan zorgen. Het nieuwe gezamenlijke produktieplafond van 23,582 miljoen vaten per dag komt ongeveer overeen met de vraag naar Opec-olie die in het tweede kwartaal wordt verwacht door het Internationaal Energie Agentschap in Parijs.

Saoedi-Arabië en Iran, de twee grootste Opec-producenten, maakten gisteravond een opmerkelijke actie bekend. Samen zullen deze twee concurrenten zich in een verklaring tot de partijen op de oliemarkt wenden en daarmee een signaal geven dat het hen deze keer ernst is met de afgesproken produktievermindering. De traditionele meningsverschillen tussen de twee landen worden terzijde geschoven. Niet langer wordt er strijd gevoerd om voorrang voor hogere olieprijzen of een hoger marktaandeel. Iran streefde als "prijshavik' altijd een krappe oliestroom na. De Saoediërs met hun enorme oliereserves daarentegen, gaven tot nu toe de voorkeur aan een zo groot mogelijke export.

Toch blijft het tegen de achtergrond van de overproduktie door een aantal Opec-landen in de afgelopen maanden de vraag of de nieuwe afspraken nu zullen worden nageleefd. Het “nieuwe” systeem van controle dat gisteravond door de secretaris-generaal van Opec dr. Subroto werd aangekondigd, is verre van waterdicht. Opec gaat voornamelijk af op de produktiecijfers die de lidstaten zelf aan het secretariaat in Wenen rapporteren. Die worden vergeleken met gegevens welke de olie-industrie in de betrokken landen verstrekken aan de vakbladen Petroleum Intelligence Weekly en Argus en het persbureau Reuter.

Bovendien werken de belangrijkste Opec-landen allemaal aan een forse uitbreiding van hun produktiecapaciteit. Voor landen die met grote economische problemen kampen, zoals Iran, Irak, Venezuela en Algerije, is de verleiding groot om ook van die capaciteit gebruik te maken. Koeweit ging pas na vier dagen heftig verzet akkoord met een vermindering van zijn produktie. Het emiraat heeft de meeste van zijn olie-installaties die tijdens de Golfoorlog waren vernield, weer hersteld. Koeweit probeert de Golfoorlog zo snel mogelijk te vergeten en ook zijn welvaart weer op het oude niveau te brengen. De afgelopen jaren bewezen de Koeweitse sjeiks dat ze desnoods ten koste van andere Opec-partners niet alleen de voordelen van een hogere olieprijs willen binnenhalen, maar tegelijk ook hun marktaandeel proberen te verhogen.

Dat leidde de afgelopen dagen tijdens de Opec-vergadering in Wenen tot forse irritatie bij andere olieministers. Vooral Saoedi-Arabië, het buurland dat Koeweit vanaf het begin van de Iraakse invasie door dik en dun heeft gesteund en honderdduizenden vluchtelingen opnam, reageerde verbitterd. “De Koeweiters moeten niet te ver gaan. Ze maken nu een heel slechte indruk bij alle coalitiepartners die het land hebben bevrijd”, zei een delegatielid.

Opec heeft zijn besluit tot produktievermindering op een strategisch moment genomen. Niet alleen de sterk gedaalde olieprijs maakte een nieuwe actie van het kartel noodzakelijk. Ook hoopt Opec dat de nu verwachte prijsstijging de Amerikaanse president Clinton zal nopen om zijn plan voor een energiebelasting af te zwakken. Twee factoren die tegelijk de benzineprijs in de Verenigde Staten sterk opstuwen, zou wel eens meer kunnen zijn dan politiek haalbaar is. Opec ziet niets in de energiebelasting die de Amerikanen tot een zuiniger gebruik moet dwingen en de olielanden op den duur met een lagere afzet opzadelt.

Opec bleef dit keer nog een extra probleem bespaard: de terugkeer van Irak op de internationale oliemarkt. Koppig blijft Saddam Hussein weigeren een klein deel van zijn olie te exporteren, in ruil voor voedsel en medicijnen, omdat hij de voorwaarden die de Verenigde Naties stellen te streng vindt. Een derde van de opbrengst zou in een VN-fonds voor herstel van de oorlogsschade in Koeweit en andere buurlanden verdwijnen, en een deel moet aan de VN worden betaald voor de kosten van inspecties in Irak.

Maar Saddam heeft met zijn boodschap van begin deze week aan president Clinton laten blijken dat hij concessies wil doen om uit zijn economisch isolement te komen. Irak neemt met zijn grote reserves de tweede plaats in op de wereldranglijst van olielanden. Opec werd 33 jaar geleden in Bagdad opgericht. Zodra de oliestroom uit dit land weer op gang komt, zal Opec ingrijpende beslissingen moeten nemen om het marktaandeel van Irak in te passen. De grootste vijanden van Saddam Hussein, Saoedi-Arabië, Koeweit en Iran, tevens de grootste olieproducenten binnen Opec, liggen vlakbij en zullen het meest moeten inleveren.