Norm overheidstekort laat Kamer nù koud

DEN HAAG, 17 FEBR. De Tweede Kamer is niet van plan op dit moment van de norm voor het financieringstekort een belangrijke zaak te maken. Dit bleek gisteren toen PvdA-leider en vice-premier Kok in de Tweede Kamer zijn vorige week in een vraaggesprek gedane uitlating bevestigde, dat de norm uit het regeerakkoord “geen ijzeren randvoorwaarde” meer is.

Minister-president Lubbers, die gisteren niet in de Kamer was, had eerder al met zijn uitspraak “niets is heilig” de indruk gewekt Kok op dit punt te steunen. Wat VVD-fractieleider Bolkestein gisteren ook probeerde, de CDA-fractie liet zich niet uit z'n tent lokken. Een VVD-motie, waarin het kabinet - conform het regeerakkoord - werd opgeroepen om vast te houden aan een financieringstekort in 1994 van 3,25 procent van het nationaal inkomen, werd door CDA-fractieleider Brinkman als “overbodig” afgedaan. Om daar in één adem aan toe te voegen: “Het is een afspraak die is gemaakt tussen twee regeringsfracties en die zal alleen worden veranderd als die fracties het hierover eens zijn”. Aan het einde van het debat kreeg Bolkestein alleen steun van de Centrumdemocraten.

Koks opmerkingen vorige week zijn ingegeven door de vrees dat de omvangrijke bezuinigen van het kabinet - in de wandelgangen worden bedragen tussen de zes en acht miljard gulden genoemd - ongunstig zijn voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Tijdens het debatje onderstreepte Kok de afspraken die zijn gemaakt tijdens de Euro-top in Edingburgh. Daarbij is de ministers van financiën opgedragen mee te werken aan een omslag van de huidige conjuncturele neergang. Wanneer het kabinet, conform de suggestie van Kok, overstapt op de doelstelling van de Economische en Monetaire Unie - een financieringstekort van drie procent van het bruto binnenlands produkt in 1994 - verlicht dat de ombuigingstaakstelling met 1 à 1,5 miljard gulden.

De opmerkingen van Kok en Lubbers preluderen op het opstellen van de zogenoemde Kaderbrief 1994. De minister van financiën schetst daarin het budgettaire kader van de begroting voor volgend jaar. Deze brief stuurt Kok volgende maand - wanneer het Centraal Planbureau de nieuwe economische ramingen gereed heeft - naar zijn collega's. Een maand later volgt dan de besluitvorming. Brinkman stelde tot zijn tevredenheid vast dat het kabinet nog niets heeft besloten. En verder. “Het kabinet is aan zet om met voorstellen te komen. Ik wil eerst die voorstellen zien en de cijfers waar ze op zijn gebaseerd”, zei Brinkman.

De opstelling van de CDA-fractie was een duidelijk tactische, want 's ochtends in het wekelijkse fractie-overleg heerste “een broeierige sfeer”. Financieel specialist G. de Jong typeerde het financieel beleid van het kabinet als “een bende”. Naar zijn mening moet het kabinet absoluut vasthouden aan de afspraken over het terugdringen van het financieringstekort want “de alsmaar stijgende rentelast verstoort de overheidsbegroting”.

Samen met zijn collega G. Terpstra (financieel woordvoerder) hekelde De Jong de opvatting van Kok dat bezuinigingen een negatief effect zouden hebben op de werkgelegenheid. Terpstra: “Minder investeringen door de overheid en het ontslaan van ambtenaren is slecht voor de werkgelegenheid. Maar als je bijvoorbeeld de sociale uitkeringen verlaagt, dan heeft dit volgens de modelberekeningen van het CPB een gunstig effcet op de werkgelegenheid.” De Jong hield in de fractie - die aan zijn lippen hing, volgens een aanwezige - een pleidooi om het mes te zetten in de subsidies aan het openbaar vervoer en de volkshuisvesting.

In de CDA-fractie heerste verbolgenheid over het feit dat Lubbers en het kabinet als geheel zich niet onmiddellijk en duidelijk hadden verzet tegen de gedachten van PvdA-leider Kok om af te wijken van het schema voor verlaging van het financieringstekort. De CDA-fractievoorzitter haakte in het debat in op de opmerking van Kok afgelopen zondag dat hij weer lijstrekker wil worden van de PvdA en dat hij streeft naar het premierschap (“Ik ga voor goud”). Brinkman: “Koss ging afgelopen zondag voor goud, maar Zandstra bleef gewoon op schema rijden.”

Na het debat lichtte minister Kok een tipje op van het schema voor de komende kabinetsperiode. In de periode 1995-1998 zou het financieringstekort jaarlijks in stapjes van een kwart procentpunt moeten worden verlaagd naar twee procent van het bruto binnenlands produkt. Maar afhankelijk van de economische ontwikkeling zou het schema aangepast moeten kunnen worden.

De PvdA-fractie is zeer ingenomen met de opstelling van de partijleider. PvdA-fractieleider Wöltgens onderstreepte gisteren dat in het Regeerakoord ook afspraken zijn gemaakt over de groei van de werkgelegenheid. Het kabinet streeft naar een gemiddelde groei van 100.000 per jaar; volgens voorlopige berekening stijgt de werkloosheid in 1993 en 1994 met 100.000 mensen.