Noodwet geeft veehouders hindervergunning

DEN HAAG, 17 FEBR. Veehouders zonder hinderwetvergunning of met een hinderwetvergunning die ontoereikend is, zullen waarschijnlijk een vergunning krijgen die is gebaseerd op de omvang van hun veestapel op 1 november 1981.

Op die datum werd de hinderwet uitgebreid met de bepaling dat bij het verlenen van vergunningen rekening moest worden gehouden met “mogelijke aantasting van ecologisch waardevolle objecten”, bijvoorbeeld door de uitstoot van ammoniak. Als de gemeente waar het boerenbedrijf is gevestigd, een plan heeft om de verzuring terug te dringen, mag ook van een later jaartal worden uitgegaan. Dit staat in de concept-noodwet die de ministers Alders (milieu) en Bukman (landbouw) gisteren voor commentaar hebben voorgelegd aan de fracties van PvdA en CDA. De concept-noodwet is een compromis tussen de ministers Alders en Bukman. Aanvankelijk wilde Alders slechts uitgaan van 1981 als peildatum. Omdat veel boeren hun veestapel na 1981 hebben uitgebreid zonder daarvoor een hinderwetvergunning aan te vragen, waren het Landbouwschap, minister Bukman en CDA en PvdA tegen een stringente toepassing van de peildatum 1 november 1981.