Nederwiet is net als tomaat een belangrijk tuinbouwprodukt; Markt voor nederwiet is vrijwel verzadigd

ROTTERDAM, 17 FEBR. In de portiek hangt een weeïge cannabiswalm. “De ventilatie van mijn plantage werkt nog niet zo goed”, zegt Adrie. “Maar in deze wijk vinden ze alles best. Ze zullen wel denken dat ik een heel zware blower ben.”

Adrie beheert in een grauwe buitenwijk van een provinciestadje zijn eigen plantage met nederwiet, de Nederlandse specialiteit. In een geblindeerde slaapkamer staan zeventig hennepplanten onder goudgeel kunstlicht te rijpen. Aan het plafond hangt een kluwen elektriciteitsdraden, stekkerdozen, ventilatoren, lampen en pompinstallaties, op de grond staan zakken hydrokorrels. “Thuiskweken gaat bijna altijd op hydrocultuur, de nieuwe generatie wietplanten hebben zo weinig weerstand dat elk contact met echte aarde fataal voor ze is. Je spuit je te pletter tegen plantenziekte, schimmel en spint”, zegt Adrie.

Vier oogsten per jaar levert zijn plantage van drie vierkante meter op, acht ons tot een kilo per keer. Officieel verbouwt Adrie de cannabisrassen Four Way, Northern Ligt en Skunk No.1. “Maar die namen zeggen niet zoveel meer. Er zijn verschillen in smaak en THC-gehalte, maar alles wordt momenteel door elkaar heen geklutst.”

Van zijn oogst, die in de koffieshop zo'n 15 gulden per gram opbrengt, ziet Adrie maar twee gulden per gram terug. Hij is dan ook in dienst van een tussenpersoon, die eigenaar is van de apparatuur, zijn elektriciteitsrekening betaalt en zijn slaapkamer huurt. “Ik ben een soort betaalde tuinman en draai op voor de ruimte en het risico. Het kost me een uur werk per week, en voor een student vormgeving is zes- tot achtduizend gulden belastingvrij per jaar een leuke bijverdienste”, zegt Adrie. Zijn opdrachtgever heeft nog twee andere kwekertjes in dienst.

In de koffieshop, waar Adrie's produkt aan de man wordt gebracht, hebben ze de markt de laatste drie jaar snel zien veranderen. Inkoper Bart, wiens dagelijkse consumptie enkele grammen bedraagt, heeft een rustige dag. “Het eind van de maand hè. Volgende week komen de uitkeringen weer binnen.” Terwijl vier jaar gelden de omzet voor ongeveer twintig procent uit wiet bestond, is het aandeel inmiddels tot meer dan vijftig procent gegroeid, zegt hij. “Eerst verkochten de klanten vooral hasj, en bungelde ergens onderaan de lijst nog twee geïmporteerd wietsoortjes. Nu hebben we een apart bord moeten aanschaffen voor de nederwiet.”

Het aanbod van nederwiet heeft Bart zeer snel zien groeien. “De markt is naar mijn idee nu wel verzadigd. We krijgen kleine jongens langs, die ons halve onsjes verkopen, maar er worden ook partijen van tientallen kilo's aangeboden.” Hij denkt dat de hoge prijzen voor nederwiet samenhangen met een stilzwijgende afspraak tussen koffieshops. “Deze handel blijft toch met een poot in de onderwereld staan. De afzetgebieden en prijsstelling van de grote handelaren worden bepaald door de softe maffia.”

Hoe de verhouding precies ligt tussen de kleine kwekertjes en de "grote jongens van de kassen' weet Bart ook niet. “De wietteelt is een enorme, onoverzichtelijke markt waar duizenden mensen een flinke zwarte boterham verdienen. Het hangt van allerlei kleine dealtjes en vreemde constructies aan elkaar. Je hebt kleine mannekes als Adrie, maar ook mensen die een flatje huren en vervolgens volzetten met wietplantjes. En natuurlijk zijn er nogal wat lieden die een kas huren, een paar oogsten draaien en dan weer inpakken.” M. Lap, medewerker van het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs, schat dat in de Amsterdamse koffieshops zo'n dertig procent van de nederwiet afkomstig is van zolderkamertjes en zeventig procent “van grootschalige teelt op bedrijfsmatige schaal.” In kleinere steden denkt hij dat het percentage "thuiskweek' hoger ligt.

Er heeft in de jaren tachtig in Nederland in de wietteelt een "groene revolutie' plaatsgevonden. De Centrale Recherche Informatie (CRI) berichtte vorig jaar in de nederwiet waarden van 9 tot 27 procent van het werkzaam bestandsdeel THC te hebben aangetroffen, terwijl dat percentage bij importwiet schommelt tussen de 0,5 en 14. Het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (NIAD), dat regelmatig metingen doet van het koffieshop-aanbod, zegt dat die cijfers sterk overdreven zijn. “Meer dan tien tot 15 procent hebben wij nooit aangetroffen,” zegt medewerker M. Lap.

Gespecialiseerde winkels in zaaigoed doen goede zaken; "fanclub' Sinsemilla in Amsterdam bijvoorbeeld is in enkele jaren uitgegroeid van een veredelde huiskamer voor hobbyisten tot een efficiënte winkel met bedrijfsruimtes, een koffiebar en een receptioniste. De meeste provinciesteden hebben inmiddels hun eigen winkels in kweekbenodigdheden. Maar over de preciese omvang van de markt bestaan slechts gissingen. Al drie jaar lang beweert CRI dat Nederwiet het zesde landbouwprodukt is, na de komkommer en voor de tomaat.

Of Nederland daarmee ook “een regionale exportnatie voor cannabis” dreigt te worden, zoals het rapport van de International Narcotics Control Board (INCB) van de Verenigde Naties deze week meldde, is de vraag. De INBC meldde dat in 1991 54 grote plantages waren opgerold en in totaal 68.000 cannabis-planten werden vernietigd. De bron lijkt een omstreden CRI-rapport te zijn van augustus 1992, waarin werd gewaarschuwd dat nederwiet een exportprodukt kan worden “wat zal leiden tot scherpe reacties in het buitenland.” Dat laatste is inmiddels uitgekomen.

R. Föster, een wietkweker van het eerste uur, noemde vorig jaar grootschalige export niet waarschijnlijk. “Wiet is een vreselijk smokkelprodukt. Het stinkt en het neemt te veel ruimte in, in tegenstelling tot hasj, dat in plakken wordt geperst. Een Duitser kan in Nederland zaden of stekjes kopen en de wiet in eigen land verbouwen. Daar is meer ruimte dan in Nederland om stilletjes je gang te gaan. En dat is ook goed voor zijn eigen winstmarge.”

Ook Lap van het NIAD denkt dat grootschalige smokkel niet voor de hand ligt: “Nederwiet is nog steeds erg duur vergeleken met wat er uit Ghana komt.” De cijfers van de CRI wijzen er ook niet op dat buitenlandse marihuana van de markt is verdrongen. In 1987 werd daar 16.619 kilo van in beslag genomen, vier jaar later, in 1991 was dat 22.330 kilo, overwegend marihuana van buitenlandse herkomst. “We gaan er vanuit dat we tien procent van de totale import onderscheppen”, zegt een woordvoerder van de CRI. In diezelfde vier jaar steeg de hoeveelheid in beslag genomen hasj van 31.998 tot 73.962 kilo.

Dealer Bart verwacht zelf in de toekomst niet veel importwiet meer te verkopen. “Ik zie het nauwelijks meer. Het is goedkoop en van mindere kwaliteit, en dat is ook een bepaald segment van de markt. Maar in dat gat wordt ook steeds vaker voorzien door Nederlandse buitenwiet uit volkstuintjes.”

(Enkele namen zijn op verzoek van de betrokkenen veranderd)