Luide blazersklanken hinderen altzangeres

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Jeffrey Tate. Soliste: Marjana Lipovsek alt, programma: Humperdinck, twee instrumentale fragmenten uit "Hänsel und Gretl', Mahler vijf Rückert-liederen, Brahms drde symfonie. Gehoord 16-2 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam. Herhaling 17-2 en 18-2.

Het getuigt van de nodige zelfkennis dat Humperdinck zich als componist nooit buiten het afgebakende terrein van de sprookjesopera heeft begeven. In het theater heeft "Hänsel und Gretl' dusdanig repertoire gehouden dat zijn naam nog niet vergeten is. Om nu de twee instrumentale fragmenten daaruit in de concertzaal uit te voeren is eigenlijk teveel eer, maar Jeffrey Tate zal daartoe hebben besloten om de aandacht niet af te leiden van Mahler en Brahms waar het bij dit Rotterdamse concert om ging. Echter, juist bij deze giganten stak Humperdinck suikerzoet af, daar hielp geen oranje spotje aan of welk ander hulpmiddel dan ook.

Van een totaal andere orde werd het programma met de vijf Rückert-liederen, door Mahler gecomponeerd tussen de vierde en vijfde symfonie, op het breekpunt van zijn groei als scheppend kunstenaar. Hun interpretatie vergt een hoge mate van ingetogenheid, waaraan een expressieve lading moet worden gegeven door een uitgesproken plastische dictie. De alt Marjana Lipovsek heeft het stemtype dat voor deze liederen is vereist. Haar vocale beheersing is volledig opgewassen tegen de gedragen tempi, maar in intensiteit schoot haar voordracht soms net iets te kort. Zij werd trouwens gehinderd door een te luide blazersklank op cruciale momenten en daartegen had Tate haar moeten beschermen.

Brahms derde symfonie werd door Jeffrey Tate neergezet zoals men dat van hem verwachten kon: spontaan en met veel gevoel voor lyriek en heroïek. Het moeilijkste bij Brahms is echter om, door een cumulatie van expressiviteit in harmonische dissonatie en nadruk op maatverschuivingen, het detail zijn plaats te geven in de spanningsbogen van lange adem. Dat bereiken alleen de allergrootste dirigenten. Het Rotterdams Philharmonisch kwam tot globale musische vervoering en dat was al heel veel. Het voorkwam in elk geval een te massieve klank en belichtte Brahms' orkestratie met inzicht in de coloristische contrasten.