Lot IJ-oeverproject meer dan ooit in handen van het rijk

AMSTERDAM, 17 FEBR. Liefhebbers van het straattheater dat Amsterdamse gemeentepolitiek heet, kwamen de afgelopen dagen bedrogen uit. Nadat vorige week voortijdig was uitgelekt dat financiële kolos Internationale Nederlanden Groep (ING) in de toekomst zal afhaken als partij in de ontwikkeling van het IJ-oever project, bleef het verdacht stil binnen de bestuurscoalitie van D66, PvdA, Groen Links en VVD.

Nu de particuliere investeerder weigert te investeren in het project ligt het lot van de IJ-oevers meer dan ooit in handen van het rijk. En meer dan ooit heeft de Amsterdamse gemmentelijke politiek besloten als een eenheid naar buiten te treden.

“De mislukking van de samenwerking met ING is een soort natuurfeit. Niemand heeft er schuld aan”, meent PvdA-woordvoerder mr. E.E. van der Laan desgevraagd. Van der Laan gold de afgelopen jaren als een kritisch volger van Jeroen Saris (Groen Links), de verantwoordelijk wethouder voor de IJ-oevers. Op zijn aandringen ontwikkelde de gemeenteraad vorig jaar het zogenaamde “slecht weer”-scenario: mocht de markt voor onroerend goed tegenzitten en ING afhaken, dan moest Amsterdam plannen achter de hand hebben. “Het ziet er naar uit dat een dergelijke situatie zich nu aftekent”, aldus Van der Laan.

Ook D66-woordvoerder B. Robbers laat zich verzoenlijk uit over het handelen van Saris. “Dat het mislukt is kunnen we hem niet verwijten. Het was nu eenmaal een deel van het risico dat we gelopen hebben”, aldus Robbers. We hebben het geprobeerd en het is vooral ING dat zich heeft teruggetrokken, nog voordat de definitieve besluitvorming rond was: zo laat zich de algemene mening binnen de gemeenteraad samenvatten.

Het bericht dat ING, nu nog samen met de gemeente in de Amsterdam Waterfront Financieringsmaatschappij (AWF), niet van plan is deel te nemen in een integrale, langdurige aanpak van de IJ-oevers kwam niet geheel onverwacht. Naar verluidt werd binnen de bank-verzekeringscombinatie al geruime tijd een kleine oorlog uitgevochten over deelname aan het project. Van enig publiek enthousiasme was van ING-zijde de afgelopen twee jaar weinig te merken en toen in de loop van het het vorige jaar duidelijk werd dat de markt van onroerend goed voor langere tijd ontwricht was geraakt, maakte weinigen in beleggend Nederland zich nog enige illusies.

Binnen het kabinet bestond al enige tijd zekerheid dat de samenwerking tussen ING en gemeente niet aan de verwachtingen voldeed. Volgens verschillende zegslieden was het definitieve besluit van ING al eind vorig jaar bekend bij de betrokken Haagse ministeries.

Het rijk is daarmee een illusie armer. De suggestie samen te werken met particuliere bedrijven was immers afkomstig uit Den Haag als onderdeel van het verstrekken van subsidies voor grote infrastructurele werken. Een publiek-particulier samenwerkingsverband (pps) leek een aantrekkelijk alternatief in tijden dat de overheid zelf de broekriem aan moet halen. In Amsterdam leidde dit tot de oprichting van het AWF, waarin Amsterdam en ING ieder voor zes en een half miljoen gulden in deelnamen. De AWF moest eerst de gemeentelijke plannen van de gemeente uitwerken en doorrekenen en zou later eventueel als financier op kunnen treden.

Achteraf bezien zijn geen van de doelstellingen waar de AWF voor is opgericht gehaald, meent dr. V.P. Kouwenhoven, werkzaam bij het organisatiebureau Van de Bunt en specialist op het gebied van de pps. Van het benutten van de winsten op bepaalde stukken IJ-oever voor de tekorten op andere stukken bleek slechts in beperkte mate sprake. En de ING voelde er weinig voor om het risico van de ontwikkelingskosten op haar schouders te nemen. De AWF is er volgens Kouwenhoven niet in geslaagd een duidelijk financieel plan te presenteren waaraan een belegger als ING zich wil committeren.

Ondanks het feit dat ING uiteindelijk de eer aan zichzelf hield, ontwikkelde de AWF zich in de ogen van de gemeenteraad gaandeweg steeds meer tot spreekbuis van ING. Geruchten dat de negen AWF-medewerkers onder leiding van directeur J. van Rijs op de loonlijst van ING stonden, maakte het vertrouwen er niet groter op.

Directeur Van Rijs geeft toe dat hij en zijn medewerkers inderdaad door ING betaald werden. Een arbeidsrechtelijke kwestie vanwege het pensioenfonds, aldus de directeur. Uiteindelijke werden de loonlasten wel degelijk door de AWF gedragen. Niettemin hebben de medewerkers, waaronder enkele voormalige gemeente-ambtenaren, van ING de toezegging gekregen dat zij bij een totale mislukking altijd nog op een dienstverband kunnen rekenen.

Over de toekomst van de AWF bestaat overigens nog weinig duidelijkheid. ING heeft aangegeven dat zij zich na het aflopen van de huidige studiefase uit het samenwerkingsverband terugtrekt. Niettemin zijn er volgens wethouder Saris nog gesprekken gaande over een mogelijke voortzetting van de AWF.

Het mislukken van de AWF betekent dat de gemeente terug moet vallen op een meer klassieke rol bij het voorbereiden en bouwrijp maken van onderdelen van de IJ-oevers. Daarbij zouden verschillende beleggers, waaronder ING betrokken moeten worden. Op het stadhuis zijn hiertoe reeds plannen in voorbereiding waarbij overigens gebruik wordt gemaakt van de tot dusver van door de AWF ontwikkelde plannen.

Belangrijk is daarbij de aanleg van de metrolijnen, die het gebied rond het Centraal Station tot een knoopunt van openbaar vervoer moeten maken. De gemeente komt vooralsnog twee miljard gulden tekort op de 1,4 miljard gulden die het rijk voor de ontwikkeling van de infrastructuur voor de Amsterdamse regio ter beschikking heeft gesteld.

Of het afketsen van de samenwerking nog enige negatieve gevolgen heeft voor de financiering door het rijk is onduidelijk. Volgens een woordvoerder van VROM studeert het ministerie nog op de mogelijke invloed. Aan de andere kant onderstreept het Amsterdamse gemeentebestuur voortdurend de door het rijk opgelegde doelstellingen voor een fikse uitbreiding van de huisvesting en inkrimping van het autoverkeer. Zonder een verbetering van het metronet is het niet mogelijk aan deze eisen te voldoen, zo is de redenering.