Kok in Brussel......en in Den Haag

HET MAATPAK VAN Maastricht begint te knellen. Alle EG-landen worstelen met de financieel-economische criteria die zijn gesteld in het Verdrag van Maastricht.

Als de lidstaten tegen het einde van de eeuw aan het avontuur van een gemeenschappelijke munt willen meedoen, dan moeten ze aan deze straffe criteria voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) voldoen. Maar nu de conjunctuur tegen zit en de rente hoog is door de verwerking van de Duitse eenwording, valt het niet mee om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Bovendien is door de Britse en Deense opstelling nog steeds onduidelijk of het verdrag van Maastricht wel door alle lidstaten zal worden goedgekeurd. Het gevolg is dat de disciplinerende werking die van "Maastricht' uitging, aan erosie onderhevig is.

In Nederland heeft minister van financiën Wim Kok de harde eisen van de EMU ter discussie gesteld, in Brussel is begin deze week dit debat door de EG-ministers van financiën gevoerd. Kok wil af van het nationale regeerakkoord en wil de vermindering van het overheidstekort zoals voor 1994 is voorzien in het licht van de conjuncturele stilstand een jaartje opschuiven. Nederland zou in 1994 net binnen de EMU-norm blijven, die een financieringstekort van maximaal drie procent van het bruto binnenlands produkt voorschrijft. Kok laat evenwel de andere norm met betrekking tot de overheidsfinanciën, beperking van de omvang van de staatsschuld tot maximaal zestig procent van het BBP, ongenoemd. Door het financieringstekort trager terug te brengen, zal Nederland nóg later dan voorzien aan deze zestig-procentsnorm voldoen.

HET ZOGENOEMDE convergentieprogramma in het kader van de EMU dat Nederland in mei vorig jaar in Brussel presenteerde, pleitte voor een gecombineerde aanpak om het begrotingstekort, de omvang van de staatsschuld en de collectieve lastendruk te verminderen. De conclusie luidde dat Nederland, gezien de begrotingsvoornemens, “..in een goede positie verkeert om al aan de EMU-criteria te voldoen bij het begin van fase twee (1994) en over kan gaan naar fase drie (in 1997 of 1999) zoals voorzien”. Kok oogstte hiermee in Brussel indertijd applaus, maar deze stelling lijkt nu te zijn verlaten.

Zowel Kok als Lubbers heeft de afgelopen dagen herhaald dat een tandje minder begrotingsdiscipline gerechtvaardigd is gezien de tegenvallende economie. Het is goed de herhaalde verkeerde inschattingen van dit kabinet met betrekking tot de overheidsfinanciën in herinnering te roepen. Het kabinet Lubbers-Kok begon in 1989 met tien miljard extra uitgaven voor nieuw beleid. Dat werd in de Tussenbalans (1991) teruggedraaid, deels met lastenverhogingen. Begin vorig jaar zette Kok de begrotingsbesprekingen bewust heel gematigd in, alsof nauwelijks meer omgebogen diende te worden. Bij de presentatie van de miljoenennota in september hield hij het nog op "beheerste tevredenheid', ook al circuleerden intern cijfers van het Centraal Planbureau die op een verslechtering van de toestand wezen.

LAGERE ECONOMISCHE groei brengt problemen met zich mee, die om creatieve oplossingen vragen door knelpunten in de economie weg te nemen. Het doel van de criteria voor de EMU moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Dat doel was om de nationale economieën en overheidsfinanciën van de EG-landen voor te bereiden op de overgang naar een gemeenschappelijk monetair beleid en één munt. Deze monetaire unie, waarbij het risico van wisselkoersveranderingen verdwijnt, is een uitvloeisel van de gemeenschappelijke markt die dit jaar in werking is getreden. Al deze inspanningen zijn uiteindelijk gericht op welvaartsverbetering in de EG en op versterking van de Europese positie ten opzicht van Oost-Azië en de Verenigde Staten. Uitgerekend de minister die als EG-voorzitter verantwoordelijk was voor de EMU-tekst van Maastricht, verwijst die doelstellingen nu naar een verdere, en dus onzekerdere, toekomst.

...en in Den Haag

HELDERHEID heeft het spoeddebat van gisteren in de Tweede Kamer naar aanleiding van de uitlatingen van minister Kok (financiën) over het financieringstekort niet opgeleverd. Dat was ook niet te verwachten. De zaak ligt zo gevoelig dat voorlopig alleen de factor tijd redding kan brengen. Vandaar dat oppositieleider Bolkestein het nakijken had. Zijn motie om het financieringstekort volgend jaar conform de afspraken in het regeerakkoord terug te brengen tot 3,25 procent van het nationale inkomen kreeg alleen weerklank bij de eenmansfractie van Janmaat. Het echte debat zal pas over een week of vijf worden gevoerd als meer duidelijkheid bestaat over de concrete kabinetsplannen. Tot die tijd is er sprake van een situatie die het best kan worden omschreven als gewapende vrede.

Want dat de mijmeringen van Kok om het rustiger aan te doen met de reductie van het tekort de verhouding tussen de beide coalitiepartners verder heeft verslechterd, is evident. Zo kort na de WAO-malaise één van de hoofddoelstellingen van het kabinetsbeleid ter discussie stellen is vragen om moeilijkheden. Kok kon dit slechts doen in de wetenschap dat de strenge afspraken over het tekort ook bij de CDA-ministers voor toenemende spanning zorgen. Zijn uitspraak was meer bedoeld om de verdeeldheid binnen het CDA te onderstrepen dan als economische analyse. Uit een oogpunt van conjunctuurpolitiek maakt het niets uit of een miljard gulden meer of minder wordt bezuinigd. Eén tegenvaller bij de AWBZ, zoals gisteren bekend werd, en het bedrag is al weer weg.

KOK, OF KAN HIER beter worden gesproken over het PvdA-campagneteam, heeft wel bereikt dat alle ogen weer zijn gericht op CDA-fractieleider Brinkman. De spanning tussen de komende en de gaande man binnen het CDA laat zich steeds meer voelen. Hoever zal Brinkman dit keer durven gaan? Tijdens het debat van gisteren hield hij nog vast aan de afspraken uit het regeerakkoord, maar het woord "nog' was tussen de regels door goed hoorbaar. Een nieuwe confrontatie met Lubbers is een weinig aanlokkelijk vooruitzicht voor Brinkman, maar een nieuwe nederlaag is dat evenzeer. Onder die druk gaat het kabinet zich binnenkort zetten aan zijn laatste bezuinigingsronde. Het is het tegendeel van een garantie voor een doordacht en evenwichtig pakket.