Justitie zet Fransman Bosio voor derde keer het land uit; "Tot over twee dagen'

DEN HAAG, 17 FEBR. “U bent erg boos?”, vraagt de receptioniste in de hal van het ministerie van Justitie, vanachter gepantserd glas en gadegeslagen door drie mannen van de bewakingsdienst. “Nee, ik ben de heer Bosio. Ik wil iemand spreken van het kabinet van staatssecretaris Kosto.”

De al twee keer uit Nederland verwijderde Franse zakenman M.G.R. Bosio kwam gisteren van een van zijn onderduikadressen naar Den Haag. Hij deed er opnieuw pogingen om toestemming te krijgen in Nederland te blijven. Als dat niet zou lukken, zou hij zich door de politie laten arresteren om opnieuw uitgezet te worden. “Om vervolgens weer naar Nederland terug te komen.” De politie van Den Haag hield hem gisteren aan, vanochtend werd hij op het vliegtuig naar Frankrijk gezet.

Zijn poging om hier een bedrijf te beginnen liep uit op wat landelijk bekend werd als de "affaire-Bosio'. Een zaak die in oktober eindigde met de conclusie van een speciale Kamercommissie dat er geen bewijzen zijn dat de Fransman, die sinds 1977 in Nederland woonde, slachtoffer werd van een complot van de Nederlandse overheid en Amerikaanse inlichtingendiensten. Deze zouden zich met drughandel hebben bezig gehouden. Justitie verklaarde hem tot "ongewenst vreemdeling' en zette Bosio begin november het land uit. Hij keerde de volgende dag per trein terug.

Via de rechter probeerde hij alsnog zijn gelijk te krijgen, maar in december sprak de Amsterdamse rechtbankpresident uit dat Bosio geen gronden had in Nederland te verblijven; hij zou onvoldoende inkomsten hebben om zelfstandig te kunnen leven. Op 30 januari werd hij voor de tweede keer opgepakt en uitgewezen, maar ook deze keer was hij een dag later in Nederland terug, met dank aan een ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Parijs die hem vijfhonderd franc gaf voor een enkele treinreis naar Nederland. Uit een paar A-viertjes van het Arnhemse importbedrijf Hupra blijkt dat Bosio in dienst is als freelance adviseur voor handelsbetrekkingen met Franse bedrijven op het gebied van elektronische apparatuur. Nu hij een baan heeft, staat volgens hem een legaal verblijf in Nederland niets in de weg. “Ik heb dezelfde rechten als iedere andere EG-burger.”

Zijn advocaat, R.J. Hamerslag, bereidt inmiddels een procedure voor bij het Europese Hof van Justitie om de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank te vernietigen. Volgens hem kan Nederland een onderdaan van een ander EG-land niet zomaar de toegang ontzeggen als hij kan bewijzen over voldoende inkomsten te beschikken.

Gisteren, aan het begin van de middag, vervoegde Bosio zich op het ministerie van Algemene Zaken, voor een gesprek met minister-president Lubbers. Maar via secretaris-generaal Hoekstra kreeg hij te horen dat de enige communicatie van overheidszijde met Bosio via diens advocaat en het ministerie van Justitie loopt. Onverrichterzake toog hij vervolgens naar de Tweede Kamer, een paar deuren verder, aan het Plein.

In de hal van het parlementsgebouw loopt hij een beetje verveeld heen en weer. In de ene hoek belt hij met zijn advocaat, bladert wat in een adressenboekje, in een andere hoek zet hij zijn zwarte molières onder de schoenpoetsautomaat. Een Kamerlid met wie hij contact opneemt kan hem nu niet ontvangen. Het is inmiddels kwart over vier en Bosio weet eigenlijk niet precies wat hij moet doen. “Waarom probeert u het niet bij het ministerie van justitie”, suggereert een journalist.

Met in zijn kielzog een paar verslaggevers en een handvol fotografen loopt Bosio even later, met in elke hand een actetas, over het Plein naar het nabije departement van Justitie. Twee passerende straatagenten kijken niet op of om. In de kantoorkolos van Justitie hoort een verbaasde receptioniste Bosio aan. De zoveelste gek die de staatssecretaris of de minister wil spreken, zie je haar denken. Terwijl de ene receptioniste een bezoeker in een tuinbroek te woord staat die een Portugees wetboek zoekt, krijgt Bosio van de andere te horen dat hij kan plaatsnemen in een belendende wachtruimte. Er komt iemand aan, zegt ze. Bosio bladert wat in een justitie-foldertje, een franstalig werkje over het vreemdelingenbeleid. Op kosten van justitie belt hij verschillende keren met zijn advocaat. “Ik heb pyama en tandenborstel bij me, ik blijf hier desnoods slapen.”

Ruim een uur later. Navraag bij een persvoorlichter van Justitie leert dat niemand Bosio te woord zal staan. “Hij is hier illegaal. We hebben de vreemdelingendienst ingeschakeld.” Even later stellen politie-auto's zich bij de hoofdingang van het ministerie op en rijdt een motoragent kleine rondjes. Ontsnappen is onmogelijk. Als alle voorbereidingen zijn getroffen, lopen vijf agenten in uniform het zaaltje binnen binnen, op aanwijzing van de portiers.

“Mag ik me voorstellen”, zegt de hoogste in rang tegen Bosio die net een telefoongesprek afrondt. Hij introduceert twee andere agenten die Bosio voor verhoor zullen meenemen naar het hoofdbureau. Dat is nu eenmaal gebruikelijk bij illegalen die aangehouden worden. Bosio laat zich door een kleine politiemacht gewillig meevoeren, verzekerd van zijn derde uitzetting. Voordat de niet als vlucht- of vuurwapengevaarlijke bekend staande Fransman plaatsneemt op de achterbank van de politie-auto, schudt hij een verslaggever de hand. “Tot over twee dagen.”