Gevangenen? Die neemt François niet

PORT-AU-PRINCE, 17 FEBR. Het witte, nu verlaten, presidentiële paleis in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince ligt op schootsafstand van het hoofdkwartier van de Police Metropolitaine. Binnen de hekken van het bruin-gele gebouw staan gloednieuwe Toyota Landcruiser jeeps en in de gangen hangen mannen rond in burgerkleding met donkere zonnebrillen en veel goud rond nek en pols. Zij wachten op de chef van de hoofdstedelijke politie, luitenant-kolonel Michel François.

Buiten de hekken heeft liever niemand met hem te maken. François, zeggen vele Haïtianen, is de verpersoonlijking van de militaire dictatuur en direct of indirect verantwoordelijk voor wat de Haïtiaanse oppositie de “duizenden doden” noemt, die zijn gevallen sinds de staatsgreep van 30 september 1991 tegen de gekozen president Jean-Bertrand Aristide. Die coup is niet, zoals vaak wordt aangenomen, uitgevoerd door de huidige leider van de Haïtiaanse strijdkrachten en dus van de militaire junta, luitenant-generaal Raoul Cedras, maar door diens ondergeschikte, overste François.

Tot op de dag van vandaag is hij “de werkelijke sterke man in Haïti”, zeggen invloedrijke Haïtiaanse zakenlieden die spreken op voorwaarde van strikte anonimiteit. Zij waren het die een vraaggesprek met François suggereerden, opdat hij “zijn slechte imago kan rechtzetten” en zo kan laten zien “wat een principiële man en uitstekende soldaat” de politiechef is.

De wereld, zegt François, heeft “een verkeerd beeld” van Haïti. “Er zijn hier groepen, van links en rechts, die elkaar voortdurend aanvallen. En als de politie twee zenglendos (Creools voor bandieten, red.) doodschiet, dan meldt de pers direct dat het om politieke opposanten gaat. Zenglendos mogen absoluut gedood worden.” En politieke opponenten? “Als we ze tijdens een gevecht doodschieten. Maar er is geen beleid om de politieke oppositie te terroriseren. Als in Los Angeles met geweld de orde wordt hersteld dan is dat law and order. Als wij het doen is het schending van de mensenrechten”. Maar: “de zwijgende meerderheid is voor het leger, want die voelt zich weer veilig in Haïti.”

Rapporten van organisaties als Amnesty International en America's Watch, alsmede van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, spreken andere taal. Amnesty in een rapport van augustus vorig jaar: “De Haïtianen leven nog steeds in voortdurende angst, terwijl hun onderdrukkers vrij zijn om ongestraft te doden en te martelen en daar geldelijke gewin bij hebben”. Zijn er politieke gevangenen in Haïti? “François neemt geen gevangenen, hij maakt ze gewoon af”, zegt een aanhanger van president Aristide.

In een hoek van de werkkamer van Michel François staat een televisietoestel voortdurend op de Amerikaanse nieuwszender CNN afgestemd, zodat elk half uur het pleidooi van Jesse Jackson is te zien voor de Haïtiaanse vluchtelingen op de marinebasis Guantánamo, die de toegang tot de VS wordt geweigerd, omdat zij besmet zijn met het aids-virus. Aan de muur hangt een stafkaart van Port-au-Prince, op een plank staat een natuurgetrouw model van het bruin-gele hoofdbureau van politie - het is een taart.

François, een licht gezette dertiger, zit aan het hoofd van een lange vergadertafel, waaraan ook zijn vrienden zitten. Bandopnames en foto's mogen niet worden gemaakt. Aanvankelijk wil hij niet on the record spreken, maar de drang om zijn “naam te zuiveren” is sterker. “Ik ben een echte bad guy voor sommige mensen: dieven, criminelen. Ik ben niet echt tegen de oppositie”. Toch is het die oppositie, aanhangers van de verdreven president Jean-Bertrand Aristide, die "Sweet Mickey', zoals zijn bijnaam luidt, ervan beschuldigen met een groep van ruim tweehonderd aanhangers een ware terreur onder de Haïtiaanse bevolking te hebben ontketend.

François ziet de gang van zaken in het decennia lang door vaak extreem onderling geweld geteisterde Haïti anders. “Sinds zeventien maanden heerst er rust en vrede. Er zijn geen wraakacties meer, niemand krijgt meer brandende autobanden om de nek geworpen”. CNN wordt afgezet en op het televisiescherm komen nu beelden van een videoband waarop lynchpartijen zijn vastgelegd uit de tijd van voor de staatsgreep. “Ziet u dat”, vraagt François verontwaardigd, “die mouw met die strepen? Daar is een sergeant in brand gestoken”.

Het politieke beeld in en om Haïti is kruiende. Sinds een week is er een door de Verenigde Naties tot stand gebracht akkoord dat voorziet in de terugkeer van de democratie en, zo wil de internationale gemeenschap, uiteindelijk van president Aristide. Vooruitlopend daarop is zondag een eerste groep van veertig waarnemers van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) in Haïti aangekomen.

De waarnemers moeten onder andere toezien op de naleving van de mensenrechten in het land. In totaal moeten zo'n 500 waarnemers van OAS en Verenigde Naties in Haïti worden gestationeerd. Overste François is voorzichtig met zijn antwoorden op vragen rondom deze politieke kwestie. Zullen na deze eerste groep van veertig ook de andere waarnemers worden toegelaten? “Dat moet nog blijken.” Wanneer Aristide weer aan de macht zal zijn ...

“Waarom denkt u dat?”

Denkt u dat het goed is voor het land als Aristide terugkeert?

“Nee”.

Moet het leger zich voortaan onthouden van politiek bedrijven?

“Ja, daar ben ik het mee eens. De coup van 30 september 1991 was noodzakelijk. De omstandigheden dwongen ons daartoe”.

De luitenant-kolonel zegt verdere vragen over het hoe en waarom van de staatsgreep “op dit moment” niet te kunnen beantwoorden. In zijn omgeving valt te horen dat het leger zich bedreigd had gevoeld door de regering-Aristide. “Tachtig procent van het leger werd vervolgd. Ze waren hun leven niet zeker.”

Volgens deze lezing van de gebeurtenissen stond, toen nog majoor, François op het punt te worden vermoord door zijn voorganger, de eens verbannen, maar door Aristide teruggehaalde en tot veiligheidschef benoemde kolonel Pierre Cherubin. In de Cafétéria, de kazerne waarover François het bevel had, werd vervolgens besloten tot een staatsgreep. François belde Cedras - die door Aristide tot interim-bevelhebber van het leger was benoemd - en liet hem de keuze: meedoen en de leiding overnemen of afwachten wat er met je gebeurt.

Zowel kringen rond François als politieke opposanten stellen dat juntaleider Cedras niet meer dan een “marionet” is in de handen van François. Maar de veelgehoorde suggestie dat de Haïtiaanse strijdkrachten verdeeld zouden zijn, wijst François af. “Het leger is een stabiel instituut”, zegt hij. “Het enige in Haïti”, voegt een vriend er aan toe.

Als verantwoordelijke voor openbare orde èn rechtspleging heeft overste François een machtige positie. Zijn tegenstanders beschuldigen hem ervan daar grof misbruik van te maken. “Sweet Mickey zegt: "de straat is van mij',” vertelt een hoge ambtenaar die loyaal is gebleven aan president Aristide. Zo gaat in het altijd van geruchten doordrenkte Haïti ook het door verschillende bronnen bevestigde verhaal, dat François kort geleden alle geldwisselaars liet oppakken om ze vervolgens een nieuwe koers voor de Gourde ten opzichte van de Amerikaanse dollar te dicteren.

Zakenlieden die ook actief zijn op de zwarte wisselmarkt bevestigen te zijn gebeld door François, waarbij deze de nieuwe koers vaststelde. François zou, zo willen andere geruchten, bovendien 1.200 Haïtiaanse dollars (het land werkt met drie monetaire rekeneenheden), oftewel zijn maandsalaris van omgerekend een kleine duizend gulden ontvangen voor elke vrachtwagenlading geïmporteerd cement. “Michel François is een man van principes”, zegt een vriend, “hij is daar niet bij betrokken”. Een hoge functionaris van Ciment d'Haïti stelt dat de prijs van een zak cement zelfs is gedaald, nu daarvoor geen quota meer gelden.

“Ik nodig de hele wereld uit iets verkeerds in mijn verleden aan te wijzen”, zegt François zelf.

Opposanten klagen erover dat één briefje van de politiechef voldoende is om een rechtszaak in het voordeel van de ontvanger van de brief te beslissen. François ontkent dat niet. “De politie moet altijd betrokken zijn bij de rechtspraak. De rechtspraak is zwak. Degene met het meeste geld wint altijd. Als je niet tevreden bent, kom je naar mij toe. Ik heb een oog voor speciale zaken, en dat laat ik de rechters weten. Ze zullen recht spreken als ze weten dat ik op ze let”.

Democratie is, in François' definitie “Dat je moet doen wat de wet je opdraagt. Jouw rechten houden op, waar die van een ander beginnen”. In het belang van de openbare orde, aldus de politiechef, moet hij demonstraties wel verbieden. Toch hoopt de politieke oppositie - die ook binnen Haïti vrij openlijk opereert - dat met de komst van de waarnemers deze situatie zal veranderen. Een woordvoerder van Aristide's Commission Présidentielle in Port-au-Prince zegt desgevraagd dat het “eerder een kwestie van weken dan van maanden” is voordat de verdreven president weer voet op Haïtiaanse bodem zal zetten. Dan lijken zijn dagen als chef politie, als officier en als inwoner van zijn land te zijn geteld. “De mensen zullen nooit accepteren dat François niet voor het gerecht komt”, zegt een aan Aristide's Lavalas-beweging gelieerde priester. Maar, zegt François, “dat hangt van God af. En ik geloof in God”.