Excentrieke ziektecijfers verhullen de industriële werkloosheid

Nederland heeft de ziekste bevolking van de Westerse wereld. Ten laste van wettelijke uitkeringen hebben we niet minder dan driehonderdduizend zieken, negenhonderdduizend afgekeurde arbeidsongeschikten en tweehonderdduizend psychotherapie-cliënten. Daarnaast onderhoudt de overheid zeshonderdduizend werklozen en driehonderdduizend bijstandsarmen. Tezamen goed voor ruim 2 miljoen wettelijk ondersteunde inactieven; dertig procent van de beroepsbevolking (15-65 jaar); een absoluut dieptepunt in de markteconomische wereld.

De excentrieke ziektecijfers van Nederland worden vaak geweten aan falende gezondheidszorg, in medische en financiële zin. Maar Nederland komt er goed vanaf, vergeleken met Amerika.

De Amerikaanse gezondheidszorg wordt gekenmerkt door een hoog medisch-technologische niveau, door extreem hoge kosten en door keiharde toegangskeuringen: "keep in the fit, keep out the lame'. Niet minder dan 35 miljoen Amerikanen (van de 240) gaan onverzekerd door het leven.

Nederland, daarentegen, streeft naar hetzelfde medisch-technologisch niveau, maar met een grotere bereikbaarheid. Nederland is democratisch ingesteld. Iedereen, rijk of arm, moet worden genezen; voor eigen rekening, of die van de overheid. In The Economist van 28 november 1992 wordt Nederland aan Amerika ten voorbeeld gesteld als "a healthy sounding sort of place'.

Nederland, helaas, heeft de slechtste economische demografie van de markteconomische wereld. Niet minder dan zestig procent van de beroepsbevolking is afhankelijk van overheidssalarissen of overheidsuitkeringen. Slechts veertig procent werkt in de internationaal wedijverende markteconomie. Nauwelijks beter dan recente werkgelegenheidscijfers uit oostelijk Duitsland.

Sociale zekerheid en gezondheidszorg in Nederland zijn uitgelopen op een nationale ramp. Wat we nodig hebben zijn geen terugdringingswetten of parlementaire enquêtes, geen symptoombehandeling of nutteloos nakaarten, maar een grootschalige, samenhangende aanpak van onze nationale kernproblemen.

De eerste prioriteit is het scheppen van de 2 à 3 miljoen bedrijfsbanen die we, internationaal gezien, tekortkomen, door een drastische verlaging van de excentriek hoge lastendruk op het bedrijfsleven (NRC Handelsblad, 7 november 1992). Dat versterkt onze economie en het ontlast onze sociale gezondheidszorg in hoge mate.

De tweede prioriteit is het benutten van de nieuwe werkgelegenheid in het bedrijfsleven voor verbetering van de algemene gezondheidstoestand. Mensen die nuttig werk doen, in een vast ploegje, onder veilige omstandigheden en goed betaald, zijn gezonder dan anderen. De instroom in de gezondheidszorg kan worden gehalveerd, de uitstroom, via bijscholing en bemiddeling volgens het Zweedse model, kan worden verdubbeld.

De derde prioriteit is de sanering van de Nederlandse sociale gezondheidszorg. Totale nationalisatie à la Simons, of totale privatisering à la Amerika biedt geen oplossing.

Sociale gezondheidszorg in Nederland vereist een tweeledige structuur. De overheid bepaalt het wettelijk kader en het onmisbare toezicht. De uitvoering daarentegen wordt toevertrouwd aan markteconomische verzekeraars, en marktconforme, geprivatiseerde, uitvoeringsorganen.

In het uitvoerende vlak is al heel wat gaande. Markteconomische verzekeraars hebben aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen ontwikkeld voor bedrijven. Totale deelneming der werknemers, zonder keuring of uitsluiting. Hoe beter gezondheid en arbeidsgeschiktheid zich in samenspel tussen verzekeraar en bedrijf ontwikkelen, des te lager wordt de te betalen premie, ten bate van alle betrokkenen.

Wettelijke uitvoeringsorganen zijn ook bezig zich om te vormen van bureaucratische afkeurings- en uitkeringsfabrieken tot gezondmakende adviesorganen voor individuele bedrijven. Prominente uitvoeringsorganen van de verzorgingsstaat en prominente markteconomische verzekeraars op gezondheidsgebied, met hun eeuwenoude actuariële (verzekerings-wiskundige) ervaring, en hun kostenbewuste wedijver om de gunst der verzekerden, zoeken naar constructieve samenwerking (Detam-Amersfoortse, NRC Handelsblad, 25 november 1992).

Pathetisch is de onmacht van de overheid. Twintig eminente topambtenaren weten precies wat er aan de hand is en wat er zou moeten gebeuren. Maar zij staan machteloos tegenover onze democratische instellingen.

Professor Geelhoed (secretaris generaal van Economische Zaken), heeft onze excentrieke lastendruk aangeklaagd, als oorzaak van ons excessief tekort aan bedrijfsbanen. Professor Zalm, directeur van het Centraal Plan Bureau, heeft via zijn ingenieuze scenario's, gepleit voor extreem vereenvoudigde overheidsvoorzieningen, aangeduid als "basisinkomen' en "ministelsel'. Daartegenover moeten, onder wettelijk toezicht, de hoofdlijnen van sociale zekerheid en gezondheidszorg worden toevertrouwd aan de markteconomie.

Coalitiekabinetten staan machteloos. Zeventig procent van de kiezers, verdeeld over alle partijen, zijn overheidsdienaren, overheidscliënten of gepensioneerden. Niet minder dan negentig procent van de volksvertegenwoordigers zijn vrijgestelde overheidsdienaren. Geen enkel coalitiekabinet, hoe ook samengesteld, kan de Gordiaanse knoop doorhakken.

Om werk en gezondheid te garanderen hebben wij in Nederland, net als in Zweden, een nationaal werkgelegenheidskabinet nodig, gedoogd door ten minste drie van de vier grootste partijen.