Drie afzonderlijke publiekstrekkers worden niet een groep; Feest naast vage woorden

Concert: Boeyen, Sacksioni & Van het Groenewoud. Gehoord: 16/2 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 21/3.

Stuk voor stuk zijn Frank Boeyen, Harry Sacksioni en Raymond van het Groenewoud geduchte publiekstrekkers. Alledrie in hun eigen idioom met een eigen aanhang, maar niet te ver van elkaar verwijderd voor een gezamenlijke concerttoernee. De één spreekt vooral romantische pubers aan, de tweede doet het voor dertigers en veertigers, terwijl de derde elk wat wils voor alle leeftijden kan bieden. De combinatie, een initiatief van Sacksioni, belooft dus een aardig avontuur van drie vedetten op zoek naar een gezamenlijke noemer. Met een beetje geluk, dacht ik, zou het resultaat op Nederlandstalig niveau even vrolijk en aanstekelijk kunnen zijn als de Traveling Wilburys, die ongedwongen topontmoeting van rock-giganten van een paar jaar geleden.

Maar die sfeer ontstaat pas tijdens de allerlaatste nummers, als de microfoons van de drie solisten naast elkaar komen te staan en de som eindelijk iets meer wordt dan de afzonderlijke delen - in de Boeyen-hit Tot bloedens toe en in de sarcastische feestnummers Gezellig en Samen zijn van Van het Groenewoud. De rest van de avond is ieder op zijn beurt solist in zijn eigen repertoire, waarbij Sacksioni en Van het Groenewoud tenminste nog actief blijven meespelen als het hun beurt niet is, maar Boeyen nauwelijks een begeleidersrol van enige betekenis speelt. Af en toe, tijdens andermans nummers, verdwijnt hij zelfs in de coulissen. Zo komt er van wederzijdse versterking weinig terecht.

Frank Boeyen houdt in dit concert voornamelijk vast aan de introspectieve liedjes die zijn handelsmerk vormen. Hij schrijft vaag mompelende woorden (“verbrande bloemen in een machteloos gebaar”) op doezelige deuntjes en roept daarmee alom tedere gevoelens op. Veel liever is mij Raymond van het Groenewoud met zijn pregnante chansons van de nacht, zijn droogkomische terzijdes en zijn door rock & roll verscheurde stem. Terecht was gisteravond de finale voor hem - zittend op een keukenstoeltje barstte hij uit in het onverslijtbare Je veux d'l'amour dat ik hem nog nooit met zoveel zelfspot had horen zingen.

Tussen die twee polen staat Harry Sacksioni als verbindende factor en leider van de stuwende, veelkleurige driemans-band achterop het toneel. Solerend op zijn acoustische gitaar kan hij preludiëren op een thema en tegelijk een ritmische onderlaag aanbrengen vol variaties. En als begeleider speelt hij de modieuze gitaar-rock die voor Boeyen en Van het Groenewoud de ideale ondersteuning vormen. Het is niet zijn schuld dat ze gedrieën zo zelden tot elkaar komen; het ligt, denk ik, veeleer aan de al te individuele repertoire-keus die de gezamenlijkheid in de weg staat. Boeyen, Sacksioni & Van het Groenewoud hadden een groep moeten worden, maar ze blijven solisten.