Daf

In de publikaties over het al dan niet voortzetten van DAF is één van de belangrijkste elementen tot nu toe niet genoemd: Wanneer een transportondernemer een truck koopt, doet hij dat niet alleen om de kwaliteit van de truck, maar evenzeer omdat hij vertrouwt in het voortbestaan van de organisatie van de fabrikant.

Dit niet alleen met het oog op de service en de onderdelenvoorziening, maar in het bijzonder ook met het oog op de latere inruilwaarde van de truck, welke voor de transportondernemer in sterke mate bepalend is voor de uiteindelijke kostprijs van de truck per kilometer.

Verdere investeringen - al dan niet uit belastinggeld - in DAF, dan wel in enig af te zonderen "gezond' onderdeel daarvan, hebben dan ook alléén zin, als aan de transportondernemer niet alleen een, op zichzelf goed, produkt kan worden geboden, maar tevens een heel grote mate van zekerheid over de toekomst van de organisatie van de fabrikant. Nu de minister van economische zaken verklaart dat DAF niet alleen verder kan, kan de transportondernemer slechts concluderen dat hij géén zekerheid heeft over de toekomst van DAF en dat hij dus géén DAF meer moet kopen, want dat hij geen enkele zekerheid heeft over wat de truck hem uiteindelijk gaat kosten.

En als de transportondernemer geen DAF's meer koopt is iedere verdere investering in DAF bij voorbaat een zinloze kapitaalvernietiging.