Bundesbank bespeurt herstel in het oosten

FRANKFURT, 17 FEBR. In Oost-Duitsland zijn de eerste tekenen van economisch herstel zichtbaar. Dit staat in het maandelijkse rapport van de Duitse Bundesbank, dat gisteren is verschenen.

In Oost-Duitsland blijkt het zuiden zich economisch sneller te ontwikkelen dan het noorden, aldus het rapport. De bouw- en dienstensector doen het beter dan de industriesector. Hoewel teleurstelling over het trage herstel overheerst in Duitsland, “is een dynamisch proces van aanpassing begonnen”, schrijft de Bundesbank. De aandacht voor het ineenstorten van veel industrieën verhult gedeeltelijk de vooruitgang op andere terreinen. Die vooruitgang komt in de statistieken niet tot zijn recht, volgens de bank.

De hoge werkloosheid blijft voorlopig het grootste probleem in het oosten, schrijft de bank. Zij wijst er echter op dat de recente stijging veeleer een weerspiegeling is van de ombuiging van verborgen naar openlijke werkloosheid dan een werkelijke stijging.

De bank schrijft ook dat “extreem pessimisme” over de economische situatie in het westen van Duitsland, ondanks de ernstige verslechtering in de afgelopen maanden, niet nodig is. Alle tekenen wijzen erop, aldus de Bundesbank, dat de terugslag beperkt zal blijven.

Vooral de zware industrie wordt getroffen door het dalend aantal orders uit het buitenland. Het aantal orders uit Oost-Duitsland bleef hoog. Ook de hoge lonen in West-Duitsland eisten hun tol in de zware industrie. “Het economische beeld in andere sectoren is over het algemeen beduidend gunstiger dan in de industrie”, aldus het rapport van de Bundesbank. De activiteit in de bouwsector bijvoorbeeld trok in het laatste deel van 1992 aan en ook de dienstensector werd nauwelijks getroffen door de recessie.

De dalende vraag heeft overigens niet geleid door dalende inflatie, aldus de Bundesbank. In december bedroeg de inflatie 3,7 procent. Op jaarbasis bedroeg de inflatie in januari 4,4 procent. De Bundesbank verwelkomde een nieuwe cao voor ambtenaren, waarbij een loonsverhoging van 3 procent is afgesproken, als een stap in de goede richting. (Reuter)