Bosnie; Een spelletje met de misère

In VN-kringen groeit de irritatie over het kennelijke Verelendungs-beleid van de Bosnische president Alia Izetbegovic. Het besluit geen voedselhulp meer te accepteren voor de 380.000 inwoners van Sarajevo zolang de belegerde moslims in Oost-Bosnië geen hulp krijgen, is voor sommigen een druppel die de emmer heeft doen overlopen: de Bosnische regering, zo zeggen zij, buit de misère uit.

De maatregel is door de inwoners van Sarajevo zelf met veel begrip ontvangen, want de solidariteit met de naar schatting 100.000 moslims in de bergen van Oost-Bosnië, die al tien maanden lang geen hulp hebben gehad, is groot. “Misschien dat de wereld nu eens naar ons luistert in plaats van op de televisie gade te slaan hoe we worden beschoten”, zo zei een van hen gisteren tegen een verslaggever.

Bij het VN-personeel in Sarajevo is het begrip heel wat minder groot. De bemanningen van de vliegtuigen die hulpgoederen aanvliegen en UNFPROFOR-militairen die het naar de stad brengen wagen elke dag hun leven om de stad van voedsel te voorzien - en dat doen ze niet om te moeten toezien hoe 2.500 ton aangevoerd voedsel in de overvolle opslagplaatsen gaat rotten omdat de Bosnische regering het weigert te verdelen.

De internationale gemeenschap heeft sinds vorige week geïrriteerd gereageerd. Sylvana Foa, woordvoerster van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, beschuldigde de Bosnische regering gisteren van “een politiek spelletje met de humanitaire hulp”. Ze wees erop dat er ondanks alle inspanningen van de VN in Sarajevo honger wordt geleden. De gemiddelde inwoner van de stad is de afgelopen maanden tien kilo lichaamsgewicht kwijtgeraakt en kinderen en bejaarden kunnen zich geen door de regering opgelegde hongerstaking veroorloven. De Franse regering beschuldigde de regering in Sarajevo eerder al van een politique du pire ten koste van de eigen bevolking - want hoe nobel de motieven van Izetbegovic ook mogen zijn, het zijn wel de gewone burgers van Sarajevo die nodeloos de dupe worden van de maatregel.

Dergelijke internationale kritiek op Izetbegovic en de moslims is nieuw. Zij zijn in de tien maanden durende oorlog de aangevallen partij en het slachtoffer van de Servische agressie, zij hebben deze oorlog allerminst gewenst. Bovendien zijn ze het belangrijkste slachtoffer van de excessen, de etnische zuivering, de moorden, de folteringen en de verkrachtingen. Als onderzoekers als VN-rapporteur Mazowiecki hun rapporten over schendingen van de mensenrechten indienen, is de tendens altijd hetzelfde: weliswaar maken ook de moslims zich schuldig aan misdrijven, maar die van de Serviërs zijn groter in omvang en aantal.

Dit imago heeft Izetbegovic en zijn moslims tot nu grotendeels gevrijwaard van kritiek. Toch zijn er wel degelijk redenen voor kritiek geweest. Ten eerste is de Bosnische president medeverantwoordelijk voor de oorlog, door in februari vorig jaar een stokje te steken voor de kantonisering van Bosnië. En bovendien hebben zijn moslims zich ook na het begin van de oorlog bepaald niet als heiligen gedragen: de staakt-het-vurens in Bosnië zijn in de meeste gevallen niet door de Serviërs als eersten geschonden, maar door de moslims; Izetbegovic heeft gevangenenuitwisselingen verboden; niet Serviërs maar moslims pleegden in de zomer van vorig jaar de bloedige “broodaanslag” in Sarajevo - de beschieting van mensen in een rij voor een broodwinkel.

En ook al zijn het vooral de Serviërs die de bevolking in Sarajevo terroriseren, het komt ook voor dat bij onderzoek blijkt dat moslim-strijders bewust op moslim-burgers schieten. Izetbegovic heeft maandenlang geweigerd met de Serviërs te praten - en zijn motieven (“ik praat niet met kindermoordenaars”) mogen begrijpelijk zijn geweest, maar de vrede was er niet mee gediend.

Ook de VN, die toch voor alles in Sarajevo zijn om de moslims te beschermen en te bevoorraden, worden soms het slachtoffer van moslim-aanvallen. Beschietingen van het VN-hoofdkwartier blijken soms door moslims te zijn gepleegd. Vorige week werd een VN-pantservoertuig door een granaat geraakt; de vier Franse inzittenden werden ernstig gewond - een van hen is inmiddels overleden. Bij onderzoek is gebleken dat de granaat door moslims werd afgevuurd en dat ze dat bewust hebben gedaan.

Sommige waarnemers - onder wie de voormalige VN-commandant in Sarajevo, de Canadees Lewis Mackenzie - verdenken de Bosnische leider ervan de bestaande misère van zijn volk niet alleen doelbewust te gebruiken in de slag om de propaganda, maar de ellende zelfs te vergroten om zijn belangrijkste doel - de internationale gemeenschap prikkelen tot een militaire interventie - te bereiken.

De hongerstaking in Sarajevo kan in dat streven passen, want Izetbegovic mag wel klagen over de "vergeten' moslims in Oost-Bosnië, hij weet heel goed dat de VN die moslims allerminst zijn vergeten en al maanden hun best doen om hen met behulp van konvooien vrachtauto's te bevoorraden.

Hoe dan ook is echter duidelijk dat de Bosnische president regelmatig dwarsligt in het vredesoverleg. Hij was de laatste die oorlog wilde, maar naarmate de moslims op het slagveld verder werden teruggedrongen, is zijn vredeswil geslonken. Hij was het die maandenlang weigerde met de Serviërs te praten. Hij was het die het vredesplan van Owen en Vance afwees - zij het niet als enige. Izetbegovic weet dat vrede-nu een bevestiging van de status quo op het slagveld en aldus impliciet een bevestiging van de Servische veroveringen inhoudt, die later nooit meer terug te draaien zijn. Steeds meer middelen heiligen nu zijn doel.