Bonn begint koopoffensief in ex-DDR

BONN, 17 FEBR. Het Westduitse bedrijfsleven wil veel meer bestellingen doen bij bedrijven in Oost-Duitsland. Het bedrag aan orders zal in de periode tot en met 1995 worden opgevoerd tot vijftig miljard mark.

“Met deze actie willen we de integratie van de Oostduitse economie in de wereldeconomie versnellen”, zei Carl Hahn, bestuurslid van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI) en ex-voorzitter van de raad van toezicht van Volkswagen, gisteren na een bijeenkomst van het BDI, de vakbonden, bondskanselier Kohl en de premiers van de vijf Oostduitse deelstaten. Op dit moment hebben 33 grote Westduitse industriële ondernemingen, waaronder Daimler-Benz en BMW, het voornemen onderschreven. Eerder kreeg Kohl al toezeggingen voor miljardeninvesteringen van de Westduitse banken en verzekeraars.

In 1992 bestelde de Westduitse industrie voor een bedrag van 24 miljard mark in het oosten van het land. In 1991 was dat 9 miljard mark. Oostduitse bedrijven plaatsten in 1992 voor een bedrag van circa 174 miljard mark aan orders bij Westduitse ondernemingen.

Tot de 33 ondernemingen behoren alle autoproducenten, alle warenhuizen en postorderbedrijven in Duitsland. Al deze ondernemingen hebben een lid van de raad van bestuur die is belast met investeringen in de voormalige DDR.

Hahn noemde het “koopoffensief” van de Westduitse industrie een bijdrage aan het solidariteitspact voor economisch herstel, waarover de Duitse regering al geruime tijd onderhandelt met de oppositie, werkgevers, werknemers in de industrie en de deelstaten.

Kohl, de vakbeweging en de Oostduitse deelstaat-premiers hebben enthousiast gereageerd op dit koopoffensief. Gevraagd of hij geen vermindering van de bestedingen in West-Duitsland vreesde zei de voorzitter van de vakcentrale DGB, Heinz Meyer: “Zonder de ontwikkeling van de Oostduitse economie komt de Duitse economie zelf in moeilijkheden. Dat gaat ons allemaal aan.”

Kohl herhaalde gisteren zijn oproep aan de vakbeweging om de voorgenomen aanpassing van de CAO's in Oost-Duitsland te heroverwegen. Per 1 april moeten bijvoorbeeld in de metaal de CAO-lonen met 26 procent worden verhoogd. De vakbeweging wil aan deze verhoging vasthouden, zij is een etappe op de weg naar nominale gelijkschakeling van Oostduitse en Westduitse CAO's in 1995. De Duitse regering en werkgevers vrezen dat de toch al noodlijdende Oostduitse industrie zulke CAO-stijgingen niet kan verwerken.

Voorzitter Franz Steinkühler van de bond IG-Metall zei gisteren in Duisburg dat de nog resterende Oostduitse staalbedrijven niet de dupe van komende saneringen in de staalsector mogen worden. De IG-Metall had in de staal- en hoogovenstad een speciale conferentie belegd over de metaalsector.

Steinkühler waarschuwde zijn leden voor de gevolgen van de wereldwijde sanering in de staalsector, waardoor ook de Duitse kolenmijnen verder in de problemen zullen raken. Hij vroeg de regering in Bonn om een actieplan tegen de “dramatische crisis in de staal”, en maakte duidelijk dat hij wantrouwend staat tegenover het Europese overleg over vrijwillige produktiebeperking dat gaande is. Volgens Steinkühler hebben de staalwerkgevers in de afgelopen jaren van hoogconjunctuur te weinig gereserveerd om de ook volgens hem noodzakelijke sanering in de sector nu sociaal verantwoord uit te voeren. De Duitse regering heeft niet willen ingaan op Steinkühlers oproep om tot een nationale staalconferentie te komen of een speciaal fonds te vormen voor het scheppen van vervangende werkgelegenheid. Daarom vindt de IG-Metall nu een nationale campagne nodig, de bond organiseert op 26 maart een nationale actiedag voor de staalsector. Dan wil de IG-Metall zo'n 50.000 werknemers een mars naar Bonn laten maken.