Behalve Raad van State en SER; Kamer wil af van alle adviesorganen

DEN HAAG, 17 FEBR. De Tweede Kamer wil af van het grote aantal adviesorganen in Nederland. Alle ongeveer 120 bestaande adviesorganen van de overheid, behalve de Raad van State, dienen binnen drie jaar te zijn opgeheven. In de toekomst moet per departement worden volstaan met één adviesorgaan.

Dit stelt een commissie uit de Tweede Kamer. Een rapport hierover, "Raad op maat', is vanmorgen gespresenteerd en wordt in grote lijnen gesteund door de fracties.

Het rapport is opgesteld door een commissie waarin alle Tweede-Kamerfracties vertegenwoordigd zijn. De door ministers te benoemen adviesraden moeten bestaan uit een beperkt aantal generalistische, onafhankelijke deskundigen. Zij brengen gevraagd of ongevraagd advies uit aan de regering binnen een eerder afgesproken termijn. De wettelijke verplichting om advies te vragen komt, als het aan de commissie ligt, te vervallen. Op het moment bestaan er zo'n 500 verplichtingen, verdeeld over 160 wetten. Als de adviesraden niet binnen de afgesproken termijn een advies weten te formuleren, “wordt de parlementaire behandeling zonder vertraging voortgezet”. “Daar wachten wij dus niet op”, aldus de commissievoorzitter, het Tweede-Kamerlid G. De Jong (CDA) vanmorgen. De Sociale Economische Raad is wegens het bijzondere kartakter van het adviesorgaan buiten beschouwing gelaten. De speciale commissie is ingesteld door de commissie-Deetman die zich bezighoudt met bestuurlijke en politieke vernieuwing.

Volgens de plannen van de commissie kan ook het parlement rechtstreeks advies vragen aan adviesorganen. Dat moet ertoe leiden dat het parlement de regering beter tegenspel kan bieden. “Veelal is de Kamer afhankelijk van het moment en de manier waarop door het kabinet informatie en of voorstellen worden ingebracht”, aldus "Raad op Maat'. Namens de drie kleine christelijke partijen onthield het Kamerlid M. Leerling (RPF) zijn steun aan deze aanbeveling van het rapport, dat voor het overige unaniem door de commissieleden wordt onderschreven.

De maatregelen die de commissie voorstelt, zijn volgens De Jong nodig omdat er een te grote verwevenheid is ontstaan tussen maatschappelijke organisaties en de overheid. Bovendien is er geen samenhang te ontdekken in het systeem van adviesorganen. Volgens de commissie blijken er geen leidende principes te zijn voor het huidige systeem, “anders dan het blijkbaar algemeen aanvaarde idee dat "het veld' betrokken diende te worden bij de ontwikkeling en uitvoering van "het beleid'.

Pag.2: Nieuw circuit mag niet ontstaan

De commissie is van mening dat overleg en advies in de nieuwe structuur strikt van elkaar gescheiden dienen te zijn. Advisering dient overgelaten te worden aan de deskundigen, terwijl overleg met belanghebbenden en maatschappelijke organisaties in een aparte overlegstructuur moet plaatsvinden. De scheiding magniet leiden tot uitholling van de adviesraden of een nieuw circuit van besluitvorming waarop het parlement geen invloed heeft, vindt de commissie.

Voor adviezen over beleidsvoornemens waarbij diverse departementen betrokken zijn, moet een intersectoraal adviesorgaan in het leven geroepen worden. Dat orgaan valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van algemene zaken.

Alle grote fracties in de Tweede Kamer onderschrijven de stelling van de commissie dat advies en overleg van elkaar gescheiden dienen te worden.De CDA-fractie in de Tweede Kamer zegt in een eerste reactie dat het rapport “veel nuttige suggesties voor een meer bij de tijdse adviesstructuur bevat”. Volgens het PvdA Kamerlid E. Jurgens biedt het rapport openigen voor een flinke sanering. Het VVD Kamerlid J. Wiebenga ziet in het rapport een bewijs dat de Tweede Kamer ook zelf aan politieke vernieuwing kan bijdragen. De fractie van D66 spreekt van een goede aanzet voor een bezinnig op nut en noodzaak van de advies- en overlegstructuur.