VN en nederwiet

“INTERNATIONALE samenwerking is onmisbaar. Een enkelvoudige, ongedifferentieerde mondiale aanpak kan echter alleen maar contraproduktief uitpakken.” Zo rekende de vorige minister van justitie Korthals Altes vijf jaar geleden al de rituele criticasters van het Nederlandse drugsbeleid uit het buitenland voor. Kern daarvan is een twee-sporenbeleid gericht op de scheiding van de illegale markten voor hard en soft drugs.

Korthals Altes sprak in het hol van de leeuw, een internationale VN-conferentie in Wenen. Zijn waarschuwing heeft niet mogen baten. Deze week is het VN-narcoticabureau in Wenen toch weer gekomen met een door misverstand gevoede frontale aanval, vooral op het nederwietbeleid, de cannabis. Hoe gebrekkig het bureau is geïnformeerd blijkt uit zijn filippica tegen legalisering van drugs. Toegegeven, D66 heeft dat punt opgeworpen tijdens de behandeling van de jongste justitiebegroting in de Tweede Kamer. Maar de teneur van dit debat was juist dat nederwietteelt en koffieshops beter moeten worden gecontroleerd. Niks geen vrijgave dus.

De ontboezeming van het VN-bureau vormt eens te meer een illustratie van de verzuchting van een Britse commentator dat “het demythologiseren van recreatieve drugs een van de moeilijkste opgaven, naast die van oorlog en vrede, is voor de mensheid”. Zomaar een voorbeeld uit Frankrijk, enkele jaren geleden: een jongen van twintig wordt opgepakt wegens het plantenmotief op zijn blouse, dat zou aanzetten tot hasj-gebruik. Het bleek het motief te zijn van een kamerplant.

DE GEFORCEERDE uniformiteit die uit de rapportage van het VN-bureau spreekt is alleen maar ideologisch te verklaren. Het Enkelvoudig Verdrag, dat ten grondslag ligt aan de mondiale samenwerking, is minder monolitisch dan de naam suggereert. Zo laat artikel 26 wel degelijk ruimte voor een beperkte toelating van cannabisteelt en -handel, mits deze maar wordt gebonden aan een vergunningenstelsel. Het zijn ook niet alleen de Nederlanders die inzien dat de oorlog tegen drugs niets oplost. Ook in een eertijds harde-lijnstaat als Duitsland weten vakmensen wel beter, zoals blijkt uit de verzuchting van een Duitse officier van justitie, onlangs in het weekblad Der Spiegel: “We hebben de straffen tegen drugscriminaliteit verdrievoudigd, en toch is zij in dezelfde tijd waarschijnlijk met meer dan het drievoudige toegenomen.”

Het Nederlandse drugsbeleid moet niet worden geïdealiseerd. De regering is er niet blind voor dat zij vaart “tussen Scylla en Charibdis”, zoals staatssecretaris Simons (volksgezondheid) het onlangs uitdrukte. Maar alleen al in termen van drugsdoden en aids-patiënten dient te worden vastgehouden aan een zakelijke aanpak.