Taiwan-spel tussen China en de EG

China heeft nog niet geprotesteerd tegen de Duitse leverantie van raketonderdelen aan Taiwan. Eerder nam Peking harde stappen tegen Parijs wegens wapenhandel met Taipei. China speelt de EG-landen tegen elkaar uit, vindt Taiwan. Waarom is er geen gemeenschappelijke opstelling?

TAIPEI, 16 FEBR. “We hebben wel een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van Taiwan”, aldus een geestige Westerse diplomaat, “doen wat je kunt zonder (door China) betrapt te worden.” De uitgelekte "geheime' Duitse leverantie van onderdelen voor Patriot- en Ram-luchtafweersystemen, zo kort na de openlijke weigering van Bonn om onderzeeboten aan Taiwan te leveren, demonstreert opnieuw hoe incoherent het beleid van één lidstaat is, laat staan van de hele Gemeenschap.

China heeft wijselijk niet gereageerd tegen de Duitse leverantie. Wellicht is die niet ernstig en omvangrijk genoeg om een crisis in de betrekkingen te veroorzaken. Bovendien heeft Duitsland zich tot voor kort voorbeeldig gedragen in tegenstelling tot (potentiële) recidivisten als Frankrijk en Nederland. Peking bestrafte eind vorig jaar Frankrijk voor de levering van Mirages aan Taiwan met het sluiten van het Franse consulaat in Kanton en het annuleren van industriële orders.

Volgens een hoge Taiwanese regeringsfunctionaris zou China niet de kans hebben de landen van de EG zo tegen elkaar uit te spelen als er eenheid onder de Twaalf bestond. Taiwan is altijd terughoudend om commentaar op wapentransacties te geven, maar de ambtenaar gaf als persoonlijk commentaar dat Duitsland de leverantie had gedaan om niet helemaal achter te blijven bij Frankrijk dat in de nasleep van de veel grotere Mirage-leverantie aan Taiwan redelijkerwijze kan rekenen op omvangrijke civiele vervolgorders, zoals de bouw van een metro, een hogesnelheidslijn en een kerncentrale.

Taiwan heeft een traditie om landen die tegen het felle verzet van China in wapens leveren, een voorkeursbehandeling in andere zaken te geven. Nederland heeft daarvan begin jaren tachtig geprofiteerd en nu is het de beurt aan Frankrijk.

Volgens de lokale Taiwanese media zijn onderhandelaars van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) momenteel in Taiwan om in het diepste geheim een formule te vinden om onderdelen en/of technologie te leveren voor de bouw van onderzeeboten aldaar. Het pakket moet zodanig zijn dat het niet tot een nieuwe crisis in de Nederlands-Chinese betrekkingen zal leiden. Het grijze gebied is de zogenoemde civiel-militaire "dual use'-uitrusting.

Het is niet meer zo dat Taiwan zonder meer ja zal zeggen als van Nederlandse zijde het groene licht wordt gegeven. De aftredende premier Hau Pei-Tsun, zelf een ex-generaal, beloofde enige weken geleden de steeds actievere rechtstreeks gekozen wetgevende vergadering dat het ministerie van defensie geen speciaal budget zal krijgen om de recente gigantische wapenaankopen te financieren.

Gedurende het jaar 1993 moet 3 miljard dollar aan aanbetalingen voor de 150 Amerikaanse F-16's en de 60 Franse Mirages worden gedaan en de Centrale Bank kondigde onlangs aan dat Taiwans betalingsbalans, die altijd een fors overschot heeft vertoond, dit jaar voor het eerst een tekort te zien zal geven, niet alleen door de aankopen maar ook door de steeds grotere investeringen op het Chinese vasteland en de stroom van privé-overmakingen naar familieleden aldaar.

Het is een van de grote paradoxen in de hedendaagse wereld, dat Taiwan zich economisch steeds dieper nestelt op het Chinese vasteland, maar tegelijkertijd de hele wereld afwinkelt om wapens te kopen ter verdediging tegen een invasie vanuit het vasteland. China blijft immers weigeren om het gebruik van geweld bij een uiteindelijke regeling van de kwestie-Taiwan uit te sluiten. En Taiwan weigert om China's voorwaarden voor onderhandelingen over "vreedzame hereniging' te aanvaarden, tenzij Peking een non-agressiebelofte doet en stopt om Taiwan systematisch te isoleren.

Taiwain vecht voor zijn voortbestaan als afzonderlijke politieke eenheid onder de formule "één land - twee regeringen', maar China laat geen kans voorbijgaan om dat te belemmeren. Niettemin heeft Taiwans internationale positie zich de afgelopen jaren dank zij economische en handelsdiplomatie, ontwikkelingshulp en wapenaankopen aanzienlijk versterkt.

“Wij hebben diplomatieke betrekkingen met 29 landen, maar substantiële betrekkingen met 59”, zei vice-minister van buitenlandse zaken John H. Chang. “Deze betrekkingen hebben steeds meer elementen van officialiteit”. Daarmee bedoelde hij dat steeds meer ministers uit die landen "privé bezoeken' aan Taiwan brengen en vertegenwoordigd worden door kantoren die op de naamplaat na ambassades zijn. In de officiële diplomatieke gids vindt men behalve Zuid-Afrika nog slechts Middenamerikaanse, Afrikaanse en Stille-Oceaanstaatjes, maar in de onofficiële lijst staan namen als American Institute, Institut Français, Anglo-Taiwan Trade Committee, Austrian Trade Delegation en Netherlands Trade and Investment Office.

Steeds meer kantoren worden geleid door diplomaten die in rang net onder een ambassadeur staan of in het Nederlandse geval tot de hogere echelons van het ministerie van economische zaken behoren. Alleen het Duitse kantoor, genaamd German Trade Office, heeft geen connecties met de regering en vertegenwoordigt alleen het bedrijfsleven. “De situatie in Duitsland is niet erg duidelijk na het aftreden van minister van economische zaken Jürgen Mölleman (die in november Taipei bezocht).

Wij moeten nieuwe connecties zien te vinden”, zegt Lin Yung-lo, adjunct-directeur van de directie West-Europa op het ministerie van buitenlandse zaken. Zich bewust van de voortdurende pressie van Chinese ambassades om de activiteiten van de Taiwan-kantoren binnen de perken te houden zegt Lin: “Geleidelijkheid is onze richtsnoer, want wij willen onze Europese vrienden niet in verlegenheid brengen.” Zijn baas, vice-minister John Chang, is minder terughoudend: “Al die pressie van China is stom en werkt averechts. Zij moeten leren van het Duitse en Koreaanse model. Eerst internationale erkenning van de twee staten en dan hereniging. Voorafgaand aan hereniging zijn Noord- en Zuid-Korea nu beide lid van de Verenigde Naties. Onze economische spierkracht is jarenlang onze internationale aantrekkingskracht geweest. Nu zijn wij ook tot de wereld der democratieën toegetreden.”