Somber klimaat voor verkiezingen

Het binnenlandse economische beleid vormt de inzet van de parlementsverkiezingen in Australië op 13 maart. Premier Paul Keating, leider van Labor, lijkt op het eerste gezicht voor een onmogelijke opgave te staan. De werkloosheid is met 11,3 procent tot een naoorlogs record gestegen. Het bruto nationaal produkt groeide in de laatste drie jaar met minder dan 2 procent en de buitenlandse schuld is tot zorgwekkende hoogte gestegen.

Het enige gunstige nieuws in de laatste weken was het inflatiepercentage van 0,3 procent in 1992. Australië heeft daarmee houder van het mondiale laagterecord. Dat was echter in de eerste plaats het gevolg van de geringe vraag en de lage loondruk en daarom geen aanleiding voor de Australiërs om in jubelstemming te geraken.

Keatings landgenoten zijn somber gestemd over hun eigen economische vooruitzichten. Volgens een opinie-onderzoek in de Australische editie van Time denkt 45 procent van de Australiërs er aan het eind van het jaar slechter voor te staan, terwijl slechts 22 procent denkt dat 1993 voor hen economische verbetering oplevert. Dat Keating de verkiezingen toch wel eens zou kunnen winnen, is vooral een gevolg van de afkeer van veel Australiërs van radicale arbeidsmarkthervormingen en de invoer van een BTW-belasting, twee intiatieven die prominent figureren op de politieke agenda van de conservatieve oppositieleider John Hewson.

De zachtzinniger aanpak van Labor, dat door nieuwe overheidsinvesteringen het land een periode van stevige economische groei wil binnenleiden, is minder bedreigend. Veel economen menen echter dat hun land tijdens het inmiddels tien jaar durende Laborbewind veel te weinig vooruitgang heeft geboekt met het efficiënter maken van de Australische economie en het intomen van de macht van de vakbonden. Nigel Stapleton, econoom van de Westpac Bank, erkent de politieke barrières. “In het huidige klimaat geldt een duidelijke snelheidsbeperking op deze hervormingen. Ondanks de lichte vooruitgang die in de laatste jaren is geboekt, dient de regelgeving van de overheid stevig te worden aangepakt”, aldus Stapleton.

Als dat eerder was gebeurd, had vooral de Australische industrie meer kunnen profiteren van de aanzienlijke waardevermindering van de Australische dollar. De munt incasseerde vorig jaar een daling van 12 procent tegenover de Amerikaanse dollar en schommelt thans rond 67 Amerikaanse dollarcent, onder het laagterecord van zes jaar geleden. Volgens de Oeso nam Australië vorig jaar de 16de plaats in op de ranglijst die de internationale concurrentiepositie voor bedrijven aangeeft, een daling van vier plaatsen ten opzichte van het jaar daarvoor.

De Australische dollarkoers wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de lage prijzen op de wereldmarkt voor landbouwprodukten en grondstoffen, die samen verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de waarde van de Australische export. Een economische injectie zou kunnen worden toegediend door een opleving in de grondstoffensector, maar de vooruitzichten daarvoor zijn ongunstig. De wereldmarktprijzen voor de meeste grondstoffen zijn laag en in Australië bestaat de vrees dat de voormalige Sovjetrepublieken Australië kunnen dwarsbomen door dumppraktijken. De Australean Mining Industry Council berichtte in december dat de winsten van de grondstofbedrijven in 1992 met 27 procent waren gedaald. Door het uitblijven van een wereldhandelsakkoord in het kader van de Gatt vervliegt thans ook de hoop van de Australische boeren op betere tijden. Door het (vrijwel) ontbreken van landbouwsubsidies in Australië kunnen de boeren niet concurrerend produceren.

Hoewel het tekort op de betalingsbalans in de afgelopen twee maanden is verbeterd door exportgroei en importdaling, is er in Australië ook zorg over de hoogte van de buitenlandse schuld, die inmiddels is opgelopen tot 42 procent van het BNP. “Die situatie is extra zorgelijk omdat een groot deel van die schuld het gevolg is van investeringen die improduktief blijken te zijn, zoals kantoorruimte en hotels. Daarvan bestaat een groot overschot”, aldus Stapleton.

Tegen deze economische achtergrond is het niet verrassend dat de Australische effectenbeurs in 1992 een mager jaar had. De belangrijkste stemmingindex, de All Ordinaries Index, daalde van 1649 tot 1530. Dit jaar wordt weinig verbetering verwacht. De aanstaande privatisering van 75 procent van de nationale luchtvaartmaatschappij Qantas, die gepaard zal gaan met de grootste aandelen-emissie uit de Australische geschiedenis, zal de vraag naar andere aandelen bovendien verder doen verminderen.