Sfeerstukjes van Marleen Gorris over een rustige straat

Verhalen van de straat, Ned.3, 20.00-20.29u.

De laatste bioscoopfilm van Marleen Gorris, de met internationale pretenties overgoten produktie The last island, dateert van november 1990. Haar volgende film, bedoeld als een kroniek over vijftig jaar uit het leven van een vrouw, kan pas op zijn vroegst in de loop van dit jaar in produktie worden genomen omdat de financiering nog niet rond is. Tussen beide gaapt straks dus een gat van minstens drie jaar. Geen wonder dat de cineaste, die feministisch getinte furore maakte met De stilte rond Christine M. en Gebroken spiegels, haar oog heeft laten vallen op de televisie als alternatieve werkplek.

De serie Verhalen van de straat, die vanaf vanavond wordt uitgezonden door de NOS, omvat vijf korte verhalen van uiteenlopende aard, onder één noemer samengebracht door ze allemaal in dezelfde straat te situeren en hoofdpersonen uit de ene aflevering als een soort edelfiguratie te laten opduiken in de rest van de reeks. De lokatie is een rustig ogende straat met negentiende-eeuwse herenhuizen, statige bomen en weinig verkeer, loom en onder een vredig zonnetje. Frans Bromet heeft zich bij die sfeer aangepast met een bedachtzame en uiterst zorgvuldige cameravoering, terwijl juist hij - met het VPRO-reeksje Buren opererend als zelfstandig programmamaker - gewend is aan een heel wat verbetener soort burengerucht.

Marleen Gorris zelf trouwens óók. Wat het meest opvalt in de sfeerstukjes waaruit de serie bestaat, is dat ze zo vriendelijk zijn. In de twee afleveringen die ik zag, waren zelfs de grootste izegrimmen na een half uur glimlachend verzoend met de situatie. De oplossinkjes hebben de charme van de eenvoud en de aantrekkingskracht van een ideale wereld: ging het allemaal in de echte samenleving ook maar zo aardig toe. Tot in de muziekkeuze (adviezen: Lodewijk de Boer) dringt dit positivisme door; de openingsbeelden worden begeleid door de dartele klanken die vroeger opklonken als het bioscoopjournaal een filmpje had over de eerste lenteboden.

In de eerste aflevering worden de oudere bewoners van een in appartementen verdeeld huis geconfronteerd met nieuwe medebewoners: een zwakbegaafd stel jonge mensen die geregeld de rust verstoren met het lawaai van een drumstel. Een kleine anecdote, die door Marleen Gorris met zichtbare toewijding wordt afgewikkeld, tot en met het wederzijdse begrip waardoor uiteindelijk de vrede kan worden getekend. De acteurs en de dialogen houden de sfeer, afgezien van een te toneelmatig gespeelde bewonersvergadering, alleraardigst in stand. Mijn favoriet in de cast is Ton Kuyl, die op de vierkante millimeter iets moois maakt van een melancholieke arts-in-ruste. Een typische mini-serie, in alle betekenissen van het woord.