Reparatie "WAO-gat' brengt vakbonden in lastig parket

ROTTERDAM, 16 FEBR. Welke prijs willen werknemers betalen voor de reparatie van het zogenoemde WAO-gat? Dat wordt het centrale thema in het net gestarte CAO-overleg voor dit jaar. Na Unilever (vorige week) struikelden gisteren de onderhandelaars in de bouw over de WAO-reparatie. En het moet wel gek lopen willen de metaalindustrie en de schoonmaakbranche zich niet nog deze week in dit rijtje voegen.

De WAO-reparatie plaatst de bonden voor een lastig dilemma. De kosten zullen weliswaar, al naar gelang het aantal WAO'ers, per bedrijf en bedrijfstak verschillen. Maar ze vormen een regelrechte bedreiging voor de andere vakbondseisen, zoals over werkgelegenheid en VUT. Officieel houden de bonden vast aan de prijscompensatie als ondergrens in hun eisenpakket. Maar vrijwel niemand twijfelt er nog aan dat de verlangde WAO-reparatie daar een flinke bres in slaat.

Kabinet en Tweede Kamer hebben met hun beslissing, de uitkeringen te verlagen van werknemers en ambtenaren die na 25 januari volgend jaar in de AAW/WAO belanden, het overleg over nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten flink in de war gestuurd. De "adempauze' van twee maanden in het CAO-overleg (vanwege de verslechterde economische vooruitzichten) zat de vakbonden al hoog, de WAO-ingreep deed de deur helemaal dicht.

Het hele CAO-scenario van de bonden lag in een klap aan diggelen. Maandenlang hadden ze zich voorbereid op onderhandelingen over uitbreiding, of desnoods behoud, van werkgelegenheid. "Werk voor loon', luidde het parool, waarin de looneis (ondergrens: prijscompensatie) een ondergeschikte rol was toebedeeld.

Maar nu het zover is, draait het in de eerste plaats om de WAO-reparatie. Werkgevers vinden het geen onderwerp voor het CAO-overleg. “Het is niet onze roeping overheidsbezuinigingen te repareren”, zei voorzitter J.L. van den Akker van de metaalwerkgevers (FME) bij het begin van het CAO-overleg in de metaalindustrie. Zijn collega's aan de andere onderhandelingstafels denken er meestal net zo over. Zij verwijzen hun werknemers het liefst door naar de particuliere verzekeraars. Die verdringen zich sinds enkele weken rond het WAO-gat met een hele trits nieuwe polissen.

De bonden willen de reparatie juist wel op de CAO-agenda. Een collectieve regeling - hetzij per bedrijfstak, hetzij per bedrijf - is in hun ogen de enige mogelijkheid om tot een betaalbaar arrangement voor elke werknemer te komen. Bovendien zijn ze gebrand op het precedent. Want is er in het Kamerdebat niet openlijk op gezinspeeld dat de nu op stapel staande WAO-ingreep nog maar het begin is?

Pag.19: Bonden preferen pensioenfonds

De werkgevers in de bouw zeiden gisteren dat ze wel willen meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van een collectieve reparatieregeling op bedrijfstakniveau. Maar ze vroegen een hoge prijs. Of de bonden maar even hun standpunten ten aanzien van het terugkopen van ATV-dagen, de bestaande VUT-regeling, de automatische prijscompensatie en de huidige aanvullingen op uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid wilden loslaten? Dat werd ze te gortig, en ze verlieten het overleg.

De kosten van de WAO-reparatie zullen naar schatting liggen tussen de 700 en 1.700 gulden per werknemer per jaar, afhankelijk van het risico dat ze lopen. In de verzekeringsbranche zal de jaarpremie aan de lage kant zijn. Reden voor de bonden te verwachten dat er in deze CAO wel een mouw aan te passen zal zijn. Ze speculeren er bovendien op dat de verzekeraars zich niet willen blameren door geen passende offerte aan het eigen personeel voor te kunnen leggen.

In een bedrijfstak als de bouw, met gemiddeld twintig nieuwe WAO'ers per dag (zondagen niet meegeteld), ligt dat echter aanzienlijk ingewikkelder. Hier eisen de bonden dat de werkgevers meebetalen. Zoniet, dan komen de lonen (door de individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) zó onder druk te staan dat het de bedrijfstak straks niet meer zal lukken nog genoeg nieuwe werknemers aan te trekken, voorspellen ze.

De bonden geven er de voorkeur aan de collectieve reparatie te regelen via de bestaande pensioenfondsen. Dat zou niet alleen goedkoper zijn, maar dan zouden ook de meeste werknemers geholpen zijn, omdat de reikwijdte van deze fondsen groter is dan die van de CAO's. Tenslotte zou het voor de minister moeilijker zijn in te grijpen in collectieve pensioenafspraken, dan in reparatie-regelingen per CAO.

Verschillende pensioenfondsen hebben de afgelopen dagen laten weten bereid te zijn de mogelijkheden van WAO-reparatie te onderzoeken. Zo studeert het pensioenfonds PGGM op het dichten van het WAO-gat voor de circa 500.000 werknemers in de zorgsector. En bij grote bedrijven als DSM en Ahold zijn eveneens collectieve reparatieregelingen in de maak, zonder dat ze het CAO-overleg belemmeren. Maar in sectoren als de bouw en de "grootmetaal' legt de compensatie van de verlaging van de WAO-uitkeringen een veel zwaardere hypotheek op het overleg. Of, zoals FNV Magazine het vorige week verwoordde: “Moet straks de bestaande WAO'ers met een inkomen van meer dan 70 procent van het laatst verdiende loon worden gevraagd solidair te zijn met hun (ex)collega's die dat niveau nooit meer zullen kunnen bereiken?”