Reparatie WAO bij DSM is goedkoop; Arbeidsongeschikte DSM-ers komen in eigen sociale werkplaats terecht

ROTTERDAM, 16 FEBR. De onderhandelingen voor nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) voor de Nederlandse bedrijven en sectoren worden door één vraag beheerst: is het - door het recente kabinetsbesluit ontstane - WAO-gat te repareren? Van de metaal-elektronische industrie tot de tourwagenchauffeurs zijn de ogen gericht op de werkgevers. Wie zwicht als eerste voor de eisen van de vakbonden om de gekorte WAO-uitkeringen aan te vullen?

Vorige week vrijdag namen de vakbonden en het chemieconcern DSM voor de eerste keer dit jaar plaats aan de onderhandelingstafel. Op de agenda stonden onder andere de regeling voor vervroegd uittreden (Vut) en het sociaal plan voor de 800 à 1000 mensen die het concern, volgens de deze maand besloten reorganisatie, de komende tweeënhalf jaar moeten verlaten. Bestuurder H. Walravens van de Industriebond FNV wist tevoren al te melden dat de WAO bij het chemieconcern geen heikel punt zou worden. Bij DSM belanden immers relatief weinig mensen in de WAO.

Vrijdagavond verkeerde Walravens in een beste stemming. Met betrekking tot de Vut lagen de standpunten nog ver uiteen, maar over de reparatie van de WAO had hij goede hoop. Walravens: “DSM heeft gezegd: "de WAO levert geen problemen op'.” De directie van DSM wilde het gesprek over de WAO ontkennen noch bevestigen. Hoogstwaarschijnlijk vreesde het chemieconcern een berisping van de centrale werkgeversorganisaties VNO en NCW, waarbij de onderneming is aangesloten. Als het om herverzekering van ingrepen in de WAO gaat, willen deze centrale werkgeversorganisaties dat de ondernemers één gesloten front vormen.

Toch is de kans groot dat het werkgeversfront als eerste bij een bedrijf als DSM scheurt. De WAO is voor DSM geen groot probleem. Afgelopen jaar raakte slechts 0,15 procent van de 10.500 werknemers van het chemieconcern (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt, terwijl landelijk 1,7 procent van de beroepsbevolking in de WAO terecht kwam. Anders gezegd: van de duizend werknemers in Nederland kwamen 16 à 17 mensen in de WAO terecht, van de duizend werknemers bij DSM slechts 1 à 2 mensen. Zowel voor de werknemers als voor de DSM-directie heeft een eventuele aanvulling van de WAO-uitkering dus nauwelijks financiële consequenties.

De WAO-cijfers van het chemieconcern roepen andere vragen op. Is DSM zo'n gezond bedrijf dat bijna geen werknemer arbeidsongeschikt raakt? Dat kan, maar lijkt onwaarschijnlijk in een fabriek waar het personeel veel zwaar werk en arbeid aan de lopende band verricht en waar bovendien nog een aantal oud mijnwerkers werkt. Dit aantal is weliswaar gering, maar van mijnwerkers is bekend dat ze vaak op relatief jonge leeftijd "versleten' zijn.

De oplossing blijkt te liggen in de eigen sociale werkplaats van DSM. Dit Fonds Sociale Instelling (FSI) is alleen toegankelijk voor gedeeltelijk afgekeurde DSM-werknemers en hun familieleden. In alle andere delen van Nederland valt zo'n sociale werkplaats onder de verantwoording van gemeenten en is deze toegankelijk voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten uit verschillende bedrijven in de regio. “Maar in Limburg is DSM een beetje de overheid”, verduidelijkt FNV-bestuurder Walravens.

De sociale werkplaats van DSM is opgericht in de tijd dat de staatsmijnen nog open waren. Om de mijnwerkers voor wie het werk onder de grond te zwaar was toch aan het werk te helpen, richtte DSM tientallen jaren geleden onder meer een eigen schoenenfabriek, een draadbomenfabriek (waar onder meer elektriciteitskabels voor auto's worden gebundeld) en een tuiniersbedrijf op.

Op dit moment werken 1.470 gedeeltelijk afgekeurde DSM-werknemers in de eigen sociale werkplaats. Voor DSM zijn dit relatief goedkope arbeidskrachten. De overheid betaalt immers - volgens de Wet op de Sociale Werkvoorziening - 80 procent van hun loon, het chemieconcern vult de overige 20 procent aan. Omdat iedere plaats bij de overheid moet worden aangevraagd, is het van belang voor DSM dat het aantal plaatsen in ieder geval niet vermindert. In dat geval loopt het bedrijf immers de financiering van de overheid mis en moet een nieuwe aanvraagprocedure voor een gesubsidieerde plaats worden gestart.

De sociale werkplaats bij DSM komt tegemoet aan de wens van het kabinet om (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten aan het werk te houden. Een klein beroep op de WAO is het gevolg. Het wachten is dan ook op het antwoord van DSM op de eis van de bonden om de ingrepen in de WAO te verzachten. Maar de directie van het DSM wil zijn vingers niet branden. Eerst moet er overeenstemming zijn over de Vut, dan pas is de WAO aan de beurt, aldus DSM. De volgende onderhandelingen tussen DSM en vakorganisaties hebben op 12 maart plaats.