Rapport adviseert lager aantal transportregio's

DEN HAAG, 16 FEBR. Het aantal transportregio's in Nederland moet van negen worden teruggebracht naar vijf. Hierdoor zouden verladers en vervoerders, die binnen zo'n regio een optimale organisatie van de distributie nastreven, een beter rendement kunnen behalen.

Dit beveelt de organisatie Nederland Distributieland aan in een rapport over de vorig jaar opgerichte transportregio's. Voorzitter N. Kroes van Nederland Distributieland heeft het verslag vanmorgen aangeboden aan minister Maij-Weggen van verkeer en waterstaat.

Volgens Nederland Distributieland zijn transportregio's nodig om de toenemende vraag naar goederenvervoer in goede banen te leiden. Prognoses gaan bij voorbeeld uit van een verviervoudiging de luchtvracht via Schiphol tot 2010. In die zelfde periode zou het aantal containers dat wordt verscheept via de Rotterdamse haven kunnen groeien van 2,5 miljoen tot 6 miljoen. Het internationale wegvervoer, de binnenvaart en het goederenvervoer per spoor krijgen 200 miljoen ton meer te verwerken.

Omdat uitbreiding van het rail- en wegennet jaren vergt, moeten volgens Nederland Distributieland nu alle vervoersmogelijkheden “creatief benut” worden. Dit betekent dat in transportregio's moet worden samengewerkt door overheid, verladers en aanbieders van alle soorten vervoer (wegvervoer, luchtvaart, binnenvaart, railvervoer) om hun activiteiten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Ook zal er afstemming tussen de regio's onderling moeten komen. Alleen dan kan worden voorkomen dat vanaf een te groot aantal knooppunten vervoer naar dezelfde bestemming worden geboden, waardoor de wegen toch nog dichtslibben, aldus Nederland Distributieland.

In de loop van vorig jaar hebben zich negen transportregio's gevormd: de Rijn/Maasdelta, Amsterdam/Schiphol, Noord-Nederland, Twente, Arnhem/Nijmegen, Noord-Limburg, Zuid-Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. De vijf regio's die Nederland Distrbutieland hiervoor in de plaats zou willen zijn: Randstad, Scheldemond, Noordoost-Nederland, Zuidoost-Nederland en, in verband met de komst van de Betuwelijn, Arnhem/Nijmegen.

Volgens G. van Aardenne, voorzitter van de transportregio Noord-Nederland, is de spontane totstandkoming van transportregio's (na de publicatie in 1991 van het rapport "Op weg naar intermodaal vervoer' dat hiertoe opriep) “een teken dat er behoefte is aan concentratie” in vervoerend Nederland. Hij ziet geen overlap met de zogeheten vervoerregio's, waarvan er volgens een door minister Maij-Weggen ingestelde commissie 21 zouden moeten komen. In vervoerregio's moeten openbaar vervoer en wegvervoer op elkaar worden afgestemd.