Ramp in München

Deze dagen was het 35 jaar geleden dat een BEA-vliegtuig, komende uit Belgrado en met een tussenlanding in München achter de rug, bij het vertrek uit de hoofdstad van Beieren verongelukte. Het was slecht weer, het sneeuwde en de startbaan was glad. De grote vogel, Lord Burghley genaamd, ramde een huis en vloog in brand. Het was de derde poging tot starten en de gevolgen waren verschrikkelijk. In het toestel zat het complete elftal van Manchester United, dat zojuist een kwartfinale voor de Europese beker tegen Rode Ster BeLgrado achter de rug had. Het was goed gelopen voor de Britten, want via de 3-1-stand waren de Busby Babes doorgedrongen tot de halve finale. De stemming moet dus rooskleurig zijn geweest. Onder leiding van de onbetaalbare Matt Busby vormden de Mancunians trouwens een voortreffelijke eenheid op zowel als buiten het veld. Maar de gevolgen van de crash waren gruwelijk: zeven spelers overleden op slag, een stierf in het ziekenhuis. Sommigen overleefden de ramp: Bobby Charlton, Dennis Voilett, Ken Morgans, Bill Foulkes, Harry Gregg en linksbuiten Albert Scanlon. De acht, die het niet overleefden, waren: Duncan Edwards, Eddy Colman, Mark Jones, Tommy Taylor, Roger Byrne, David Pegg, Liam Whelan en Geoff Bent. Edwards leefde iets langer dan de andere slachtoffers, maar ook hij - de grote, pas 21 jaar jonge middenvelder van Manchester United en het nationale Engelse elftal - mocht niet verder leven.

De Engelse voetbalgemeenschap was verdoofd door de klap. Hoewel Busby, die wekenlang tussen leven en dood zweefde en uiteindelijk beter werd, bestond de ploeg als zodanig niet meer. In eigen gelederen waren de gaten niet op te vullen, nog afgezien van de omstandigheid dat vele overlevenden mentaal uit hun evenwicht waren en voorlopig niet in staat om op het veld prestaties te leveren. Maar de Engelse voetbalbond schoot te hulp en de publieke opinie stond massaal achter de gehavende ploeg. De transferbepalingen werden even niet van toepassing verklaard voor Manchester United en van overal werden nieuwe spelers aangetrokken. Minder dan een uur voordat moest worden aangetreden tegen Sheffield Wednesday voor een clubmatch, werd onder andere Stan Crowther van Aston Villa aangetrokken en onmiddellijk opgesteld. United degradeerde niet, United overleefde en bereikte tien jaar later een absoluut hoogtepunt in haar lange historie door in de finale om het Europa Cup I-toernooi op Wembley het Portugese Benfica te verslaan. Dat was toen voor een niet gering deel het werk van George Best, de kleine Noordier, die niet in alles een carrière had om tevreden op terug te zien, maar die de club van Busby (soms een trotse, soms een wanhopige "vader' voor Best) in 1968 naar grote hoogten opstuwde. Best had de ramp van München niet meegemaakt. Twee oudgedienden (Bobby Charlton en Bill Foulkes) hadden dat wel. Zij waren er nog bij in '68. Ik bezit een foto van Busby met Charlton en Foulkes na de overwinning op Benfica. Busby staat er het duidelijkst op. Indien ik ooit voetbalgeluk gemengd met het verdriet vanwege München op een gezicht verenigd heb gezien, dan was het op die foto. Er stierf bij die ramp ook een journalist - en niet zomaar een: Frank Swift, de doelman van Engeland in Huddersfield in '46, waar Oranje met 8-2 werd verpletterd. Swift werd verslaggever nadat zijn spelerscarrière was verstreken. Een reus van een kerel en de goedmoedigheid zelve.

Gezien het grote aantal vlieguren dat prominente spelers via clubs en land moeten maken - de linkerwing van Feyenoord met Frans Bouwmeester en Coen Moulijn was destijds een uitzondering, terwijl ook Abe Lenstra een afkeer van vliegen had - is het aantal dodelijke crashes beperkt gebleven. Al herinneren ouderen zich de vliegramp welke het elftal van Torino meemaakte toen de machine waarin men huiswaarts vloog, een kerktoren in de buurt van Turijn raakte en neerstortte. Eén van de slachtoffers was de vader van Sandro Mazzola, de latere ster van Inter. En recent is natuurlijk de ramp bij Parimaribo, waarbij het Kleurrijk Elftal werd gedecimeerd.