Overleg over verlenging mandaat VN-troepenmacht; Kroaten en Serviërs onder druk

LJUBLJANA, 16 FEBR. Vandaag zitten, als alles loopt volgens het plan van bemiddelaars Cyrus Vance en Lord Owen, in New York de delegaties van de Kroatische regering en van de Servische minderheid in Kroatië sinds lange tijd weer aan de onderhandelingstafel. Ze moeten het eens worden over de verlenging van het mandaat van de VN-vredesmacht dat op 21 februari afloopt en zich beraden over de status van de omstreeks een half miljoen Serviërs die in de vier door de VN-blauwhelmen gecontroleerde zones in Kroatië leven. De Serviërs hebben daar al in 1991 eenzijdig een "Republiek Servisch Krajina' uitgeroepen. De Kroatische regering eist dat deze gebieden, zo'n kwart van het Kroatische grondgebied, weer onder haar controle wordt gebracht.

Eigenlijk hadden de beide partijen al vorige week om de tafel moeten zitten; dat ging echter niet door omdat de Serviërs weigerden naar New York te reizen. Zij eisten dat de Kroatische regering eerst haar troepen, die op 22 januari in Krajina in het offensief waren gegaan, zou terugtrekken, waartoe resolutie 802 van de Veiligheidsraad Zagreb immers verplichtte. Pas zondag heeft de Kroatische regering zich daartoe bereid verklaard.

De Kroatische ambassadeur bij de VN, Mario Nobilo, verklaarde zondag in New York dat Kroatië bereid is zijn troepen tot 10 kilometer buiten de demarcatielijnen terug te trekken. In ruil hiervoor zou ook het Joegoslavische leger zich 10 kilometer van de Kroatische grens moeten terugtrekken. Hij maakte echter niet duidelijk of terugtrekking van de Joegoslavische troepen een voorwaarde is voor het vertrek van de Kroatische troepen uit Krajina. Ook verzuimde hij een datum te noemen waarop de Kroatische troepen zich terugtrekken. Voor de Servische delegatie was de toezegging van Nobilo blijkbaar genoeg om dit keer wel naar New York te gaan.

Of de Servische delegatie echter bereid zal zijn ook daadwerkelijk te onderhandelen, blijft de vraag. De Servische delegatie, die bestaat uit de president van "Servisch Krajina", Goran Hadzic, parlementsvoorzitter Mile Paspalj en minister van buitenlandse zaken Slobodan Jarcevic, heeft verklaard dat “praten zinloos is wanneer de Kroaten en de VN niet bereid zijn Servisch Krajina als een zelfstandige staat te erkennen”.

Het belangrijkste punt van de onderhandelingen is de verlenging van het VN-mandaat. Met de resultaten van de nu al een jaar durende vredesoperatie in Kroatië is eigenlijk niemand tevreden. De Kroaten zijn ontevreden omdat de Servische milities niet zijn ontwapend en de 250.000 Kroatische vluchtelingen nog steeds niet naar hun huizen in de Servische gebieden kunnen terugkeren. Volgens het vredesplan dat 3 januari vorig jaar in Sarajevo door de strijdende partijen ondertekend werd, hadden deze beide zaken vóór 21 februari gerealiseerd moeten zijn. Van een overdracht van de door de VN beheerde regio's aan de Kroatische regering is al helemaal geen sprake geweest. Nobilo zei zondag dat Kroatië slechts bereid is het VN-mandaat te verlengen wanneer het de garantie krijgt dat deze bepalingen alsnog worden gerealiseerd.

De Serviërs van hun kant zijn ontevreden omdat de blauwhelmen “niet in staat zijn gebleken het Servische volk te beschermen” tegen de Kroaten, toen die op 22 januari in het offensief gingen. Ze zijn daarom niet bereid hun wapens bij de vredesmacht in te leveren. Nog minder zijn ze bereid in te stemmen met de overdracht van de Servische gebieden aan de Kroatische regering. De Serviërs redeneren dat “de Republiek Kroatië en de Republiek Servisch Krajina beide gelijkberechtigde opvolgers zijn van de voormalige Socialistische Republiek Kroatië”. De blauwhelmen mogen van de Serviërs wel blijven, maar, zo vinden zij, de VN-troepenmacht moet zich beperken tot het bewaken van de grenzen van Servisch Krajina om hen te beschermen tegen de “Kroatische Ustasa”.

Volgens secretaris-generaal Boutros-Ghali zijn zowel de Kroaten als de Serviërs verantwoordelijk voor het falen van de blauwhelmen. De Serviërs zouden de tenuitvoerlegging van het akkoord van Sarajevo frustreren, de Kroaten zouden met hun offensief het hele vredesproces weer naar het nulpunt hebben gebracht. Boutros-Ghali dreigt nu de 14.000 blauwhelmen uit Kroatië terug te trekken wanneer de Kroaten en de Serviërs het niet eens worden over de verlenging van het VN-mandaat. Hij heeft de Veiligheidsraad voorgesteld het mandaat slechts tot 31 maart te verlengen om onderhandelingen alsnog een kans te geven.

Inmiddels gaan de gevechten door, en dat doet vrezen dat de beide partijen ook dit keer niet van plan zijn serieus over een politieke oplossing te praten. Of het dreigement om de blauwhelmen terug te trekken de partijen tot compromissen zal verleiden is de vraag. Zowel de Kroaten als de Serviërs hebben herhaaldelijhk verklaard de blauwhelmen liever kwijt dan rijk te zijn. Daarnaast wordt er door beide partijen aan getwijfeld of Boutros-Ghali het dreigement ook werkelijk kan of wil uitvoeren: bij het vertrek van de blauwhelmen uit Kroatië zou immers de burgeroorlog direct oplaaien. De kans is daarom groot dat er opnieuw een onderhandelingsronde begint waarvan al bij voorbaat moet worden gevreesd dat zij geen bijdrage zal leveren aan een mogelijke politieke oplossing in het voormalige Joegoslavië.