Onvolledig advies Volkshuisvesting kost acht miljoen

DEN HAAG, 16 FEBR. Bijna acht miljoen gulden is het totale bedrag dat het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM) straks heeft gestort op de rekening van het Utrechtse organisatie-adviesbureau Terpstra & Tukker. Daarvan wordt ruim 1,1 miljoen gulden betaald voor werkzaamheden die dit bureau niet zal verrichten, omdat het departement eind vorig jaar de samenwerking verbrak.

Beide partijen zijn dat “in redelijkheid en billijkheid” met elkaar overeengekomen, zo antwoordden minister Alders (VROM) en zijn staatssecretaris Heerma gisteren op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer weten. Terpstra en Tukker, die op 17 december aan de dijk werden gezet na een interview in NRC Handelsblad, hoeven dus geen schadeclaim in te dienen, zoals zij eerder overwogen.

Het bureau werd in 1990 te hulp geroepen bij de reorganisatie en de afslanking van de volkhuisvestingspoot van het ministerie, het directoraat-generaal volkshuisvesting (DGVH). Op een ministerie dat jaarlijks bijna 15 miljard gulden spendeert, is een bedrag van 8 miljoen gulden een betrekkelijk gering bedrag. Maar het is hoog genoeg om de bij het opmaken van de balans nader te kijken naar de besteding ervan. Vooral ook om wat staatssecretaris Heerma op 7 januari in zijn nieuwjaarstoespraak tot het DGVH-personeel herhaalde: “Wij moeten op een uiterst zorgvuldige en verantwoordelijke wijze met elkaar omgaan - dat geldt in het bijzonder voor de werkgever - opdat wij, bij leven en welzijn, later in Huize Avondrust elkaar recht in de ogen kunnen kijken en zeggen: dat hebben wij niet alleen formeel, maar ook materieel op een verantwoorde en verantwoordelijke manier gedaan.”

De accountantsdienst van het ministerie heeft gekeken naar de kosten die Terpstra & Tukker bij het departement hebben gedeclareerd. Conclusie: van de bijna 6,8 miljoen die Terpstra en Tukker voor wel verrichtte werkzaamheden in rekening hebben gebracht, is “de rechtmatigheid in voldoende mate komen vast te staan”.

Het bureau T & T heeft voor dat geld tussen november 1990 en juli 1992 52 rapportages uitgebracht en talloze adviezen gegeven, onder meer aan DGVH-medewerkers hoe zij binnen of buiten hun organisatie aan een nieuwe baan konden komen. Vooral dat laatste ging op een wijze die sommige ambtenaren buitengewoon verkeerd in het keelgat schoot; een irritatie die zich als een olievlek over het DGVH verspreidde.

In december vorig jaar culmineerden de gebeurtenissen: de Dienstcommissie (het ambtelijke equivalent voor de ondernemingsraad) zegde het vertrouwen op in directeur-generaal L.H. Kokhuis, de hoogste volkshuisvestingsambtenaar die de eerste verantwoordelijke was voor het aantrekken en handhaven van Terpstra & Tukker. Secretaris-generaal Den Dunnen moest gaan bemiddelen, de publiciteit maakte zich van het conflict meester, Kokhuis zag zich genoodzaakt de relatie met T & T alsnog te verbreken en de beeldvorming die over het DGVH was ontstaan, werd verwoord - en ook krachtig tegengesproken - door Heerma: “Het DGVH is een zooitje en de DGVH-ambtenaren zijn in overwegende mate een stel minkukels.”

Op het departement ontstond grote behoefte aan wat zich het best laat samenvatten met "rust in de tent'. Het verbreken van de relatie met T & T was daarvoor een belangrijk middel. Is dat ook een afkoopsom van 1,1 miljoen gulden voor personele en materiële kosten die T & T al voor 1993 hadden gemaakt, waard? Het Tweede-Kamerlid Versnel-Schmitz van D66, die de bewindslieden herhaaldelijk met vragen over deze affaire heeft bestookt, vreest van wel. “Ik denk dat dit onontkoombaar is”, zei ze vanochtend in een eerste reactie op de antwoorden die gisteren werden verstuurd. “Al vind ik de omvang van de bedragen lastig te beoordelen.”

Het contract tussen het DGVH en T & T was elk moment wederzijds opzegbaar, hebben Alders en Heerma laten weten, maar de betekenis daarvan blijkt betrekkelijk. “Verbreking van de relatie door het DGVH voordat specifieke rekeningen door T & T voor dit project met de opdrachtgevers zijn verrekend, impliceerde een vordering van T & T op het DGVH voor het resterende bedrag”, schreven de bewindslieden gisteren. “In de opdrachtbevestigingen van de zijde van VROM is hiervan geen afstand genomen.”

Of zulke contracten ook verstandig zijn, daarover laat de politieke top zich niet uit. Wel blijkt uit de antwoorden dat het bureau T & T destijds is aangetrokken nadat weliswaar ook met andere bureaus oriënterende gesprekken waren gevoerd, maar zonder dat ten minste drie andere adviseurs offerte was gevraagd, hoewel dat de gebruikelijke procedure zou zijn geweest.

Intussen gaan de reorganisatie en de afslanking van het DGVH door; honderden ambtenaren moeten of elders solliciteren of binnen het departement ander werk gaan doen. De laatste signalen zijn dat dit proces onverminderd pijnlijk is en de spanningen nog steeds groot zijn. Terpstra en Tukker zijn weg, maar van rust in de tent is geen sprake.