Offers gevraagd

ZIJN BELANGRIJKSTE verkiezingsbelofte heeft president Clinton gisteravond in een televisietoespraak vanuit het Witte Huis gebroken.

Al jarenlang wordt het Amerikaanse publiek door economen en politici links van het midden voorgerekend hoezeer de financieel-economische politiek van Reagan en Bush de middenklasse heeft benadeeld. Een deel ervan is op hetzelfde welvaartsniveau blijven staan, een deel moet het zelfs met aanzienlijk minder doen. Clinton heeft in zijn campagne de zogenoemde Reagan-Democraten, de Democratische overlopers van 1980 en daarop volgende jaren, dan ook teruggelokt met de belofte van belastingverlaging en veiligstelling van hun sociale zekerheid. Hij stelde zich op als de kandidaat van het midden, niet van de van politiek en samenleving vervreemde onderklasse, zoals in de meer radicale vleugel van zijn partij gebruikelijk is.

In een vocabulaire, die herinnert aan Churchill en Roosevelt, heeft Clinton aangekondigd dat ook de middengroepen offers zullen moeten brengen om de staatshuishouding weer op orde te brengen. Het financieringstekort bleek bij het aantreden van de nieuwe regering nog groter dan verwacht: 292 miljard dollar over het verstreken fiscale jaar, en de nationale schuld is sinds 1980 verviervoudigd. Niet minder dan een flinke dosis “patriottisme” en een grote bereidheid “de wapens op te nemen” teneinde deze “onbeheersbare” getallen onder controle te brengen zullen volgens de president nodig zijn.

Clinton heeft zijn ommezwaai verstandig genoeg aan het begin van zijn presidentschap geplaatst. Nu immers kan hij nog de verantwoordelijkheid voor de financiële wanorde bij zijn Republikeinse voorgangers deponeren en het: Ik had graag anders gewild, maar ik kan niet anders, voor zijn kiezers aannemelijk trachten te maken. Uit de eerste timide reacties mag worden afgeleid dat bij het opmaken van de rekening van twaalf jaar Republikeins bewind, van de kant van de oppositie voorlopig geen al te grote woorden zijn te verwachten.

WAT VOOR perspectief heeft een politicus te bieden die het volk om offers vraagt? Dat, als die offers worden gebracht, het later beter wordt. Clinton plaatst zijn belofte trefzeker op een voor de middenklasse gevoelige plek: de toekomst van haar kinderen. De Amerikaanse middengroepen waren gewend geraakt aan verbetering van de levensomstandigheden per generatie, maar juist de afgelopen jaren is daar de klad in gekomen. Clinton verbindt zijn vraag om offerbereidheid op tactische wijze met de gerede kans die trend weer om te buigen: “Als wij een betere toekomst willen voor onszelf en onze kinderen, is een verandering absoluut noodzakelijk.”

De offers komen eerst, de inlossing van de presidentiële belofte komt later. Clinton heeft aangekondigd op 150 posten te willen bezuinigen. Morgen zullen de details daarvan officieel worden bekendgemaakt, maar er is al het nodige uitgelekt en de vraag rijst hoeveel tegendruk de president zal hebben te overwinnen om de voorgenomen structurele bezuinigingen en ombuigingen daadwerkelijk te incasseren. Ook de Amerikaanse democratie is de melkkoe geworden van talrijke en veelsoortige belangengroepen en zij zullen zeker in het geweer komen wanneer vanuit het Witte Huis ook maar één vinger naar hun geheiligde domeinen zal worden uitgestoken.

Ten slotte is het Amerikaanse Congres al vele jaren in Democratische handen, en de klacht van Republikeinse presidenten over de spilzucht van dat Congres was niet zonder grond. Clinton zal de baronnen van zijn eigen partij in het Capitool en de pressiegroepen waaruit die partij bestaat de nodige discipline moeten opleggen, wil hij in staat zijn om de door hem gevraagde offers ook te gebruiken waarvoor zij bedoeld zijn. Of president, Congres en electoraat erin slagen de trojka te vormen die de Amerikaanse staatshuishouding weer uit het moeras trekt, moet dus nog even worden afgewacht.