Noorden lonkt naar tuinders in het Westen

SEXBIERUM, 16 FEBR. Of de Friezen echt zo stug zijn, vraagt een tuinder uit het Westland aan zijn collega K. Groenewegen die twee jaar geleden verkaste van Naaldwijk naar het Noordwestfriese Sexbierum. “Ach”, antwoordt de paprikateler, “er zijn ook stugge Westlanders en van de Groningers is ook wat te zeggen”.

Veertig tuinders uit het Westland waren afgelopen week op uitnodiging van de Friese commissaris der Koningin Hans Wiegel op bezoek in Friesland, om zich te oriënteren op vestiging daar. Groenewegen vertelde hen dat hij het naar zijn zin heeft in het "hoge Noorden'.

Twee jaar geleden besloot de nog jeugdige ondernemer eigen baas te worden en verliet hij het bedrijf van zijn vader. De relatief hoge grondprijzen in het Westland (45 tot 55 gulden per vierkante meter, tegen gemiddeld tien gulden in het Noorden), het gunstige klimaat voor glastuinbouw in Friesland en de ruime aanwezigheid van arbeidskrachten daar deden Groenewegen besluiten een nieuw bedrijf te beginnen in Sexbierum.

In januari vorig jaar ging de promotiecampagne "Verkassen naar het Noorden. Een glashelder idee' van start, op initiatief van de drie noordelijke provinciebesturen. Ondersteuning komt van de Stichting Promotie Glastuinbouw Noord-Nederland, waarin drie Noordelijke glastuinbouwgebieden samenwerken: Noordwest-Friesland (omgeving Sexbierum), Hoogezand-Sappemeer (provincie Groningen) en Emmen. Door middel van advertenties in vakbladen, informatieavonden, open dagen in de kassen en aanwezigheid op beurzen probeert de stichting glastuinders uit het Westen naar Noord-Nederland te lokken. Voor de campagne, die in totaal drie jaar duurt, is 1,5 miljoen beschikbaar uit onder meer de ISP-pot (Integraal Structuurplan Noorden des Lands).

Inmiddels hebben zich als direct gevolg van de campagne drie tuinders in Emmen en drie in Sexbierum gevestigd en neemt een glastuinbouwer uit de omgeving van Amsterdam binnenkort een bedrijf over in de omgeving van Hoogezand.

Volgens K. Smit van de gemeente Hoogezand-Sappemeer zijn het niet zozeer de economische als wel de sociale aspecten die doorslaggevend zijn voor een verhuizing naar het Noorden. “We merkten het toen we op de Tuinbouw-Vakbeurs in de RAI stonden. Veel tuindersechtparen kijken verlekkerd naar de promotievideo. Lage grondprijzen, rust, ruimte, geen verkeersopstoppingen - dat trekt hen aan. Maar ze zeggen vaak dat ze in het Noorden te ver afzitten van familie en vrienden.”

Een extra financieel voordeel in de vorm van een investeringspremieregeling zou, aldus Smit, in de toekomst dan ook mogelijk moeten worden voor tuinders die naar het Noorden verkassen. Volgende maand spreekt hij hierover met het Groninger provinciebestuur. “Sommige bedrijven hebben vijftien mensen in dienst en zijn in een gebied belangrijk voor de werkgelegenheid. De IPR zou ook moeten worden toegepast op de glastuinbouw”.

Veel tuinders in het Westland kampen met ruimtegebrek, zoals chrysantenteler A. van Paassen uit De Lier. Hij overweegt daarom verplaatsing van zijn bedrijf. “Het scheelt me 4,5 ton als ik hier in Friesland een nieuw bedrijf neerzet. Aan extra transportkosten ben ik hier wel 15.000 gulden kwijt, maar die vallen in het niet bij dat bedrag.”

Nu het slecht gaat in de tuinbouw, staan tuinders niet te trappelen om te verhuizen, beseft A. Nauta van de Stichting Promotie Glastuinbouw Noord-Nederland. Toch is hij hoopvol. “We hebben adressen van meer dan 100 tuinders die op korte termijn willen of moeten verhuizen als gevolg van ruimtegebrek en die belangstelling hebben voor het Noorden.”