Lubbers maakt zich sterk voor Nederlands drugsbeleid; "Nederland toegewijd partner bij internationale aanpak drugshandel'

DEN HAAG, 16 FEBR. Door het maken van onderscheid in hard en soft drugs is het gebruik van verdovende middelen in Nederland “erg laag” in vergelijking met andere landen. Het aantal drugsverslaafden onder minderjarigen is de afgelopen tien jaar bovendien aanzienlijk gedaald.

Dit schrijft minister-president Lubbers aan de president van de International Narcotics Control Board (INCB), Schröder, in een reactie op de kritische opmerkingen die deze in Wenen gevestigde instelling van de Verenigde Naties in het gisteren verschenen jaarverslag maakt over het Nederlandse drugsbeleid. De INCB zegt dat het tolerante beleid ten aanzien van het gebruik van soft drugs er mogelijk toe zal leiden dat Nederland een belangrijke regionale producent van cannabis wordt.

Namens Justitie en WVC wijst Lubbers erop dat het beleid ten aanzien van koffieshops waar drugs worden verkocht, wordt aangescherpt nadat het afgelopen jaar een aantal gevallen van misbruik is geconstateerd. “De aanwezigheid van hard drugs, handel op grote schaal, verkoop aan minderjarigen en opzichtige verkoop van soft drugs zal niet worden getolereerd. Gemeentelijke overheden steunen dit beleid door koffieshops te sluiten die overlast bezorgen”, aldus Lubbers.

De premier laat verder weten dat Nederland een toegewijd partner zal zijn bij de internationale aanpak van de drugshandel en “een enthousiast voorstander is van de oprichting van Europol”, de Europese politie-organisatie die drugsmisdrijven moet bestrijden. Nederland wil de vestigingsplaats worden van het hoofdkwartier van Europol.

Tweede Kamerlid Van der Burg (CDA) zegt dat de INCB terecht de vinger legt op het soft drugsbeleid. “Er is een grotere beheersbaarheid nodig van de koffieshops. De omvang van de nederwiet-produktie is zeer verontrustend omdat er veel geld mee is gemoeid en de teelt op grote schaal criminaliteit aantrekt”.

Van der Burg pleit voor meer samenwerking met Duitsland om het drugstoerisme aan te pakken. Hij noemt het verder tekenend voor de “loopgravenoorlog” tussen Justitie en WVC, dat Lubbers reageert op de kritiek over het drugsbeleid. Justitie wil een strenger beleid door het eerder intrekken van vergunningen voor koffieshops. Van der Burg zegt aan de zijde van Justitie te staan.

Ook Dijkstal (VVD) zegt zich zorgen te maken. “Het is al erg genoeg dat Nederland doorvoerhaven is voor drugs. We moeten oppassen dat we geen produktieland worden. Niet alleen voor soft drugs dreigt dat gevaar maar ook voor amfetamine en ecstasy”. Eind maart vergadert de Tweede Kamer over het drugsbeleid. De Kamerleden hopen dat er dan een uniform kabinetsstandpunt ligt.

Plaatsvervangend directeur van de volksgezondheid, R.J. Samsom, zei vorig jaar zomer bij het afscheid van enkele collega's op het ministerie van WVC dat het niet verstandig zou zijn onder druk van de INCB of van Europese regeringen een "kernstuk' van het Nederlandse drugsbeleid in te leveren. Samsom kwam tot de conclusie dat het Nederlandse drugsbeleid niet kan worden gebaseerd op de VN-verdragen.

Hij verklaarde dat de schaalvergroting van de hennepteelt in Nederland “gewoon als strijdig met de bepalingen van de Nederlandse wet en met het VN-verdrag inzake verdovende middelen van 1961 moet worden gekwalificeerd. Vroeger of later worden wij geconfronteerd met de vraag of deze onverenigbaarheid met de internationale rechtsorde nog veel langer kan worden gehandhaafd.” Samsom schetste twee mogelijkheden: “De strafbedreigingen worden bij wetswijziging verhoogd en de repressie wordt verscherpt, of wij bedenken een vorm van legalisatie, waarin de hennepteelt, de produktie en distributie worden geregeld, en waarin feitelijk de huidige situatie wordt gestabiliseerd. Kiezen wij voor de bestaande internationale rechtsorde (...) dan zal het beleid leiden tot verergering van de verslavingsproblematiek en bederf van het strafrecht.”

Kiezen voor een vorm van legalisatie van hennepteelt betekent kiezen voor het belang van de volksgezondheid, van de nationale rechtsorde en voor lagere en beter bestede collectieve lasten, aldus Samsom. Nadat de uitspraken van Samsom over legalisatie van de hennepteelt tot Kamervragen had geleid, distantieerde staatssecretaris Simons (volksgezondheid) zich van de uitspraken van zijn topambtenaar.

Volgens de auteur van een boek over de Opiumwet en momenteel strafrechter in Rotterdam, mr. R.C.P. Haentjens, is een antwoord op de vraag of het Nederlandse drugsbeleid in strijd is met internationale verdragen vooral “de uitkomst van een meer politieke waardering. Met de verdragen kun je alle kanten uit”. Hij wijst erop dat de INCB “altijd heeft gejammerd” over het Nederlandse drugsbeleid. “Die kritici kijken nooit rond in parken en steden. Iedere delegatie die in Nederland het drugsbeleid onderzoekt is onder de indruk en gaat opgewekt naar huis maar daar worden ze weer snel ondergesneeuwd met oude standpunten”.