Kwetsbare gevangene weet weinig van Aids; ”Toestaan van het ruilen van spuiten in de bajes is hypocriet'

Aids en herone zouden in het veigheidsbeleid voor de Nederlandse gevangenissen een veel grotere rol moeten spelen. In de praktijk blijkt justitie daar niet goed raad mee te weten.

UTRECHT, 16 FEBR. Bij justitie noemen ze het ”spuiten spitten'. Met de regelmaat van de klok houden gevangenbewaarders in cellencomplexen een strooptocht op zoek naar heronespuiten. Drugs in een strafinrichting zijn nu eenmaal verboden en gedetineerden bijzonder vindingrijk, zodat ”spitacties' onvermijdelijk lijken. Toch bestaat in kringen van hulpverleners het idee dat justitie wat minder aandacht zou moeten schenken aan de repressie, zodat er meer ruimte komt voor Aidspreventie.

Justitie beraadt zich inmiddels op een nieuwe aanpak en wil voor 1 april een beleidsnotitie ”Drugs in strafinrichtingen' uitbrengen. De huizen van bewaring en de gevangenissen lijken een ideale plek voor zoiets als Aidspreventie. Van de 20.000 gedetineerden die jaarlijks de strafinrichtingen binnenkomen, is ruim eenderde verslaafd aan hard drugs en van hen zou de helft spuiten. In de gevangenissen voor kort en middellang gestraften zou zelfs tweederde van de gedetineerden verslaafd zijn.

“Hier heb je ze bij elkaar en hebben ze tijd genoeg”, zegt S. Hoogveld, preventiemedewerkster van het Utrechtse Centrum Maliebaan voor verslavingszorg. Bij wijze van experiment heeft zij gedurende een jaar in het Utrechtse huis van bewaring gesprekken gevoerd met gedetineerden over Aidspreventie. Zo'n 340 man werden bereikt en, in tegenstelling tot wat de autoriteiten hadden verwacht, bleken zij zeer bereid om over het onderwerp te praten. Onlangs is de Jellinekkliniek een soortgelijk voorlichtingsproject begonnen in de Amsterdamse ”Bijlmerbajes'.

Voorlichting is geen overbodige luxe, zo ervoer Hoogveld. Veel gedetineerden denken dat ze via een muggenbeet met Aids kunnen worden besmet of dat anale sex weinig risico's zou opleveren. Hoogveld voerde in kleine groepen van zes man gesprekken over dit soort zaken. Na afloop bleken de deelnemers in ieder geval het juiste antwoord op een aantal vragen te geven. In de gesprekken komen ook de voor- en nadelen van een Aidstest aan de orde, “maar ik zal tegen een gedetineerde nooit zeggen of hij zich wel of niet moet laten testen”, aldus Hoogveld.

Onlangs is het Centrum Maliebaan ook begonnen met voorlichting aan het personeel van strafinrichtingen. Het beleid van justitie op het punt van Aids is sinds 1987 vooral gericht op de veiligheid van het personeel. Maar ook daarin moet nog veel verbeteren, constateert M. van Doorninck, medewerker van het Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs (NIAD). “In 1984, toen de problematiek voor het eerst speelde, is het personeel op vrij grote schaal voorgelicht, maar dat zou regelmatig moeten gebeuren. Als het personeel zich immers onveilig voelt, is dat heel slecht voor het klimaat in de inrichtingen.”

Als preventiemaatregel voor de gedetineerden is voorgeschreven dat in alle instellingen condooms verkrijgbaar moeten zijn, maar dat is niet overal het geval, constateert de Utrechtse rechtenstudente M. Zijl in een recent onderzoek ”Gezondheidszorg in de bajes'. In ieder geval wordt weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid, onder meer omdat de gedetineerden er geen weet van hebben. Ook de macho-cultuur is voor veel gevangenen een belemmering om een condoom te kopen. Hoogveld: “Zet een automaat naast de cola-automaat, zodat ze het anoniem kunnen aanschaffen”.

Spuitenruil ligt gevoeliger. “Het is hypocriet”, stelt justitiewoordvoerder G. Verhoog. “Het beleid is nu juist om het drugsgebruik tegen te gaan.” Ondanks de principiële opstelling van justitie zijn er inmiddels 14 speciale drugvrije afdelingen bij huizen van bewaring en drie gevangenissen met een drugvrije vleugel. Daar is druggebruik ”absoluut” verboden en krijgen gedetineerden begeleiding van medewerkers van een Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs.

Voor de overige gevallen geldt het advies van een interdepartementale werkgroep uit 1991 dat ze hun spuit en naald vijf minuten moeten kunnen uitkoken op een kookplaatje ter desinfectering. Zijl concludeert dat zo'n advies “moeilijk serieus genomen kan worden. Allereerst moet er een kookplaatje op de cel aanwezig zijn. Daarnaast loop je vijf minuten de kans om gesnapt te worden met het risico als strafmaatregel geïsoleerd te worden”.

Dat laatste zal iedere verslaafde willen vermijden, want het betekent een ”cold turkey”, een dagenlange pijnlijke lichamelijke en geestelijke reactie als gevolg van de onthouding. Een dergelijke maatregel wordt door Zijl ernstig ontraden, want het leidt vooral tot wraakgevoelens bij de gedetineerde.

De bezwaren van justitie zijn niet alleen principieel, maar ook praktisch, zegt Verhoog. “Een spuit kan gebruikt worden als wapen, niet alleen bij een steekpartij, maar ook bij zelfverwonding.” Ook NIAD-medewerker Van Doorninck heeft zijn twijfels over spuitenruil. “Het is vooralsnog utopisch, want justitie voelt er nog helemaal niets voor. En we weten nog niet of het Aidsvirus zich toch niet sterker zal verspreiden als er meer spuiten beschikbaar komen. Ik ben voorstander van een dubbele moraal, zoals die ook in de maatschappij geldt. Daar zijn drugs ook verboden, terwijl het gebruik wordt toegelaten. Minder onderdrukken en meer in goede banen leiden. Je zou de mensen kunnen wijzen op de mogelijkheid om de heroine te roken in plaats van te spuiten.

“Men zou ook wat soepeler met methadonverstrekking moeten omgaan. En als een bewaarder dan een zilverpapiertje in een cel ontdekt, laat ie dat dan door de vingers zien. Nu kan zo'n gedetineerde 14 dagen isolatie krijgen. Dat gebeurt ook als iemand betrapt wordt tijdens het uitkoken van zijn spuit. Zo iemand is uiterst verantwoord bezig, dan is het toch onzin om hem te straffen?”