Kwaad van de prins

Een betrouwbare zakenrelatie had hem de naam van de geadresseerde doorgegeven, schrijft Prince Nelson Unadik in zijn brief uit de Nigeriaanse hoofdstad Lagos.

De kwestie is namelijk deze: hij zoekt een buitenlandse bankrekening om 20 miljoen Amerikaanse dollars op te laten storten. Tijdens het laatste burgerregime in Nigerië hebben de partijleden elkander zo bekwaam de bal toegespeeld, aldus de prins, dat er een grote hoeveelheid overheidscontracten tegen veel te hoge tarieven werd afgesloten met bedrijven waarin ze zelf belangen hadden. Het huidige militaire bewind heeft ruimhartig goedgevonden dat een deel van die contracten toch nog wordt nagekomen en dus uitbetaald. Het probleem is alleen dat veel van die vroegere partijleden zich nu in ballingschap bevinden en niet in staat zijn hun claims op de Nigeriaanse overheid te verzilveren.

Als er nu maar een bedrijf uit het buitenland zou zijn dat zich te Lagos manifesteert als betrokken partij, dan zouden die gelden alsnog kunnen worden geïncasseerd. Er valt, zoals gezegd, 20 miljoen dollar te halen. De uiteindelijke verdeling is als volgt: 30 procent voor de buitenlander die de bankrekening van zijn bedrijf ter beschikking stelt, 60 procent voor de prins en zijn kompanen en 10 procent voor de kosten van de transactie. De prins belooft voorts dat hij die 60 procent deels zal gebruiken om produkten van de geadresseerde in Nigeria te importeren. Even de vereiste gegevens over uw bankrekening opsturen, plus vier blanco vellen briefpapier met het briefhoofd van uw onderneming, en de zaak is binnen veertien dagen beklonken.

Zo had de Bilthovense pr-adviseur Hans Boom, aan wie de brief van Prince Nelson Unadik was gericht, met enkele simpele handelingen 6 miljoen dollar kunnen verdienen. In plaats daarvan legde hij het Nigeriaanse schrijven lachend terzijde.

Indien Boom informatie en briefpapier had opgestuurd, zou hem al snel een nieuwe brief hebben bereikt - met de vraag of hij, ter bestrijding van de aanloopkosten, enige duizenden dollars zou willen voorschieten. En daarna had hij nooit meer iets vernomen.

De prins bestaat niet. Zijn naam is verzonnen en zijn adres is slechts een brievenbus. Hij behoort tot een organisatie die de afgelopen maanden soortgelijke brieven schreef aan Engelse zakenlieden. Eén ervan belandde in de postbus van Esther Rantzen, producer en presentatrice van de BBC-consumentenrubriek That's life. Zij besloot er, ten behoeve van haar programma, op te reageren. Haar staf richtte op haar naam een fake-onderneming op en toen Nigeria toehapte, werd op 16 januari in een hotelkamer te Lagos een afspraak gearrangeerd tussen een "zaakgelastigde' van mevrouw Rantzen en een tussenpersoon van de imaginaire prins. Vooraf had de BBC-ploeg er een camera verstopt. Nadat het begin van het onderhoud was vastgelegd, betrad de Nigeriaanse politie het vertrek en arresteerde de tussenpersoon.

“De man zit nog steeds in verzekerde bewaring,” aldus BBC-researcher Chris Choy, die de rol van zaakgelastigde speelde. “Men hoopt uiteraard de namen van de grote jongens van hem los te krijgen, want het is een enorme frauduleuze onderneming op internationale schaal.”

Zijn onderzoek bracht aan het licht dat er alleen al door Engelse zakenlieden 200 miljoen pond naar Lagos is overgemaakt, in de hoop er rijk van te worden. Dat de prins nu ook in Nederland actief is, wist hij nog niet. “Wel in Oost-Europa. Daar heb je heel veel naïeve zakenlieden die nog niet opgewassen zijn tegen zulke internationale bendes.”

In zijn Bilthovense kantoor heeft Hans Boom bij toeval ontdekt hoe men in Nigeria aan zijn naam is gekomen. Als hij post krijgt van de IPRA, de internationale vereniging van pr-adviseurs, staat er per ongeluk een komma tussen de straatnaam en zijn huisnummer. Op de adressering van de brief uit Lagos prijkte diezelfde overbodige komma. “Interessant”, zegt Chris Choy, “maar daarmee is de IPRA nog niet geïncrimineerd. In Lagos is een enorme handel gaande in adresbestanden.”

Sinds er eind januari in That's life aandacht aan werd besteed, is de Engelse markt voor de Nigerianen drooggevallen. Van een stukje in een Nederlandse krant zou, zo beaamt de BBC-medewerker, dezelfde waarschuwende werking kunnen uitgaan.