Kamer neemt stelling tegen "diploma-inflatie'; Strengere eisen voor HAVO

DEN HAAG, 16 FEBR. De HAVO-opleiding moet veel zwaarder worden. De HAVO moet worden omgevormd tot een echte vooropleiding van het hoger beroepsonderwijs. Ook in het VWO moet scherper worden geselecteerd. Dat vinden staatssecretaris Wallage (onderwijs) en de regeringsfracties CDA en PvdA in het parlement. Een Kamermeerderheid van PvdA, VVD en Groen Links vindt dat de HAVO voortaan zes jaar moet duren, een jaar langer dan nu. Dit bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over de bovenbouw in het voortgezet onderwijs.

Kamerlid W. van de Camp (CDA) zei dat door de verzwaring de hoogste klassen van HAVO en VWO tussen de 10 en 20 procent minder leerlingen zullen tellen. Wallage merkte op dat de scholen vaker dan nu de vraag zullen stellen: “Zal deze leerling de HAVO of het VWO wel aankunnen?” Veel leerlingen voor wie de bovenbouw van de HAVO te moeilijk wordt geacht, zullen vanuit de derde klas van de HAVO moeten doorstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs.

De Kamer neemt met deze aanpak stelling tegen de zogenoemde diploma-inflatie: de tendens dat leerlingen opleidingen kiezen boven hun niveau. Door scherpere selectie na de eerste drie jaar voortgezet onderwijs moet het niveau van MBO, HAVO en VWO stijgen en voortijdige schooluitval worden bestreden, zo vinden de Kamer en de staatssecretaris. “Wanneer 20 procent van de beginners in HAVO-4 geen diploma haalt of wanneer vijftig procent van de starters in het MBO de eindstreep niet haalt, dan zijn dat cijfers die om verbetering schreeuwen”, aldus PvdA-Kamerlid T. Netelenbos.

Staatssecretaris Wallage kreeg gisteren steun van de Kamer voor zijn plan om de vrije keuze van het eindexamenpakket in HAVO en VWO te vervangen door drie of vier zogenoemde doorstroomprofielen. In 1996 moet dit vervolg op de basisvorming gereed zijn. De vernieuwing kost extra geld en vrijwel alle fracties vinden dat dit er ook moet komen. Maar Wallage gaat er vooralsnog van uit dat invoering zonder extra middelen mogelijk is.

Wallage zei “geen brood te zien” in verlenging van de cursusduur van de HAVO tot zes jaar. Zo'n extra jaar kost te veel geld. Ook CDA en D66 zagen er weinig in. PvdA-Kamerlid Netelenbos zei echter niet te begrijpen dat de zwakkere HAVO-leerlingen een jaar minder krijgen ter voorbereiding op het hoger onderwijs dan de sterkere VWO-leerlingen. “De leerstof kan bij een langere duur veel beter beklijven”, vond ook de VVD.

Pag.3: Hogeschool moet havist bijspijkeren

Minister Ritzen zei dat als dat voor de aansluiting op het HAVO nodig zou zijn, vooral de technische opleidingen in het hoger beroepsonderwijs de mogelijkheid moeten krijgen om door verlenging van de opleiding de ontbrekende kennis van de havisten bij te spijkeren.

Invoering van deze "doorstroomprofielen', die de aansluiting op het HBO en de universiteiten moeten verbeteren, zal het HAVO en het VWO ingrijpend veranderen. De inhoud van het algemene deel, dat voor alle eindexamenkandidaten het zelfde zal zijn en van de drie of vier keuze-profielen zal nader worden vormgegeven door een "stuurgroep' van onderwijsdeskundigen, die Wallage binnenkort zal benoemen. Wallage wil het liefst vier profielen: twee bèta-gerichte en twee meer alfa-gerichte, maar het CDA ziet meer in twee of desnoods drie profielen. De stuurgroep moet onderzoeken welk aantal de beste aansluiting op het hoger onderwijs garandeert.

Wallage wil, gesteund door de Kamer, dat ook de manier van lesgeven vernieuwd zal worden: niet zozeer gericht op de kennisoverdracht van een leraar voor de klas, maar meer op actieve leervormen voor de leerlingen. Hiervoor is een "cultuuromslag' nodig. Zijn voorstel om de normen voor de leerlingen in de bovenbouw niet langer in lesuren uit te drukken maar in "studiebelasting' zoals ook op de universiteiten gebruikelijk is, werd echter afgekeurd door het CDA, dat weinig mogelijkheden zag voor een cultuuromslag. Niettemin zal de stuurgroep ook dat plan verder uitwerken.