Inter Milaan won met catenaccio twee Europa Cups

ROTTERDAM, 16 FEBR. Internazionale was jarenlang de club die het meest verdedigende voetbal speelde. De club, die in 1908 werd opgericht door ontevreden leden van AC Milan, boekte met die stijl niettemin de grootste successen. De Argentijnse trainer Helenio Herrera introduceerde in 1960 bij Inter het roemruchte catenaccio-systeem en won daarmee tweemaal de Europa Cup, in 1964 en 1965.

De tijden zijn veranderd. De periode van de snelle Jair, de slimme Mazzola, de leider Suarez, de tovenaar Corso en de onpasseerbare verdediger Facchetti is al lang voorbij. In 1971, '80 en '89 werd de club weer kampioen. De laatste keer zelfs met het recordaantal van 58 punten. In 1991 won Inter de UEFA Cup. Het voetbal was weliswaar niet groots en aansprekend, maar met spelers als Altobelli en de Duitser Rummenigge en later zijn landgenoten Matthäus, Brehme en Klinsmann, de harde verdedigers Ferri en Bergomi en de toen beste doelman ter wereld, Zenga, was Inter onder trainer Trapattoni voor even aartsrivaal Milan de baas. Milan staat bekend als de volksclub, Inter is de chique club van de stad.

Het San Siro werd in 1979 na de dood van de grootste speler die Inter die ooit had omgedoopt in Giuseppe Meazza-stadion. Voor medebewoner AC Milan heet het stadion gewoon nog San Siro.

Waar AC Milan voorliefde heeft voor Nederlanders, geeft Inter de voorkeur aan Duitsers. Matthäus, Brehme en Klinsmann waren nog niet verdwenen of president Ernesto Pellegrini kocht de voormalige Oostduitser Matthias Sammer van VfB Stuttgart. Rondom hem, de Rus Sjalimov van Foggia, de Urugayaan Ruben Sosa van Lazio en de Joegoslaaf Darko Pancev van Rode Ster moest de nieuwe trainer Osvaldo Bagnoli (hij kwam van Genoa) een elftal bouwen dat AC Milan en Juventus kon verslaan.

De poging slaagde maar ten dele. Inter staat nu weliswaar op de tweede plaats, maar op acht punten van stadgenoot Milan. Sammer werd een maand geleden al weer verkocht aan Borussia Dortmund. Hij had aanpassingsproblemen. Pancev maakt zijn reputatie als topscorer niet waar en speelt zelden. Alleen spelmaker Sjalimov en in mindere mate linkerspits Sosa voldoen in het countervoetbal dat Bagnoli voorschrijft.

Vorig jaar werden niet alleen Sjalimov, Sammer en Pancev gekocht, maar ook Totò Schillaci, topscorer WK '90, toen van Juventus, maar sindsdien niet meer dé oude Toto. Hij behoort nog steeds tot de selectie. Wordt hij straks een concurrent of medespeler van Bergkamp?

Voor het eerst sinds 15 jaar behoort er geen speler van Inter tot de nationale selectie van Italië. Bondscoach Sacchi heeft niet alleen Schillaci gepasseerd, maar ook de oudjes in de verdediging, Bergomi, Ferri en Zenga, afgedankt.

Met Bergkamp en Jonk - die zich nu een interista mogen noemen - in het elftal lijkt Inter een andere aanvallender koers te willen varen. Wanneer het duo veronderstelt een vaste plaats te krijgen, zullen twee van genoemde buitenlanders de dupe worden.