Hoe de politiek zich de das omdoet

De wittebroodsweken van president Bill Clinton zijn nog niet voorbij of de mannetjesmakers hebben hun oordeel al geveld: Mr. Clinton, you're no Jack Kennedy. Eigenlijk ging het al mis bij de inauguratie. De nieuwe president droeg een jasje zonder split. Een aantasting van klassieke kleedregels die zelfs door het maatpak van de heel behoorlijk geklede vice-president Al Gore niet meer gecorrigeerd kon worden. Clinton is gewaarschuwd, want het loopt zelden goed af met Democraten die zondigen tegen de kledingmores.

Presidentskandidaat Michael Dukakis koketteerde met het feit dat hij een klant was van Filenes Basement, de koopjesafdeling van een groot warenhuis in Boston. Dukakis bekocht zijn povere uitstraling met een klinkende verkiezingsnederlaag. Een Amerikaanse president, bewees John Fitzgerald Kennedy, dient presidentieel te zijn tot in zijn vezels. De best geklede president dankte veel van zijn uitstraling aan een met zorg samengestelde garderobe. Kennedy was de juiste man in het juiste pak, meestal maatwerk van het Italiaanse topmerk Kiton. Een presidentieel pak duldt geen tegenspraak. Het is donker, van soepele stof en altijd single-breasted. Fijngelijnde zwarte schoenen, een handgemaakt overhemd en een das die opvalt zonder te schreeuwen completeren de Bostonian look die zo typerend is voor old money in de Nieuwe Wereld. Gore, een zuidelijke Democraat, ziet er Bostonian uit, evenals George Bush. Diens smalle krijtstreepjes accentueren het profiel van de senior politician. Clinton grijpt er nog weleens naast met een double-breasted pak of een informeel button-down shirt, maar in het algemeen waagt geen Amerikaanse politicus het te spotten met de dictatuur van de televisie-democratie. Een hemd is wit of blauw, een das bij voorkeur rood.

Die conclusie moest Richard Nixon al in 1960 trekken toen hij tegen Kennedy vocht om het presidentschap. In een cruciaal tv-debat stak de in een licht pak geklede en ongeschminkte Nixon flets af tegen de gezonde teint van Kennedy. JFK gebruikte zijn uiterlijk als unique selling point. Kappers en kleermakers waren altijd binnen handbereik en al een week voor een tv-rede werden de toetjes van de presidentiële spijskaart geschrapt.

In Nederland overheerst huiver voor de zogeheten Amerikanisering van de politiek. Een goed uit zijn woorden komende volksvertegenwoordiger heet hier al snel een volksmenner en over de rol van kleding in de politiek wordt gezwegen danwel geschamperd. Kleding is geen punt, verklaren de voorlichters van CDA, PvdA en VVD in koor. Het gaat immers om de inhoud, niet om de poppetjes. Vreemd genoeg is kleding ineens wel een onderwerp zodra de dames Dales, d'Ancona en Maij-Weggen in het vizier komen. Minister Kroes verwierf zelfs de schalkse bijnaam Neelie Split-Kroes. Bovendien is het succes van de Nederlandse Kennedy, Hans van Mierlo, grotendeels te danken aan de studentikoze regenjas waarmee hij de verkiezingsfilm van 1967 tot een klassieker maakte. Van Mierlo voerde, wandelend door een druilerig Amsterdam, een monologue intérieur over de democratie. Maar wat bijbleef is het beeld van de morsige man die wegduikt in de kraag van zijn regenjas. Hans van Mierlo woont in zijn pakken en verwierf zelfs de bijnaam "navelmans' wegens het hardnekkig openstaande knoopje van zijn overhemd.

Net als wijlen Joop den Uyl, berucht om zijn vette pakken, maakt zo'n "naturel' de politicus geloofwaardig. Maar de middelmatige uitstraling van de huidige PvdA-politici werkt electoraal niet. Met zijn spencer, zijn onwillige overhemdboorden, zijn baard en zijn peervormige fysiek lijkt PvdA-fractievoorzitter Thijs Wöltgens te opteren voor een figurantenrol in de Ko de Boswachter-show. Heel huiselijk, maar een autoriteit zal Wöltgens op deze manier nooit worden. Beter zijn best doet Wim Kok. Als FNV-voorman liet hij zich nog weleens betrappen op sandalen. Daarna tooide hij zich als fractievoorzitter vooral in bruine combinaties, terwijl de schatkistbewaarder zich inmiddels tracht te conformeren aan de stijve huisregels van de haute finance. Helaas kiest Kok tot in zijn das voor al te stemmige tinten die hem bestempelen tot de somberman van financiën.

Eigenlijk is het met het decorum van de politiek bergafwaarts gegaan sinds het afschaffen van de ministeriële steek. Neem de daskeuze van de geachte afgevaardigden in de Tweede Kamer. Er is een zijden huisdas te koop voor slechts vijftig gulden, maar de meesten opteren voor het polyester exemplaar van ƒ 18,50. De klerenkast van menig Kamerlid puilt uit van de lijkbleke regenjassen met epauletten, pastelkleurige double-breasted pakken en kloeke Hollandse stappers met spekzool. Op werkbezoek over de grens zal een Brit, Amerikaan of Italiaan het Nederlandse Kamerlid op zijn best aanzien voor een overmoedige kantoorbediende. Een Italiaan voelt zich bijkans belaagd als tijdens de conversatie een harig mannenbeen boven de typisch Hollandse korte (witte) sok uitblinkt. En wat te denken van de Financial Times die een bliksembezoek van Ruud Lubbers aan Downingstreet pijnlijk afdeed met de opmerking dat onze premier gekleed ging in a brown suit. Het is geen toeval dat de beter geklede overheidsdienaar vaak werkt bij Buitenlandse Zaken. Wie over de grens kijkt weet hoe het niet hoort. De kledingmores van het corps diplomatique zijn te herkennen in het even klassieke als ambitieuze grijsje - smalle pijp, smalle revers - van Jaap de Hoop Scheffer, de diplomaat die woordvoerder buitenland werd van de CDA-fractie. Ook ex-minister en Navo-topman Joseph Luns leek als vleesgeworden BZ-man geboren in een driedelige krijtstreep. Bij het Haagse filiaal van Meddens permitteerde Luns zich tweemaal een hamstergevoerde winterjas van drieduizend gulden. Een unieke aanschaf voor een Nederlandse politicus, maar wel een waardoor de licht reumatische Luns met warme gevoelens terugdenkt aan de talloze winderige troepeninspecties die hij afnam. Ook de inmiddels naar Brussel vertrokken Hans van den Broek stak met zijn correcte pak en onafscheidelijke witte pochet gesoigneerd af bij de double-breasted middelmaat van Ernst Hirsch Ballin, Jo Ritzen en Hans Alders. Bewindslieden die te veel knopen op te weinig postuur meetorsen. Maar zelfs de witte raaf Van den Broek hulde zich ooit naar verluidt in het merk Incognito, het prestige-label van C&A dat vaak voorzien is van het veelzeggende keurmerk kreukarm.

Voor de liberalen zijn de kleurrijke tijden van het Wiegel-hemd - een blauw gestreepte Oxford - en de met goud beslagen blazers van Ed Nijpels verwisseld voor de grauwe degelijkheid van Joris Voorhoeve en Frits Bolkestein. Daarom werd de huidige VVD-voorhoede, ter completering van een mediatraining bij Joop van den Ende bv, naar een kledingzaak in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat gestuurd. De fractieleden Frits Bolkestein, Hans Dijkstal en Robin Linschoten vervoegden zich met hun wederhelften bij Oger Fashion. Een pleisterplaats voor makelaars en beurshandelaren, maar ook voor de schrijvers Mulisch en Van Dis en de prinsjes Van Vollenhoven. “Ik kleed de nieuwe generatie politici”, pocht eigenaar Oger Lusink. En inderdaad, ook PvdA-voorzitter Felix Rottenberg betrekt zijn altijd ostentatief openhangende double-breasted uit het doublé-paleis van Oger Fashion. Toch was Lusink beperkt succesvol met de nieuwe generatie VVD'ers. Bolkestein, gevormd door de conservatieve kleedcultuur van Shell, haalde zijn neus op voor de snelle snit van Guy Laroche. Ook Dijkstal hield het bij zijn eigen kloffie. Volgens de mannetjesmakers van Van den Ende behoefde diens gehavende profiel een totale restyling. Alleen Robin Linschoten bezocht de paskamer van Oger en liet zich en passant naar een andere kapper sturen. Sindsdien tooit de runner-up van de liberalen zich in het uniform van de beursbengel: hagelwitte boorden en dubbele manchetten op kleurige ondergrondjes. Een vleugje Wall Street op het Binnenhof dat de toch al arrogant ogende jonge liberaal de das om kan doen. Powerdressing mag populair zijn in Amerika, de macht in Nederland kleedt zich in schutkleuren. Elco Brinkman bijvoorbeeld plaveit zijn pad naar het Catshuis met manchetknopen, zwarte schoenen en het grijze huispak van de firma Pelger. Hemden met baleinen in het boord betrekt de CDA'er ondermeer bij hofleverancier F.G. van den Heuvel. Vanuit de kleedkamer heeft de gedoodverfde premier uitzicht op het Torentje van Lubbers. Opvallend genoeg koopt Brinkman op dezelfde adressen als de man die hem ooit ontdekte als talent, Hans Wiegel. Zij het dat de VVD'er geen genoegen neemt met het voordelige Pelger-pak van ƒ 995, maar zich in Brits maatwerk van twee mille tooit. PvdA en D66 kunnen het wel vergeten, het kabinet Brinkman-Wiegel is al in elkaar genaaid.