Het volk Gods onderweg in de media

Enkele maanden voor de verkiezing van Bill Clinton tot president van Amerika publiceerde de bekende cultuursocioloog Robert Bellah, hoogleraar aan de Berkeley Universiteit te Californië, een artikel over "our more-than-economic recession' (New Oxford Review, juni, 1992). Met dat "more-than economic' bedoelde hij dat er in samenhang met de economische recessie ook een sociaal en cultureel verval gaande was.

Er is een ernstig te kort aan solidariteit en onderlinge loyaliteit. Er is weinig vertrouwen in publieke instituties, in de politiek en in de grote bedrijven, waarin men zijn dagelijks werk doet. Zelfs het Hooggerechtshof kan zich niet aan dat wantrouwen onttrekken. Er is zoveel verwarring, dat een recente Gallup Poll aan het licht bracht dat vijftig procent van de Amerikanen niet geloofde dat de Koude Oorlog voorbij is. Zelfs de kerken, die samen met het militair complex als enige een vertrouwensvotum kregen dat boven de vijftig procent lag, worden verscheurd door "cultural wars' tussen traditionelen en liberalen.

Toch ziet Bellah als enige oplossing om uit de problemen te komen een soort herschikking van uiterst individualistisch denkende, maar toch religieus geïnspireerde mensen in kleine groepen, die de naastenliefde in praktijk brengen. Kortom, in meer geseculariseerde termen uitgedrukt, het probleem van Marcel van Dam in zijn discussie met Ruud Vreeman: het zoeken van een nieuw evenwicht tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid ofwel de vraag naar een nieuwe culturele identiteit (de Volkskrant, 4 februari).

Ook in ons land is er een slinkend vertrouwen in publieke instituties en, in tegenstelling tot het veel minder geseculariseerde Amerika, delen ook de grote kerkgenootschappen in dat wantrouwen. Aanvankelijk leken de omroeporganisaties nog een belangrijk deel van de behoefte aan culturele identiteit op te vangen. Maar de "media met een boodschap' zijn in het recent uitgeprobeerde publieke omroepbestel zozeer door elkaar gehusseld, dat er een vervaging is opgetreden en ze steeds minder een afspiegeling zijn van hun eigen achterban.

De Amsterdamse hoogleraar communicatiewetenschap, J. van Cuilenburg, voorspelde in 1987, dat de "eigen' publieken en doelgroepen in de toekomst steeds moeilijker te lokaliseren zijn. “Publieksgroepen zullen verder segmenteren en geprofileerde media zullen steeds vaker wisselende doelgroepen bereiken.”

Bij dagbladen, zeker bij landelijke dagbladen lijkt mij dit veel minder het geval te zijn. Op 30 januari bracht het dagblad Trouw een jubileum-uitgave onder het motto "De meest Nederlandse krant', waarin - en dat gebeurt uiterst zelden - kopstukken van diverse landelijke dagbladen elkaars identiteit beoordeelden. Het ging uiteraard, gezien het vijftigjarig jubileum, vooral over Trouw, maar ook over andere - zij het niet alle - landelijke dagbladen. Er werden geen cijfers gegeven die het CEBUCO bij tijd en wijle publiceert over aantallen abonnees, gerangschikt naar kerkelijke denominatie of politieke voorkeur. Die cijfers vragen een speciale interpretatie en zeggen meestal iets over de oversteek van lezers uit eerder gefuseerde of opgeheven dagbladen en over het verleden van een krant, bijvoorbeeld over de vroegere confessionaliteit van de Volkskrant.

Hoezeer kranten en kerken communicerende vaten zijn, bleek toen de toenmalige directeur van de Gelderlanderpers, A. Tummers, in 1965 signaleerde, dat het aantal abonnees op alle Nederlandse dagbladen sinds 1955 met 26 procent, maar op katholieke dagbladen, die toen nog volop bestonden, slechts met 18.5 procent was gestegen. De achterstand kwam op rekening van de landelijke katholieke dagbladen, in 1955 behalve de Volkskrant ook de Tijd en de Maasbode. In 1959 fuseerden de laatste twee. Op 25 september, 1965, verscheen de Volkskrant voor het eerst zonder de kop "Katholiek dagblad voor Nederland'. “Wij maken een Nederlandse krant voor Nederlanders” noemde Jan van der Pluym als één van de redenen voor het weglaten van de ondertitel. En verder: “We groeien in ons land gelukkig naar verhoudingen, waarin confessionele en andere tegenstellingen steeds meer wijken voor oprecht besef van eenheid in verscheidenheid en medemenselijkheid”.

Janse van het Reformatorisch Dagblad vindt dat Trouw haar christelijk karakter ontrouw is geworden. De krant onderscheidt zich nauwelijks van NRC Handelsblad en de Volkskrant. Daarom is de toekomst ongewis. “Deconfessionalisering kan weliswaar succesvol zijn - zie de Volkskrant - maar veel vaker is het dat niet: De Waarheid, Het Vrije Volk en De Tijd zijn aan een dergelijk proces ten onder gegaan.” Volgens J. de Vries, hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad doet Trouw het niet slecht binnen de geseculariseerde pers, met als sterkste punt het accent op religie en ethiek. Maar dan gaat hij verder: “Een krant als NRC Handelsblad laat de religie bijvoorbeeld geheel links liggen, en staat daarmee niet in deze samenleving. Want laat ik het nog maar eens een keer zeggen: er gaan nog altijd meer mensen naar de kerk dan naar het voetbal.” Ik denk, dat De Vries NRC Handelsblad niet leest.

Prof. Jan Blokker schat dat er bij Trouw “heel wat minder sektarisme bestaat dan bij de Volkskrant, waar je "radikalinski's' hebt op het gebied van milieu, politiek, noem, maar op”. Trouw is volgens Blokker de meest Nederlandse krant die er bestaat, de krant dus die de Volkskrant volgens Van der Pluym had moeten worden. “Daarin”, in Trouw dus, “komen de historische waarden van dit kaaskoppenvolk nog het meest tot hun recht. En dat is toch leuk, of niet?” En over de Volkskrant zegt hij nog dat die altijd een ongelooflijke antenne heeft gehad voor wat je “de waan van de dag” kunt noemen, maar positief geformuleerd voor "trends', ontwikkelingen in de samenleving. Dat is een kant die jullie missen, tot mijn vreugde mag ik wel zeggen”.

Ik herinner mij - precies kan ik de opmerking niet citeren - dat ik vorig jaar in de Volkskrant las, dat die krant, waarop ik sinds 1953 geabonneerd ben, nu 's zaterdags een bijlage over reizen heeft en geen kerkelijke bijlage, omdat reizen "een nieuwe religie' was geworden. Het volk Gods onderweg. Dat zal wel één van die "trends' zijn, waarop Blokker doelt. Blokker zou in Trouw nooit de kerkpagina willen afschaffen, ten hoogste een beetje afzwakken, met behoud van religieuze informatie. “Die pagina draagt ontzettend bij aan het karakter van de krant. Maar ik denk ook, dat het die krant onzettend stempelt, want niet één krant heeft dat.” Geheel juist is dit niet, want diverse regionale kranten hebben wel zo'n soort kerkpagina. De Stem bijvoorbeeld en tot voor kort Het Binnenhof, dat in zijn nieuwe, gefuseerde vorm, religieus nieuws wil handhaven.

Volgens Kuitert - zijn beroemde bestseller is juist in een Engelse vertaling verschenen - moet er meer gewaakt worden over de identiteit van Trouw. Hij ziet de traditionele achterban op den duur wegdruppelen naar de orthodox-christelijke kranten of naar NRC Handelsblad en de Volkskrant. Kuitert houdt overal in het land lezingen over zijn boek Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Hij is verbaasd en verbijsterd over de ongebreidelde aandacht voor godsdienstige vraagstukken. “Niet van kneusjes, maar van mensen die werkelijk nog progressieve mensen zijn.”

Zelf heb ik die ervaring ook. Wat publieke instellingen niet bieden, haalt men in besloten kring.

Ik vermoed, dat de zo trendgevoelige Volkskrant binnenkort met een halve kerkpagina begint. NRC Handelsblad kan dan niet achterblijven.