Geloofwaardigheid van Christa Wolf is ernstig aangetast

In de ogen van Ad den Besten is er niets wat de huidige Christa Wolf als mens of als schrijfster discrediteert (NRC Handelsblad, 2 februari).

Dat de Christa Wolf van meer dan dertig jaar geleden de Stasi haar diensten niet heeft onthouden, heeft Den Besten “niet zo erg geschokt”, want zij was een “kwaad-doenster uit overtuiging (al kon de Stasi met dat kwaad weinig uitrichten)”. Dat laatste is een merkwaardige toevoeging. Toen Wolf zich verplichtte de Stasi gegevens te verstrekken over collega-schrijvers, stond natuurlijk niet vast welk kwaad daarmee uitgericht kon worden. Bovendien valt ook achteraf van Wolfs onnozele verklikkingen als "labiel' en "echtelijke spanningen (maar) op het ogenblik wapenstilstand' onmogelijk vast te stellen in hoeverre zij de Stasi van nut zijn geweest. Geheime diensten zijn in alles geïnte- resseerd en zeker in intieme feiten die mogelijkheid tot chantage bieden. Dit weet ook Den Besten, nestor van de kritische DDR-beschouwing in Nederland.

En dan Christa Wolf als "kwaad-doenster uit overtuiging'. Het kan toch niet zo zijn dat iedere overtuiging per definitie altijd beter geacht moet worden dan opportunisme en gedraai? Mij dunkt dat er juist in het geval van Christa Wolf, die bij herhaling heeft laten weten dat haar nationaal-socialistische jeugd haar tot vurig communiste heeft gemaakt, ook iets op de intrinsieke waarde van overtuigingen af te dingen valt. Bovendien ligt het verwerpelijke "het doel heiligt de middelen' wel erg op de loer, wanneer we meer naar de overtuiging kijken dan naar de consequenties.

Maar goed, het gaat Den Besten om de huidige Christa Wolf. Zijzelf zegt dat zij bij lezing van haar eigen Stasi-dossier - de Opferakte - afgelopen mei plotseling aan haar activiteiten voor de Stasi herinnerd werd. Zij achtte het toen niet nodig zich daarover publiekelijk uit te laten, daar zij vreesde bij de heersende "hysterie die alleen al de twee letters "IM' (Informeller Mitarbeiter) teweegbrachten, gereduceerd te worden tot die twee letters'.

In de Berliner Zeitung van 21 januari komt zij met een aantal op het eerste gezicht weinig schokkende feiten uit haar verleden als "IM', die zij inkleedt in uitvoerige passages over haar "Opferakte' en defensieve verklaringen. Zij schrijft nu in te zien dat het fout was met “deze verjaarde gebeurtenis” niet eerder voor de dag te zijn gekomen. Dat zij dat nu wel doet, is om meer zakelijkheid in het Stasi-debat te brengen. Ook acht zij het tegenover Heiner Müller fair niet achter te blijven, nu er zo'n toestand (Rummel) met hem en de Stasi is.

In een televisie-interview laat zij drie dagen later weten dat het puur toeval is dat haar artikel in Berlijn arriveerde juist op de dag dat de Frankfurter Allgemeine Zeitung haar Stasi-dossier uit 1959-1962 mocht inzien. Puur toeval discrediteert iemand niet, tenzij bewezen kan worden dat de coïncidentie zo toevallig niet was. Ik begeef mij niet op speculatief terrein.

Voorlopig kunnen we Wolfs eigen mededelingen over haar verleden alleen vergelijken met wat Der Spiegel en de Frankfurter Allgemeine uit Wolfs dossier weten te citeren. Het is duidelijk dat zij haar rol reduceert tot een paar gesprekken zonder veel belang en erop wijst dat er geen ondertekende verklaring van haar verlangd werd.

Kennelijk beseft Wolf de magerte van haar mededelingen, want in hetzelfde televisie-interview laat zij weten dat zijzelf het dossier niet onder ogen heeft gehad. Haar zelf gekozen Stasi-schuilnaam Margarete, haar eigen tweede voornaam, zou ze helemaal vergeten zijn. Margarete is, zoals in de Duitse pers al meteen opgemerkt werd, toch een naam die kenners van de Duitse literatuur van Goethe tot en met Celan niet zo gauw zal ontschieten. “Een klasssiek geval van verdringing”, merkt Wolf nu zelf op.

Alsof daarmee alles is gezegd. Alsof een schrijfster die sinds ruim 25 jaar het persoonlijke en het maatschappelijke heden en verleden oproept, zich kan beroepen op vergeten en verdringen en zich daarmee als auteur van dat herinneringsoeuvre niet zou discrediteren. Maar Christa Wolf gaat nog verder. Zij acht zich een slachtoffer van een tegen haar gerichte campagne. Heiner Müller en zij zouden gecriminaliseerd worden, "de media' zien hen alleen als "IM' en maken hen als zodanig monddood, laat zij ons weten in een interview voor het medium televisie. Zoals Duitsland zich in de nazi-tijd van de linkse joodse cultuur heeft ontdaan, zegt zij uit Los Angeles waar zij de sporen van de Duitse immigranten dagelijks tegenkomt, zo ook meent Duitsland zich nu van de DDR-cultuur te kunnen ontdoen. Is Christa Wolf uit Duitsland gevlucht om gevangenschap, moord en doodslag te ontlopen? Worden haar boeken in Berlijn verbrand? Iemand die zulke vergelijkingen maakt, is dom, dwaas of boosaardig.

Het gaat er niet om Christa Wolf aan een schandpaal te nagelen, omdat ze communiste was en tot 1989 partijlid bleef. De kwestie is niet of ze al dan niet uithangbord van de DDR was of juist in apolitieke kringen als symbool van verzet gold. Het gaat om haar geloofwaardigheid. Die is danig aangetast door haar halfslachtigheid, door slachtoffergedrag en ridicule beschuldigingen aan het adres van een openbaarheid waar zij zelf niet tegen opgewassen is.