Eerste Kamer zou WAO-wetsvoorstel horen te verwerpen

Tijdens het WAO-debat in de Tweede Kamer is de inhoud verdrongen door de vorm. Het ging uiteindelijk niet meer om de zaak zelve maar om het voortbestaan van de coalitie. De woordvoerder van het CDA in de Tweede-Kamerfractie, Pieter-Jan Biesheuvel, geeft dat nog eens volmondig toe in de Haagsche Courant van 4 februari: “Binnen de context van de coalitie was dit gewoon het meest haalbare”.

Is dat nu het einde van het verhaal? Waarschijnlijk niet. Naar mijn mening zal de Eerste Kamer de uitkomsten van de WAO-discussie in de Tweede Kamer dienen te corrigeren.

De kracht van het aanvankelijke kabinetsvoorstel was dat er, ondanks de harde ingreep in de hoogte van de uitkeringen, rechtsgelijkheid zou ontstaan. Nu de bestaande rechten niet worden aangetast, wordt een rechtsongelijkheid geschapen tussen oude gevallen en nieuwe gevallen. Nederland lijkt echt het land van de "verworven rechten' te worden. Alle politieke partijen roepen Clinton na met "It is time to change', maar bij de eerste de beste politieke gelegenheid schrikt men terug.

Bij de toetsing van wetsvoorstellen zal de Eerste Kamer het rechtsbeginsel van de rechtsgelijkheid zwaar horen mee te wegen. Bovendien is het nu voorliggende wetsvoorstel niet een voorbeeld van heldere wetgevingstechniek. Toen minister van justitie Hirsch Ballin 27 januari voor de Vereniging voor Wetgeving en Wetgevingsbeleid nog een pleidooi hield voor creativiteit, deskundigheid en alternatieven bij wetgeving, zal hij bepaald niet het recente Bergsenhoekse broddelwerk voor ogen hebben gehad. Hier geeft de politiek ronduit het slechte voorbeeld.

Andere bezwaren zijn dat te gedetailleerde en onuitvoerbare wetgeving tot fraudegevoeligheid leidt en de ondeugdelijke financiële dekking van tenminste meer dan een miljard gulden.

De rechtsongelijkheid, de onuitvoerbaarheid en het financiële tekort bieden de Eerste Kamer alle gelegenheid om het WAO-wetsvoorstel te verwerpen. Vervolgens kan de regering worden uitgenodigd om het aanvankelijke wetsvoorstel weer bij de Tweede Kamer in te dienen. Bij wijze van motie. Dit vraagt wel om politieke moed van PvdA, VVD en D66 die dan moeten afwijken van de officiële partijlijn om op te komen voor de verworven rechten. Als ik Biesheuvel moet geloven is dat voor het CDA geen probleem: “Als ik diep in mijn hart kijk, had ik liever een oplossing gehad die dichter bij het oorspronkelijke kabinetsvoorstel lag, inclusief de ingreep in de huidige WAO-uitkeringen”.

Na deze uitspraak kan Kaland zijn gang gaan. De vraag is wel wat de andere partijen gaan doen. Blijven zij opkomen voor de verworven rechten, dan is het huidige wetsvoorstel inderdaad het maximaal haalbare. Dat dit wetsvoorstel leidt tot rechtsongelijkheid, onuitvoerbaar is èn financieel ondeugdelijk is, moeten wij maar op de koop toenemen. Maar dan zijn wij snel uitgediscussieerd als het om de afstand tussen politiek en burger gaat. Want welke burger begrijpt over vijf jaar nog, laat staan over vijftien jaar, waarom zijn buurman een hogere WAO-uitkering krijgt dan zijn neef die in vergelijkbare omstandigheden verkeert? Welke burger is over zeven jaar bereid het nu geslagen WAO-gat te betalen? Welke burger begrijpt überhaupt nog iets van de WAO in het jaar 2000?

De Eerste Kamer verliest haar bestaansrecht, wanneer het WAO-voorstel ongeschonden de eindstreep haalt. Nu er sprake is van evidente rechtsongelijkheid, onuitvoerbaarheid en een financieel tekort, moet de Eerste Kamer ingrijpen. De "double-check' is anders een wassen neus. Mijn hoop is op PvdA, VVD en D66 in de Eerste Kamer gevestigd. Of staat Kaland straks toch alleen?