Een zeldzame gebeurtenis

De mevrouw van de reclassering komt vóór het begin van de zitting van de meervoudige strafkamer in Utrecht aan de plaatselijke pers vragen of de woonplaats van haar cliënte onvermeld kan blijven. Haar cliënte heeft het zonder al die publiciteit al moeilijk genoeg, zegt ze.

Dat is niet verwonderlijk. Zedendelicten, door mannen gepleegd, zijn vaak routinekwesties voor rechtbank én pers. Maar een vrouw als pedofiele verdachte in een zedenkwestie - dat is een zeldzame gebeurtenis. En als die vrouw dan ook nog afkomstig is uit een Utrechts dorpje, dan ligt het voor de hand dat er in deze gemeente over weinig anders gepraat wordt.

De verdachte, Els Verlinden, heeft zich voor deze gelegenheid in een blauw spijkerpak gestoken. Zij is een forsgebouwde, 25-jarige vrouw met een hoekig gezicht en donker, kortgeknipt haar. Haar echtgenoot, een kleine, onopvallende man, neemt op een van de voorste rijen van de publieke tribune plaats.

Mevrouw Verlinden wordt ervan beschuldigd op 4 augustus 1991 ontuchtige handelingen te hebben gepleegd met de toen 11-jarige Sjoerd Witters. Of zoals de leidende rechter, mevrouw mr. H. Gorter, het zonder hang naar eufemismen formuleert: “U zou het ontblote geslachtsdeel van Sjoerd in de mond hebben genomen en eraan hebben gelikt en gezogen. Klopt dat?”

“Er is helemaal niks gebeurd”, zegt de verdachte afgemeten.

“Bij de politie en de rechter-commissaris heeft u destijds anders wèl bekend.”

“Ik weet niks meer. Alles ging heel vlug. Ze zeiden: als je bekent, mag je naar huis. Nou, ik had drie kinderen thuiszitten.”

“U blijft bij uw ontkenning?”

“Al anderhalf jaar.”

“Het was, wat wij noemen, een gave bekentenis op 10 september 1991 bij de politie”, zegt de rechter. “U zei: ,Ik had verstandiger moeten zijn'. U vertelde dat u die middag wat gedronken had. Hij begon u verhalen te vertellen over wat hij met een buurmeisje had gedaan. Toen heeft u hem op de bank getrokken en zijn piemel in de mond genomen.”

“Niet dat ik weet.”

“Een dag later heeft u ook bij de rechter-commissaris bekend.”

“Ik weet niet eens meer dat ik bij hem ben geweest.”

“U heeft ook bij de rechter-commissaris verteld dat u als kind nare ervaringen heeft gehad met de partner van uw moeder.”

Mevrouw Verlinden buigt het hoofd. “Dat is niet zo”, fluistert ze.

Sjoerd Witters zou op zondagmiddag tussen 16.00 en 16.30 uur bij mevrouw Verlinden hebben aangebeld. Hij was al een paar keer eerder bij haar thuis geweest om met haar kinderen te spelen. Sjoerd verzamelde plaatjes van crossmotoren die op behangrollen stonden. Mevrouw Verlinden had hem wat plaatjes beloofd die hij die zondag kwam ophalen.

Toen Sjoerd aan het einde van de middag thuiskwam, deed hij nogal vreemd. Hij wilde onmiddellijk douchen en moest steeds huilen. Maar pas een week later kwam het verhaal eruit, onder het avondeten. Zijn moeder deed kort daarna aangifte bij de politie. Karel, een twee jaar ouder broertje van Sjoerd, ging intussen verhaal halen bij mevrouw Verlinden. ''Jij hebt Sjoerd gepijpt'', zei hij, waarop mevrouw Verlinden hem een bloempot zou hebben toegeworpen - niet om te vangen. Zij ontkent ook deze beschuldiging.

“Heeft u veel seksboekjes in huis?” vraagt de rechter.

“Dat kun je niet maken. Ik heb drie kinderen, tegenwoordig vier, in huis.”

“Die kinderen van Witters zeggen van wèl.”

“Niet waar.”

“Waarom zouden ze u beschuldigen?” vraagt een bijzittende rechter.

Mevrouw Verlinden haalt haar schouders op. “Ik weet het niet. Die jongen lacht me nu uit als hij me in het dorp ziet. Zo van: ik heb je te grazen.”

Sjoerd is door de Amsterdamse zedenpolitie "op een speciale manier' gehoord, zegt de rechter. Het verhoor is op de band opgenomen en aan de orthopedagoog dr. R. Bullens getoond. Die vond het een betrouwbaar verhoor, vol details die strookten met de eerdere bekentenis van mevrouw Verlinden bij de politie.

Mevrouw Verlinden werkte, nogal onwillig, mee aan een onderzoek door de psychiater Bruinsma. Tegen hem zei ze op een gegeven moment: “Er is niks gebeurd, ik ga mijn verklaring intrekken.” Bruinsma noemt zijn rapport over mevrouw 'schamel'. Hij kon weinig hoogte van haar krijgen. Enkele van zijn kwalificaties: 'Extravert, naïef, chaotisch'. Zij leek hem een produkt van 'pedagogische en emotionele verwaarlozing'. Zij probeert die verwondingen te camoufleren door zo normaal mogelijk over te komen, aldus de psychiater.

Seksualiteit is, volgens de psychiater, voor mevrouw Verlinden vooral gedrag zonder emoties. Hij noemt haar in verminderde mate toerekeningsvatbaar en acht nader psychiatrisch onderzoek noodzakelijk.

“Hebt u behoefte aan een psychiater?” vraagt de rechter.

“Nee.”

“Gaat het nu goed met u?”

“Ja.”

“Met uw man ook?”

“Gelukkig wel.”

Maar zo heel goed kan het met mevrouw Verlinden niet gaan, want ze overweegt een verhuizing om de roddels in het dorp te ontlopen. De toestand van Sjoerd is niet veel rooskleuriger. Volgens de laatste berichten van het Riagg heeft hij nog veel last van bedwateren en nachtmerries.

De officier van justitie, mevrouw P. Kuster, eist een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. “Ik wil haar houden aan haar verklaring bij de politie. Zij is zich naderhand gaan realiseren wat haar verklaring tot gevolg zou hebben.” De officier hecht bovendien veel waarde aan de verklaringen én het latere gedrag van Sjoerd.

De advocaat, mr. A. van Voorthuizen, probeert een alibi voor mevrouw Verlinden te construeren. Op die bewuste zondagmiddag zou zij tot 17.00 uur in het zwembad zijn gebleven. Dan schetst hij wat er met haar gebeurd is nadat zij zich op het politiebureau had moeten melden. “Zij kwam er met haar kind. Ze zeiden waar dat kind bij stond: ,Je hebt dat en dat gedaan'. Het kind werd weggehaald en toen zeiden ze: ,We kunnen je drie dagen vasthouden'. Tijdens het verhoor werd ze ook nog ongesteld. Onder het bloed is ze op de rechtbank aangekomen.”

Hij noemt de vraagstelling in het verhoor van Sjoerd 'suggestief en bevestigend'. “En Bullens vindt dat prima”, voegt hij eraan toe. Tot slot memoreert hij dat Sjoerd tijdens de verhoren ook iets gezegd heeft over een seksueel contact met zijn opa. “Waarom zijn daar aan hem verder geen vragen over gesteld? Er kan van alles gebeurd zijn - wàt weten we niet.” Hij vraagt vrijspraak. “Ze mag absoluut niet zitten.”

(Het vonnis, twee weken later: een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.