Economische aanpassing vertraagd; EG-besluit wekt twijfel over de EMU

BRUSSEL, 16 FEBR. De EG-lidstaten zullen hun economische actieprogramma's ter voorbereiding van de Economische en Monetaire Unie (Emu) over een langere periode uitsmeren, tot eind 1996.

Ondanks geruststellende woorden uit Brussel is hierdoor de onzekerheid over totstandkoming van de Emu gegroeid.

De Europese Commissie noemde het besluit een "zuiver technische maatregel', bedoeld om de voortgang van de verschillende lidstaten op de weg naar de Emu beter te kunnen vergelijken. Aan de criteria voor de Emu zelf wordt geen afbreuk gedaan, zo werd gisteren na afloop van de Raad van Europese ministers van financiën benadrukt. Desondanks groeide de onzekerheid over het tijdstip van invoering van de Emu.

Sommige delegaties, waaronder die van het Verenigd Koninkrijk, zagen in de verlenging van de actieprogramma's een eerste stap naar uitstel van de Emu. Naarmate de economie verder stagneert, valt het veel lidstaten steeds zwaarder om aan de strenge criteria voor overheidstekort, rente, inflatie en wisselkoersen te voldoen, waartoe de Emu verplicht. Op dit moment voldoen alleen Denemarken, Frankrijk en Luxemburg aan de criteria.

De ministerraad werd gisteren beheerst door kritiek en openlijke twijfel van een aantal delegaties over de economische integratie van Europa, nu de werkloosheid groeit en de economie stagneert. De beslissing om de actieprogramma's met één jaar te verlengen en bij de volgende Raad de criteria nog eens door te lichten leek daar, ondanks pertinente ontkenningen van de Commissie en een aantal economische sterke lidstaten, rechtstreeks verband mee te houden.

In een aantal lidstaten, waaronder Nederland, gaan intussen stemmen op om het strakke nationale begrotingsbeleid te versoepelen om de negatieve ontwikkeling in de economie af te remmen. Minister Kok vroeg gisteren zijn collega's bijvoorbeeld om een “gezamenlijke actie” in het nationale begrotingsbeleid van de twaalf regeringen. Maar hij zei dan weer dat de “Emu-criteria ons kompas dienen te blijven”. Kok meent dat er ook in andere landen ruimte is om minder te bezuiningen en toch aan die criteria te voldoen.

Er is door de ondertekenaars van Maastricht afgesproken in 1996 het begrotingstekort tot 3 procent van het bnp terug te dringen en de overheidsschuld tot zestig procent van het bnp. Er zijn acht landen die een zogeheten convergentieprogramma aan de Europese Commissie hebben voorgelegd. Alleen Frankrijk, Griekenland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben Brussel nog geen inzicht gegeven in de manier waarop ze de komende jaren aan de criteria willen voldoen. De actieprogramma's hebben nu een verschillende loopduur; sommigen lopen eind volgend jaar af, anderen eind 1995. Commissaris Christoffersen onderstreepte gisteren dat het gewenst is om een “gemeenschappelijk tijdpad” voor de convergentieprogramma's te hebben.

Tijdens de Raad hebben gisteren verschillende delegaties aangedrongen om het werkloosheidspercentage ook als criterium voor de Emu op te nemen. De Deense raadsvoorzitter minister M. Jelved zei dat daarover “geen enkele beslissing” was genomen. Maar zij voegde eraan toe dat het monetaire comité van de Commissie wel studeert op de vraag of de EMU-criteria “goed blijven” in de context van de huidige economische crisis.