Duitse export naar Libië verboden

BONN, 16 FEBR. De Duitse regering heeft twee bedrijven ervan weerhouden om goederen uit te voeren die waren bedoeld voor een nieuwe Libische fabriek voor chemische wapens. Dit heeft regeringswoordvoerder Dieter Vogel gisteren gezegd.

“We hebben geen reden om aan te nemen dat deze firma's wisten dat ze hadden te maken met een fabriek voor chemische wapens”, aldus Vogel gisteren op een persconferentie in Bonn. Hij zei dat er geen plannen waren om de beide bedrijven strafrechtelijk te vervolgen voor illegale wapenuitvoer. De bedrijven gingen er onmiddellijk mee akkoord de leveranties te staken, toen ze hoorden dat het om een fabriek voor chemische wapens ging.

Vogel verklaarde dat de regering ongeveer zes maanden geleden via de inlichtingendiensten van bondgenoten aanwijzingen had gekregen dat Libië werkte aan een nieuwe fabriek voor chemische wapens die lijkt op die van Rabta. Veel buitenlandse bedrijven, vooral uit West-Europa, leverden hiervoor onderdelen. De meeste van deze bedrijven, aldus Vogel, waren echter niet uit Duitsland afkomstig.

De betrokken Duitse firma's hadden apparatuur geleverd voor het boren van een tunnel en kabels. Technologie van deze aard kan voor verscheidene doeleinden worden gebruikt en staat bekend als "dual use'-technologie. De Duitse bedrijven hadden deze ook volgens de regels als "dual use'-goederen laten registreren.

Volgens het dagblad Die Welt, dat gisteren voor het eerst met berichten over de kwestie kwam, wordt de fabriek gebouwd bij Tarhuna, ten zuidoosten van de hoofdstad Tripoli. De voornaamste leverancier, zo meldde Die Welt, is een Thais bedrijf. Ditzelfde bedrijf was ook al betrokken bij de bouw van de fabriek in Rabta.

In 1989 raakte Duitsland in opspraak toen enkele Duitse firma's een belangrijke bijdrage hadden geleverd aan de bouw van de fabriek bij Rabta. De Verenigde Staten onthulden toen dat deze fabriek, ondanks Libische ontkenningen, bedoeld was voor de produktie van chemische wapens. Duitsland ontkende dit aanvankelijk maar moest later toegeven dat dit wel het geval was. Een industrieel van het Duitse bedrijf Imhausen-Chemie werd vervolgens veroordeeld tot een gevangenisstraf. (Reuter, AP)