Brabants technopolis maakt harde landing

Eindhoven maakt een harde landing. In de jaren tachtig nog het epicentrum van de Brabant-boom, nu symbool van industriële kaalslag. Saneringen bij de twee grootste lokale industrieën, Philips en DAF, plaatsen de technopolis weer met beide voeten op de grond.

“DAF is een oer-Brabants bedrijf. Deze klap komt emotioneel zwaar aan”, zegt wethouder ir. R. Bun (CDA), verantwoordelijk voor economische zaken. De operatie Centurion van Philips, die de regio de laatste twee jaar duizenden arbeidsplaatsen kostte, werd goed doorstaan. Maar nu krijgt de lokale industrie opnieuw “een zware deuk”. De Eindhovense wethouder: “De DAF-problemen kunnen we niet alléén opvangen.”

Het is nog onduidelijk of DAF na pijnlijke amputaties levensvatbaar zal zijn. Zelfs als het "rompbedrijf' overleeft, is de schade voor de regio groot. Bij de vrachtwagenfabrikant verliezen nu al ruim tweeënhalfduizend werknemers hun baan. Ten minste een zelfde aantal verdwijnt bij toeleveringsbedrijven. Daar zijn nu al 600 ontslagen aangekondigd, waarvan een deel bij de Arbeidsvoorziening is aangemeld. Directeur mr. J.L. Bekema van de Arbeidsvoorziening Zuidoost Brabant: “We krijgen een lawine van telefoontjes over ons heen van ondernemers die willen weten hoe ze collectief ontslag kunnen regelen.”

Het ging zo goed met Eindhoven en de regio daaromheen. Het ging goed met héél Noord-Brabant dat in de jaren tachtig een sterke economische groei doormaakte, evenals Limburg, dat andere "wingewest'. De Brabantse industrie voerde de investeringen drastisch op, buitenlandse bedrijven streken in de provincie neer. De werkloosheid lag onder het landelijk gemiddelde. “Ik heb het gevoel dat ik op een goudmijn zit, waar af en toe flinke klonten gedolven worden”, klonk het euforisch uit de mond van Van Agt, destijds commissaris van de Koningin in Noord-Brabant.

De Brabantse consensus-cultuur vormde voor het economisch reveil een goede voedingsbodem. De industriële mentaliteit van de provincie, de relatief jonge beroepsbevolking en aantrekkelijke grondprijzen deden de rest. Brabant had het imago van probleemgebied - mede door de teloorgang van de textiel- en sigarenindustrie - van zich afgeschud.

Eindhoven blaakte van zelfbewustzijn. De stad tooide zich met de superlatieven van het no-nonsense decennium: European Silicon Valley en Electronics City. Onder leiding van de onvermijdelijke dr. Wisse Dekker schetsten acht professoren van zes Nederlandse universiteiten een goudgerand perspectief voor de Lichtstad: Eindhoven zou vanaf 2015 een economisch en technologisch kerngebied in Noordwest-Europa worden.

De vibraties zijn letterlijk versteend. Rondom het NS-station heerst de massiviteit van de zakelijkheid. Aan de ene kant kolossen van onder andere Rabo en ING en het World Trade Center, aan de "stadskant' Philips-kantoren, fabrieken en de Lichttoren. Het winkelgebied heeft met de komst van de prestigieuze en 350 miljoen gulden kostende Heuvelgalerie - met muziekcentrum - grootstedelijke allure gekregen. In de wandelgangen van het moderne consumentisme valt weinig van crisis te merken.

Eindhoven - met 195.000 inwoners de vijfde stad van Nederland - kan een stootje hebben; zij heeft zich kunnen ontworstelen aan de monocultuur van Philips. De dominantie van het elektronicaconcern lag als een slagschaduw over de stad; de saneringen van de afgelopen jaren hebben misschien wel meer ruimte gegeven aan nieuwe initiatieven. Want terwijl Philips saneerde, bloeiden zakelijke dienstverlening, handel en kennisintensieve bedrijvigheid. In de periode 1982-1992 groeide in de regio Eindhoven (32 gemeenten met Eindhoven en Helmond als kern) het aantal arbeidsplaatsen met een kwart tot 250.000. Nog altijd is de regio sterk geïndustrialiseerd: ongeveer 32 procent van de beroepsbevolking vindt emplooi in de industrie, landelijk is dat 19 procent.

Pag.16: Regio Eindhoven illustratief voor industriële malaise in Nederland

“Het wordt hier echt geen industrieel rampgebied als de Borinage of Liverpool”, relativeert econoom prof. dr. N. Douben, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Vijftien jaar geleden was Eindhoven zo afhankelijk van Philips en DAF dat ontwikkelingen als de huidige een absolute ramp zouden zijn geweest. Maar Eindhoven is aanzienlijk veelzijdiger geworden.”

Tegen het einde van de vorige eeuw was Eindhoven een onooglijk plaatsje met een handvol dorpen eromheen. De komst van Philips in 1891 luidde onstuimige groei in. Het gloeilampenbedrijf, dat in de jaren twintig ook radio's, radio-onderdelen en versterkers ging produceren, had dringend behoefte aan arbeiders en trok die aan van "buiten'. Tussen 1920 en 1930 verdubbelde het aantal inwoners van Eindhoven tot 94.000. Philips had in 1920 6.700 man in dienst en in 1930 ruim 22.000. De werving van pendelaars uit de omgeving van Eindhoven bood onvoldoende soelaas om de behoefte aan personeel op te vangen. Philips ging zelf woningen bouwen. Dat leidde onder andere tot de wijken Philipsdorp en Drentse dorp. De protestantse import maakte van Eindhoven een on-Brabantse plaats. Markant is dat de stad al sinds jaar en dag een PvdA-burgemeester heeft.

Philips zorgde niet alleen voor werk, maar ook voor brood en spelen. Welhaast alles in Eindhoven was van Philips: de Philips-spoorweg, het Philips Ontspanningscentrum, de Stichting Hertog Hendrik van Lotharingen (een woningstichting met 19.000 woningen), de Philips Sport Vereniging, het Philips gezondheidscentrum.

Het concern heeft nu echter de meeste voorzieningen afgestoten. Het begon met de bibliotheek in de jaren vijftig en in 1991 trok de bedrijfsbrandweer zich uit de stad terug. De gemeente moest twintig man aantrekken om de eigen brandweer op sterkte te brengen.

De verwevenheid tussen Eindhoven en DAF, opgericht op 1 april 1928, zou minder sterk worden. Hoe sterk DAF ook wortelde in de regio, de sociale infrastructuur was er al neergelegd door Philips. “DAF kwam door Philips in een gespreid bedje”, zegt de Eindhovense historicus dr. J.M.P. van Oorschot. Hij schreef in opdracht van DAF een boek over de geschiedenis van het bedrijf dat zou worden gepresenteerd bij het afscheid van DAF-topman Van der Padt vorig jaar. De bedrijfsresultaten waren toen al zo in mineur dat DAF van publikatie afzag. Van Oorschot had nog even stille hoop zijn boek op 1 april bij het 65-jarig jubileum te kunnen publiceren, maar de recente ontwikkelingen hebben ook die illusie verstoord. De feiten hebben zeker het laatste hoofdstuk incourant gemaak: "De uitdaging: de toekomst heet Europa'.

“Philips had dat sjieke, DAF was de overall-fabriek”, zegt Van Oorschot. DAF was een oer-Brabants bedrijf, de oprichters Hub en Wim van Doorne schakelden de pastoor bij de werving van personeel. Bij Philips domineerde de protestantse import.

DAF-oprichter Hub van Doorne maakte aanvankelijk met zijn machinefabriek montagetafels en magazijnrekken voor Philips. Om niet al afhankelijk van dit bedrijf te worden, legde Van Doorne zich toe op aanhangwagens. Later, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, leende Philips 15.000 gulden aan Van Doorne om een prototype van een pantserwagen te ontwikkelen. Frits Philips stelde Hub van Doorne voor aan generaal J.J.G. baron van Voorst tot Voorst. In 1940 was Defensie vrijwel de enige opdrachtgever van DAF, inmiddels een fabriek met 328 werknemers.

Na de oorlog werd de produktie van vracht- en personenauto's pas echt een belangrijke DAF-activiteit. De banden met Philips bleven overigens behouden. Frits Philips liet zich eind jaren vijftig verleiden om in de roemruchte DAF-600, personenauto met variomatic, naar het werk te rijden.

DAF groeide als kool: van 590 werknemers in 1950 naar 4.800 in 1960. Voor zowel DAF als Philips werd Eindhoven te klein, de regionale arbeidsmarkt te krap. Philips begon na de Tweede Wereldoorlog met vestigingen elders in het land. In 1960 telde het concern meer werknemers buiten de regio dan daarbinnen. DAF ging in de jaren zestig naar het Belgische Oevel en het Limburgse Born, waar de produktie van personenauto's werd geconcentreerd. Later kwam de fabriek in handen van Volvo-Car, inmiddels NedCar, dat eveneens in grote problemen verkeert.

De industrie in Nederland is op z'n retour. De situatie in de sterk geïndustrialiseerde regio Eindhoven is tekenend voor de malaise. Met de saneringsoperatie Centurion van Philips-topman Timmer viel, zo is de algemene opvatting, nog te leven. Het verlies van 5.000 arbeidsplaatsen vanaf 1990 is inmiddels volledig gecompenseerd. Ongeveer de helft van de Philips-mensen heeft elders werk gevonden of is een eigen bedrijfje begonnen, de andere helft - 55-plussers - is vervroegd met pensioen gegaan. Natuurlijk zijn er veel arbeidsplaatsen verdwenen, maar de individuele pijn van grote werkloosheid bleef uit.

Dat Centurion als minder pijnlijk wordt ondergaan dan het DAF-debâcle, heeft volgens directeur Bekema van de Arbeidsvoorziening ook te maken met de tijdsduur van de saneringsoperaties. “Centurion strekte zich uit over anderhalf à twee jaar. De klap van DAF krijgen we in één keer te verwerken.”

De werkloosheid in de regio is vanaf september fors gestegen. Telde de regio in januari 1992 nog 24.000 werkzoekenden, nu zijn dat er al ruim 28.000 (9,3 procent). “We komen zo boven de 10 procent uit”, aldus Bekema. Waarmee Eindhoven opeens boven in plaats van onder het landelijk gemiddelde scoort.

De econoom Douben: “De klap van DAF komt veel harder aan dan de ontwikkelingen bij Philips. Bij DAF gaan er mensen uit die moeilijk ergens anders zijn onder te brengen”, zegt hij. Hoe indrukwekkend ook hun staat van dienst, leeftijd en elders onbruikbare vakbekwaamheid zijn bij velen een belemmering om elders aan de slag te komen.

Het verlies aan werkgelegenheid in de regio blijft niet beperkt tot DAF. Douben meent dat het aantal indirecte banen dat verloren gaat een veelvoud is van het verlies bij DAF zelf. DAF staat immers aan de top van een pyramide van lokale toeleveringsbedrijven.

De Tilburgse econoom wil echter niet blijven steken in zwartgalligheid. “Het is onzin te beweren dat Eindhoven straks uit kappers en kruideniers zal bestaan. Philips is niet wèg uit Eindhoven, van DAF blijft misschien een levensvatbare kern over.” En er zijn andere grote werkgevers: “Bij de Rabo werken hier al een paar duizend man.”

Optimisme toont ook drs. Th. Schut, directeur van de NV Rede, de economische ontwikkelingsmaatschappij van de regio Eindhoven. “Onze economie is veelzijdiger dan de buitenwacht denkt. De regio heeft de potentie om dit soort calamiteiten op te vangen. We moeten niet naar het Rijk gaan met het verhaal: we zijn een probleemregio.”

Schut somt moeiteloos de economische talenten op van "groot-Eindhoven': de centrale ligging ten opzichte van belangrijke afzetmarkten als het Ruhrgebied, Noord-Frankrijk, de "cluster' Antwerpen/Brussel en de Randstad. Eindhoven Airport strijdt met Rotterdam om de positie van de tweede luchthaven van Nederland. Van de vijf miljard gulden die in Nederland aan Research en Development wordt uitgegeven, komt de helft voor rekening van de regio Eindhoven (inclusief Noord-Limburg). Daarbij komt nog eens de stimulerende aanwezigheid van in totaal 250 buitenlandse bedrijven.

Philips biedt in de Eindhovense regio werk aan 20.000 mensen. In de hoogtijdagen van het concern - eind jaren zestig - waren dat er nog ruim 40.000. De daling van het personeelsbestand wijst echter niet op een afname van de werkgelegenheid. Veel bedrijfsonderdelen zijn geprivatiseerd en lijden nu zelfstandig een gezond bestaan.

De afslanking bij Philips heeft visueel het effect van een milde neutronenbom gehad: de gebouwen staan er nog, maar op tal van plaatsen zijn de mensen eruit. Philips wil nu zijn bedrijfsruimte herschikken, de eigen complexen "transparanter' maken. Het verlies van de sociale dominantie komt ook in bouwkundig opzicht tot uitdrukking. De traditionele hekken om de gebouwen zullen verdwijnen, complexen worden openbaar terrein. De introvertie van vele decennia moet plaatsmaken voor openheid. Het is de logische consequentie van de algehele terugtocht van Philips in de stad.

Ook de gemeente ziet perspectieven voor stedelijke vernieuwing. De Philips-complexen zijn opgenomen in het ambitieuze Sleutelproject Westcorridor. Het plan omvat de zone die loopt vanaf het Centraal Station, via de oer-Philips-wijk Strijp naar Citycentrum Veldhoven en Eindhoven Airport. Binnen vijftien jaar moet onder andere een corridor ontstaan met hoogwaardig openbaar vervoer. Kosten voor de overheid: één miljard gulden. Rijk, provincie en regio moeten over de brug komen. Aan plannen heeft Eindhoven nooit gebrek gehad.